Mike Waltz, de Amerikaanse ambassadeur bij de Verenigde Naties, uitte donderdag kritiek op zijn Iraanse ambtgenoot en verklaarde voor de VN-Veiligheidsraad dat het geduld van de Amerikaanse president Donald Trump ten aanzien van de Islamitische Republiek ‘niet onbeperkt’ is. Teheran zou in de Straat van Hormuz een ‘cynische, trieste en ziekelijke poging tot wereldwijde chantage’ ondernemen.
De Veiligheidsraad kwam op verzoek van Bahrein bijeen naar aanleiding van de recente Iraanse aanvallen. De minister van Buitenlandse Zaken van Bahrein, Abdullatif bin Rashid Al Zayani, reisde naar New York om deel te nemen aan de spoedvergadering.
Ondanks een op 17 juni jl. ondertekend memorandum van overeenstemming tussen de VS en Iran, dat gericht is op het verminderen van de regionale spanningen, heeft Iran een handelsschip aangevallen waarvan Teheran beweerde dat het was afgeweken van een goedgekeurde doorvoerroute door de Straat van Hormuz. Tegelijkertijd probeert Iran nieuwe controles op de strategisch belangrijke waterweg af te dwingen.
De recente escalatie volgde op aanvallen van het US Central Command op tien Iraanse militaire doelen afgelopen weekend. Daarop viel Teheran Amerikaanse militaire bases in Koeweit en Bahrein aan.
Waltz zei tegen de Veiligheidsraad: ‘Iran kan en mag de wereldeconomie niet gijzelen.’
Hij verklaarde dat Teheran het commerciële scheepvaartverkeer heeft belemmerd, ongeacht de herkomst, bestemming of lading van een schip, waaronder leveringen van ‘meststoffen voor boeren in Afrika, hulpgoederen voor Soedan en brandstof voor Japan’.
Waltz voegde eraan toe dat een aanhoudende verstoring van het scheepvaartverkeer door de Straat van Hormuz ernstige gevolgen heeft voor 61 ontwikkelingslanden. Daarbij verwees hij naar gegevens van de UN Trade and Development-organisatie.
Amir Saeid Iravani, de Iraanse VN-ambassadeur, verwierp de beschuldigingen van de Verenigde Staten, Bahrein en andere leden van de Veiligheidsraad en beschuldigde in plaats daarvan Washington en Jeruzalem van een militaire operatie die in strijd is met het internationaal recht.
‘Opnieuw heeft de vertegenwoordiger van de Verenigde Staten zijn toevlucht genomen tot leugens en desinformatie tegen Iran’, zei Iravani. Hij stelde dat Bahrein en de westerse leden van de Veiligheidsraad proberen de verantwoordelijkheid voor het conflict af te schuiven. Hij omschreef de recente Iraanse aanvallen als verdedigingsmaatregelen tegen Amerikaanse militaire installaties. Bovendien verklaarde hij dat de Veiligheidsraad zich tijdens de onderhandelingen over de uitvoering van het akkoord tussen de VS en Iran ‘zou moeten onthouden van een vergadering die deze lopende inspanningen dreigt te ondermijnen’.
Waltz reageerde scherp.
‘Laat me u eraan herinneren waar u zich bevindt’, zei hij. ‘Dit is niet Teheran. Dit zijn de Verenigde Staten van Amerika. Dit is de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties. U zult dit orgaan niet het zwijgen opleggen.’
Hij verwees bovendien naar Iraanse aanvallen op een woonwijk en een hotel in Bahrein en verwierp de bewering van Iran dat de aanvallen op de commerciële scheepvaart gerechtvaardigd waren uit zelfverdediging.
‘Ik vraag u: heeft de luchtmacht of het leger van Singapore Teheran of Iran aangevallen?’, zei Waltz. ‘Nee. En toch heeft Iran een onder de vlag van Singapore varend handelsschip aangevallen. We hebben de ambassadeur van Panama hier. Schepen onder Panamese vlag zijn pas vorige week aangevallen. Heeft Panama Iran aangevallen? Is dat zelfverdediging tegen Panama?’
Voor de Veiligheidsraad verklaarde Waltz dat deze ‘niet werkeloos zal toekijken als ze ruggengraat heeft’. Hij voegde eraan toe dat de internationale gemeenschap ‘dit Iraanse regime ter verantwoording zal roepen voor zijn aanvallen op onze bevolkingen wereldwijd door middel van deze ziekelijke poging tot wereldwijde chantage’.
Bron: JNS