LedenTacheles met Aviel – Jezus is geen politiek voorbeeld voor oorlog en vrede

Tacheles: ik zeg openhartig en zonder omwegen wat ik denk. In oorlog spreken generaals over strategie en politici over belangen. Maar deze keer klinkt er iets anders.

Door Aviel Schneider | | Onderwerpen: religie, Tacheles met Aviel
Paus Leo XIV tijdens de Palmzondagmis op het Sint-Pietersplein in het Vaticaan, 29 maart 2026. Foto: EPA/Angelo Carconi

Boven de slagvelden hangt geen nuchtere toon van geopolitiek, maar een taal van het geloof. Woorden als “missie“, “verlossing“ en “goddelijke wil“ keren terug in het politieke discours, niet als metaforen, maar als een serieuze interpretatie van de werkelijkheid. Wat zich momenteel tussen Washington, Teheran en Jeruzalem ontvouwt, is meer dan een militair conflict. Het is de terugkeer van een dimensie die het Westen lange tijd heeft verdrongen: de verbinding tussen religie, God, identiteit en macht. Terwijl de Amerikaanse minister van Oorlog openlijk in de naam van Jezus oproept tot de overwinning, waarschuwt de paus ervoor het geloof niet te instrumentaliseren. Dom, de paus mist de kern van het Nieuwe Testament. Jezus’ vrijwillige afzien van geweld was geen politiek voorbeeld, maar onderdeel van een unieke verlossingsopdracht. Zowel in de VS als in Israël verschuift het innerlijke evenwicht naar een leger en een samenleving die hun kracht in toenemende mate putten uit goddelijke en Bijbelse overtuiging. Als in existentiële oorlogen pure veiligheidslogica niet volstaat, mag het geloof dan tot het wapenarsenaal behoren?

Sinds het begin van de aanvallen op Iran gebruikt de Amerikaanse minister van Oorlog, Pete Hegseth (46), bewust religieuze taal en roept hij het publiek op om in de naam van Jezus te bidden voor een militaire overwinning. In Israël worden de soldaten eveneens de oorlog ingestuurd, en rabbijnen en anderen bidden dat zij gezond en wel uit de oorlog terugkeren en dat God Israël de overwinning schenkt. Wat is daar mis mee? Deze retoriek stuit in het Westen steeds vaker op kritiek, zelfs vanuit het Vaticaan. Paus Leo XIV reageerde duidelijk in een preek in de aanloop naar Pasen: „De christelijke boodschap wordt maar al te vaak vertekend door een streven naar macht dat volkomen vreemd is aan de weg van Jezus.“ Het Witte Huis verdedigt een gebed voor Amerikaanse troepen, nadat paus Leo XIV eerder verklaarde: „God wijst de gebeden af van degenen die oorlog voeren.” Wat denkt de paus wel niet? Op welke planeet leeft hij? De kerkgeschiedenis zelf, van kruistochten tot godsdienstoorlogen, toont aan dat geloof nooit alleen spiritueel was, maar altijd ook een mobiliserende kracht, een identiteitsanker en een bron van legitimatie voor macht en oorlog. Wie vandaag de dag doet alsof religie volledig buiten conflicten kan worden gehouden, negeert deze historische realiteit of beschouwt gelovigen als dom.

Israëlische soldaten bidden naast een artillerie-eenheid nabij de grens met Libanon, Noord-Israël, 29 september 2024. Foto: David Cohen/Flash90.

Tijdens de Palmzondagmis op het Sint-Pietersplein veroordeelde paus Leo de oorlog op ongewoon scherpe wijze. Daarmee bekritiseert hij niet alleen Washington, maar ook Jeruzalem, de Joden. Waarom bekijkt de paus de situatie niet eens andersom: hoe christenen en Joden het Iraanse volk kunnen bevrijden uit de handen van het meedogenloze mullah-regime, dat nog maar enkele maanden geleden tussen de 40.000 en 80.000 mensen op straat heeft vermoord?

Voor tienduizenden gelovigen benadrukte hij dat Jezus nooit kan worden gebruikt om geweld te rechtvaardigen, en wees hij erop dat God de gebeden niet verhoort van degenen wier „handen vol bloed zijn“. Zonder concrete politici te noemen, verscherpte hij daarmee zijn kritiek op het voortdurende conflict en riep hij opnieuw op tot een onmiddellijk staakt-het-vuren.

Leo onderstreepte dat Jezus zelf elke vorm van geweld afwees, zelfs op het moment van zijn arrestatie, en een God heeft geopenbaard die oorlog principieel afwijst. „Hij heeft zich niet bewapend, zich niet verdedigd en geen oorlog gevoerd“, zei de paus, en voegde eraan toe dat Jezus in plaats daarvan een God heeft geopenbaard die „geweld altijd afwijst“. Tegelijkertijd waarschuwde hij voor de gevolgen van het „gruwelijke“ conflict voor christenen in het Midden-Oosten, die hun Paasfeest onder moeilijke omstandigheden moeten vieren. En hoe zit het met de Joodse staat Israël – moet die blijven leven onder de Iraanse atoomdreiging?

De paus mist het beslissende punt van het Nieuwe Testament. Hoe kan de unieke situatie van Jezus destijds in Jeruzalem worden vergeleken met de veiligheidsrealiteit van Israël vandaag in het Midden-Oosten? Leo benadrukte dat Jezus zelfs op het moment van zijn arrestatie geweld afwees. Jezus heeft zich bewust niet verdedigd, niet uit politieke zwakte, maar omdat zijn opdracht een andere was. Hij moest zich overgeven om een geestelijke weg van verlossing te openen. Juist daarom is deze situatie nauwelijks geschikt als maatstaf voor het handelen van een staat. Een staat draagt verantwoordelijkheid voor het leven van zijn burgers; hij kan zich niet „laten opofferen“. Als Jezus naar het zwaard had gegrepen en zich had verdedigd, zou de hele basis van het christelijk geloof anders zijn geweest, en zou er vandaag geen paus zijn die deze onzin verkondigt!

Hegseth, een evangelische christen, beschouwt het conflict blijkbaar niet alleen als een geopolitieke strijd, maar ook als een moreel-religieuze strijd. Zijn symboliek onderstreept dit: op zijn borst heeft hij een tatoeage van het Kruis van Jeruzalem, op zijn arm de woorden “Deus vult“, wat “God wil het“ betekent, een historische strijdkreet van de kruisvaarders.

 

Dit bericht op Instagram bekijken

 

Een bericht gedeeld door Pete Hegseth (@petehegseth)

In zijn boek American Crusade bestempelde hij de scheiding van kerk en staat als een „links folkloristisch construct“ en verklaarde hij onlangs dat de VS „in hun DNA een christelijke natie“ zijn. In de VS zien we momenteel een terugkeer van religieuze retoriek in het veiligheidsbeleid. Hegseth formuleert het conflict niet technocratisch, maar moreel geladen, als een strijd tussen goed en kwaad. Dat is strategisch gezien niet nieuw, maar wordt vandaag de dag weer openlijk uitgesproken. Daarmee sluit hij aan bij een diepgeworteld Amerikaans zelfbeeld, waarin politiek, missie en geloof nooit strikt gescheiden zijn geweest.

In zijn meest recente toespraak benadrukte de paus: „Ware kracht toont zich niet in het heersen, maar in het bevrijden, niet in het vernietigen van leven, maar in het schenken van leven.” In reactie op een vraag over de uitspraken van de paus op Palmzondag, waarin hij het gebruik van religie ter rechtvaardiging van oorlog veroordeelde, zei persvoorlichter Karoline Leavitt: „Onze natie is bijna 250 jaar geleden gesticht op joods-christelijke waarden. En we hebben gezien hoe presidenten, de leiding van het ministerie van Oorlog en onze troepen in de meest turbulente tijden van de geschiedenis van onze natie hun toevlucht hebben genomen tot het gebed. Ik zie geen enkel bezwaar tegen het feit dat onze militaire bevelhebbers of de president de Amerikanen oproepen om voor onze soldaten te bidden.”

Critici, waaronder historici en militaire juristen, waarschuwen voor de gevolgen van deze christelijke en bijbelse retoriek. Zij zien het gevaar dat de grondwettelijke scheiding van kerk en staat wordt ondermijnd, niet-christelijke soldaten worden vervreemd en het toch al explosieve conflict met een islamitisch regime verder wordt aangewakkerd. Michael Weinstein van de „Military Religious Freedom Foundation“ verwoordde het scherp: „Hij maakt er een strijd van tussen Jezus en Mohammed, dat is ongekend en gevaarlijk.“ Het Pentagon wijst de kritiek van de hand. Woordvoerster Kingsley Wilson verklaarde dat Hegseth in een lange traditie staat van religieus georiënteerde Amerikaanse leiders, van George Washington tot Franklin D. Roosevelt. De oproep tot gebed voor soldaten is noch ongebruikelijk, noch controversieel, maar een uitdrukking van een diepgeworteld nationaal zelfbeeld.

Een soortgelijk proces is waarneembaar, zij het in een andere vorm, zowel in de VS als in Israël: religie komt merkbaar dichter bij politiek en oorlog te staan. In Israël maakt de Joodse identiteit sowieso deel uit van de staatsstructuur, maar juist in de huidige oorlog wint deze ook aan belang op het gebied van veiligheidsbeleid. Religieuze soldaten en officieren winnen aan invloed, begrippen als ‘missie’ of ‘lot’ worden steeds vaker religieus geïnterpreteerd en rabbijnen spelen een grotere rol bij de morele duiding van de strijd.

Ook in de VS is een vergelijkbare ontwikkeling waarneembaar: politieke beslissingen worden vaker in religieuze taal gelegitimeerd, en het geloof dient als moreel kader voor standpunten in het buitenlands beleid. In beide gevallen gaat het niet alleen om ideologie, maar om een diepere dynamiek: in existentiële oorlogen volstaat pure veiligheidslogica vaak niet; samenlevingen grijpen – nuchter gezegd – terug op religieuze verhalen of, bijbels gezien, keren zij terug naar God om de bereidheid tot opoffering, het doorzettingsvermogen en de collectieve identiteit te versterken. Dat is precies wat de westerse landen in Europa ontbreekt.