Is de Russische bedreiging van het Joods Agentschap een terugkeer naar de Sovjet-onderdrukking?

Moskou wil Israël onder druk zetten om zich niet te bemoeien met zijn brute oorlog tegen Oekraïne. Dat is betreurenswaardig; toch moeten Jeruzalem en Joodse organisaties geen volwaardige deelnemers worden in dat conflict.

Door Jonathan S. Tobin | | Onderwerpen: Rusland
Oekraïense president Volodymyr Zelensky op tv met de Russische president Vladimir Poetin op de achtergrond, 7 maart 2022. Foto: Rokas Tenys / Shutterstock

Als je oud genoeg bent om je de donkerste dagen van de beweging voor de bevrijding van het Sovjet-Jodendom te herinneren, lijkt het nieuws dat het Russische ministerie van Justitie een rechtbank heeft gevraagd om de activiteiten van het Joods Agentschap voor Israël in dat land te sluiten, onheilspellend bekend. In de Sovjettijd verhinderde het communistische regime niet alleen dat Joden het land verlieten. Het was, zoals al het geval was sinds de coup van de bolsjewieken in 1917, openlijk antisemitisch. De communisten waren zelfs nog repressiever dan hun tsaristische voorgangers waar het ging om het onderdrukken van het Joodse leven en het praktiseren van het Jodendom.

De Russische maatregel tegen het Joods Agentschap zou het veel moeilijker maken voor die Joden die een land willen verlaten dat een internationale paria is geworden door zijn invasie in Oekraïne. Het zou ook een voorbode kunnen zijn van een terugkeer naar de Jodenhaat die zo kenmerkend was voor het leven in de Oost-Europese monoliet vóór het uiteenvallen van de Sovjet-Unie.

De reden hiervoor lijkt een poging te zijn om Israël zover te krijgen dat het terugkeert naar een neutrale houding in de oorlog die Rusland eind februari tegen Oekraïne is begonnen. Dat standpunt heeft de Joodse staat gewijzigd na druk van de Oekraïense president Volodymyr Zelensky, het Westen en vele Israëlische burgers. Zij allen waren van mening dat Israël de kant van de slachtoffers moest kiezen.

Deze zorgen over Rusland en antisemitisme zouden in het verleden begraven zijn.

Na de ineenstorting van de Sovjet-Unie bevonden de Joden die overbleven zich in een land dat een autoritaire regering omarmde onder leiding van Vladimir Poetin, een ex-KGB-agent. Poetin was een misdadiger, vastbesloten om iedereen te verpletteren die zich tegen hem en zijn corrupte regime verzette. Hij was ook geobsedeerd door het terugdraaien van het vonnis van de geschiedenis – waarin Rusland was gedegradeerd tot een tweederangs mogendheid – en probeerde de oude sovjet- en tsaristische rijken te herscheppen.

Maar in tegenstelling tot de communisten en de tsaren was Poetin schijnbaar immuun voor het virus van het antisemitisme. Het Joodse leven in zijn Rusland kon floreren met synagogen, scholen en gemeenschapscentra, waarvan er onder zijn toezicht vele werden geopend en gloednieuw gebouwd.

Even belangrijk is dat Rusland over het algemeen goede, zij het gecompliceerde, betrekkingen onderhoudt met de staat Israël. Enerzijds was Poetin graag bereid om Israëlische leiders vriendelijk te behagen en het grote aantal Israëliërs met banden met Rusland te beschouwen als deel van de diaspora van zijn land, eerder dan als verachte emigranten. Hoewel het Rusland van Poetin niet de motor was achter het antizionisme en het anti-Israëlterrorisme in de Derde Wereld, zoals de communistische regering dat was geweest, beschouwde het ook enkele van de ergste vijanden van de Joodse staat, zoals Iran en Syrië, als bondgenoten. Zijn dubbelzinnige houding ten opzichte van de Iraanse nucleaire dreiging, die wellicht meer te maken had met zijn wens om de Verenigde Staten zo veel mogelijk dwars te zitten, was eveneens problematisch.

De Russische interventie in de meer dan tien jaar durende Syrische burgeroorlog namens het wrede regime van Bashar Assad maakte Rusland ook tot een van Israëls buren. De Russische militaire bezetting van delen van Syrië, en de nauwe banden met Assad en Iran, werden een cruciale factor in het Israëlische defensiebeleid.

Ook hier was het niet zozeer een steun in de rug voor Irans pogingen om een oorlog bij volmacht tegen Israël te voeren, maar liet Poetin, door Israël toe te staan Iraanse en Hezbollah-terroristen in Syrië aan te vallen, zien dat hij, ongeacht zijn andere grievende fouten, geen onverbiddelijke vijand van Israël en de Joden was.

Maar zijn besluit dit jaar om een brute invasie in Oekraïne te beginnen, doet alle eerdere veronderstellingen over hem in twijfel trekken.

Tot op heden heeft de gerechtvaardigde afschuw van de internationale opinie over de tol aan leed die zijn ambities met betrekking tot de landroof van Oekraïne hebben geëist, Rusland geïsoleerd. In tegenstelling tot de verwachtingen, lijkt het hem of zijn regime niet in gevaar te hebben gebracht. Ondanks tegenslagen in de eerste maanden van de oorlog als gevolg van hevig Oekraïens verzet, houden de Russen nog steeds vast aan bezet gebied en voeren zij de druk op de regering in Kiev op met militaire acties die meer burgerslachtoffers eisen. Even verontrustend is dat de economische sancties tegen Moskou het Westen meer schade hebben berokkend door de stijgende gasprijzen in de Verenigde Staten en de ongerustheid over de voedselvoorziening en de aardgasstroom in Europa, dan de Russen.

Maar in een oorlog waar de inzet zo hoog is, is het Poetin-regime bereid elke kaart die het in handen heeft uit te spelen. En één daarvan is Israël onder druk te zetten om verdere betrokkenheid bij een oorlog te vermijden, met inbegrip van het voorkomen van het zenden van wapens naar Kiev. Israël heeft reeds humanitaire voorraden naar Oekraïne gezonden en talrijke vluchtelingen opgenomen.

Het was misschien voorspelbaar dat Rusland in oorlogstijd zou terugvallen op een beleid dat emigratie ontmoedigt. Toch moet Poetin weten dat een aanval op het Joods Agentschap, wat het voorwendsel ook moge zijn, een woedende reactie zal uitlokken van de Joodse wereld.

Woede over deze echo van een smerig antisemitisch verleden is gerechtvaardigd. Toch zou het verstandig zijn dit niet te gebruiken als reden om de vooruitgang die geboekt is met betrekking tot Joodse rechten en de Russisch-Israëlische betrekkingen eenvoudigweg af te schrijven.

Mocht Poetin daadwerkelijk de sluiting van het Joods Agentschap toestaan, dan zal het duidelijk zijn dat zowel Israël als de Joden geen andere keuze hebben dan alles in het werk te stellen om zijn vijanden te helpen en aan te dringen op zijn volledige isolement en afzetting. Tot het zover is, is de juiste handelwijze de diplomatie van de kant van Israël en de Joodse organisaties de tijd te geven om te werken. Israël moet niet ineenkrimpen voor Rusland of een soort losgeld betalen aan Poetin. In plaats daarvan moet hem duidelijk worden gemaakt dat het in zijn belang is om niet als antisemiet te worden bestempeld.

Noch mag de natuurlijke sympathie voor de Oekraïense slachtoffers in deze oorlog, noch de verontwaardiging over de Russische agressie die leidt tot ongepaste vergelijkingen met de Tweede Wereldoorlog of zelfs de ergste uitwassen van stalinistisch antisemitisme, ons blind maken voor de waarheid over Oekraïne.

Zelenski heeft uitstekend werk verricht door het verzet van zijn land te belichamen; maar zoals een recent verhaal in de New York Times over een reorganisatie in zijn regering duidelijk maakte, is zijn regering niet bepaald de ideale democratie die veel van de aanhangers van zijn land graag afschilderen. Hij is geobsedeerd door “verraad” onder de bevolking, die zoveel Russischtaligen en mensen met banden met beide landen telt. Het kan voor westerse lezers ook als een verrassing komen te vernemen dat Oekraïne, zelfs vóór deze oorlog, het grootste veiligheidsapparaat van alle landen in Europa had, met meer dan zes keer zoveel personeel als het befaamde Britse MI5-agentschap.

Dat, gekoppeld aan zijn welverdiende reputatie van corruptie en onderdrukking van de persvrijheid, herinnert eraan dat Oekraïne in sommige opzichten (en ondanks Zelensky’s PR-offensief) meer gemeen heeft met andere onrustige post-Sovjetrepublieken dan met de meeste westerse democratieën.

Ongeacht zijn Joodse afkomst maakte Zelensky’s spuien van propaganda uit het Sovjettijdperk over Oekraïne tijdens de Holocaust in zijn toespraak tot de Knesset ook duidelijk dat hij evenzeer een product is van de oude Sovjet-Unie als het symbool van een dappere democratie die vecht voor haar leven.

Gezien Oekraïne’s eigen geschiedenis van antisemitisme en zijn huidige obsessie met verraad door burgers die met Rusland sympathiseren, kan iemand er echt zeker van zijn dat – zoals nu het geval is met Poetins acties – de Joden daar niet op de een of andere manier ook in die puinhoop zullen worden meegesleurd?

Toch blijven de Russen de schurken in dit verhaal, terwijl Oekraïne sympathie en hulp verdient, ook al verdienen vragen over de omvang en de kosten van die hulp een antwoord. Als diplomatie kan leiden tot een oplossing waarbij het joodse leven in Rusland niet in gevaar wordt gebracht en de grens van Israël met Syrië niet wordt verhit, dan moet daar krachtig naar worden gestreefd. Voorlopig is het tijd voor degenen die bereid zijn te doen alsof we terug zijn in de jaren zeventig met een gevangen Joodse bevolking onder de duim van antisemitische tirannen, om de pijp uit te gaan en te onthouden dat de uitdagingen van vandaag anders zijn dan die van toen.


Jonathan S. Tobin is hoofdredacteur van JNS (Jewish News Syndicate). Volg hem op Twitter op: @jonathans_tobin.

Israel Today nieuwbrief

Dagelijks nieuws

Gratis in uw mailbox

Israel Heute Newsletter

Tägliche Nachrichten

FREI in Ihrer Inbox