Waarom zou een slechte belastingman Jezus volgen?

Deel 1 in onze nieuwe serie die je meeneemt door de “Wereld van de Bijbel” om zo de setting en de lessen van de Schrift beter te begrijpen.

Door David Lazarus | | Onderwerpen: archeologie, Wereld van de Bijbel
Met dank aan www.lumoproject.com

De Bijbel kan op verschillende niveaus worden benaderd en raakt op zijn grootst, meest invloedrijk, aan de meest diepgaande inzichten van het leven.

De Bijbel moet ook op andere manieren worden bestudeerd, want hoewel de waarden die erin worden overgebracht eeuwig zijn, worden de lessen die geleerd moeten worden uitgedrukt in teksten die in oude talen in vreemde landen zijn geschreven.

Bij het naderen van het Nieuwe Testament wordt het verhaal, dat zich in de Evangeliën en Handelingen ontvouwt, verteld in Hellenistisch Grieks uit de eerste en tweede eeuw na Christus in het Land Israël binnen een bepaalde historische en geografische context.

Het is deze omgeving die we in deze serie zullen bespreken, als we kijken naar de mensen en plaatsen, naar de culturele, religieuze, politieke en economische achtergronden van het Israël in de eerste eeuw. Al deze zaken maken integraal deel uit van het verhaal van het Nieuwe Testament, dat niet goed begrepen kan worden zonder voortdurend naar dit milieu te verwijzen.

Het doel van onze serie over de wereld van de Bijbel is niet het blootleggen van inzichten in geloof of religieus geloof, maar eerder een veel bescheidener doel in het helpen verkrijgen van inzicht in de canonieke tekst door verzen zij aan zij te plaatsen met de archeologie, geografie, papyrologie en andere ontdekkingen die helpen de betekenis van de Bijbelse passages te verduidelijken.

We laten het aan u, de lezer, over om de lessen te onderzoeken en te ontdekken die het best van toepassing zijn op uw geloofsreis.

Ik hoop dat u net zo enthousiast wordt als ik om u te verdiepen in de wereld van de Bijbel en dat u vragen zult stellen en discussies zult voeren bij elk artikel in deze serie.

Ik sta te popelen om te beginnen,
David Lazarus


Het Evangelie van Mattheüs, hoofdstuk één

“Het geslachtsregister van Jezus Christus, de Zoon van David, de Zoon van Abraham.” (Mattheüs 1:1)

Het Evangelie dat de canon van het Nieuwe Testament opent en dat traditioneel aan Mattheüs wordt toegeschreven, wordt verteld door een tollenaar of ook wel een belastinginner. Hij werd door Jezus geroepen om apostel te worden vanuit het tolhuis in de stad Kapernaüm aan de oever van het Meer van Galilea.

In Lukas 5:27 wordt deze tollenaar Levi genoemd en in Markus 2:14 Levi, de zoon van Alfeüs. Hij wordt door Markus en Lukas geïdentificeerd als een rijk man die Jezus en de apostelen een groot feestmaal gaf. Het kan veelbetekenend zijn dat de naam van de gastheer van dit feest in het verslag van Mattheüs (9:10) wordt weggelaten.

Derde-eeuwse tollenaar in de Romeinse provincie. (Foto: Nationaal Museum Belgrado)

De tollenaar

“En Jezus ging vandaar verder en zag iemand in het tolhuis zitten, die Mattheüs heette; en Hij zei tegen hem: Volg Mij! En hij stond op en volgde Hem.” (Mattheüs 9:9)

Het Evangelie beschrijft hoe Jezus Mattheüs rekruteerde uit het tolhuis (in het Grieks telonion). De term verwijst naar twee verschillende soorten monetaire activiteiten: het innen van douanerechten of tolgelden op goederen die van het ene land naar het andere werden vervoerd, en het innen van belastingen die de staat verschuldigd was. Het gemeenschappelijke kenmerk van beide was dat de overheidsdouanerechten of -belastingen werden uitbesteed aan regionale tollenaars die in ruil voor een vaste prijs het recht kregen om zoveel mogelijk te innen van het publiek.

Deze tollenaars (Latijn voor degenen die een “openbare” zaak of dienst beheren) werden daarom alom gehaat en op één hoop gegooid met de “zondaars” in het volgende vers. Mattheüs schijnt zich bezig te hebben gehouden met het innen van douanerechten in plaats van belastingen, want Kapernaüm was geen groot of belangrijk Romeins administratief centrum. Het lag echter dicht bij de grens (die de grens van de Jordaan volgde) tussen het gebied van Herodes Antipas en dat van zijn broer Filippus. Hoewel het Romeinse Rijk economisch één geheel vormde, was het niettemin verdeeld in regio’s, en op goederen die van de ene regio naar de andere werden vervoerd, werden douanerechten betaald.

Douanetarieven waren soms behoorlijk ingewikkeld, net zoals moderne douanevoorschriften dat lijken te zijn. Een papyrus met betrekking tot het Palmyreense tarief van 137 na Christus bevat honderden items (zie hieronder).

Het (hierboven) afgebeelde reliëf toont het interieur van een douanekantoor uit Pannonië (het huidige Servië) dat werd gevonden op een Romeinse sarcofaagstele uit de derde eeuw. Het stelt een overleden tollenaar voor die aan een tafel zit met een grootboek in zijn hand en een zak met munten – zijn dagelijkse inkomsten – voor zich. Voor hem staat zijn bediende die voorleest uit een grote boekrol die het dagelijkse rekeningboek voorstelt. Een soortgelijk tafereel moet zich elke dag hebben afgespeeld in het tolhuis van Mattheüs waar Jezus hem aantrof.

Wat deed Jezus in het tolhuis?

Palmyra tariefregels uit 137 na Christus. (Foto: Publiek domein)

Mattheüs Evangelie

Het Evangelie van Mattheüs is het langste van de vier en het patroon dat het volgt is vergelijkbaar met dat van Markus en Lukas. De drie Evangeliën samen vormen de “Synoptische Evangeliën”, dat wil zeggen: de Evangeliën die “in één oogopslag” met elkaar kunnen worden vergeleken.

De algemene volgorde begint met een verslag van Jezus’ geboorte en voorgeslacht (in Mattheüs beginnend met Abraham, de gemeenschappelijke voorvader van het Joodse volk, en verder via David, uit wiens nageslacht de Messias zou voortkomen); gevolgd door Jezus’ voorbereiding op Zijn missie, Zijn langdurige bediening in Galilea en de buurlanden, Zijn reis naar Jeruzalem, en tenslotte de laatste week, met Zijn lijden, sterven en opstanding. Deze volgorde wordt gevolgd door Markus en Lukas, behalve dat Markus geen verslag geeft van Jezus’ geboorte en afkomst.

Pagina van het evangelie van Mattheüs uit het Sinaiticus Manuscript. (Foto: Publiek domein)

Bovenstaande afbeelding toont een pagina uit het Evangelie van Mattheüs uit het Sinaiticus Manuscript uit de vierde eeuw na Christus. Het is een van de oudst bekende manuscripten van de Griekse Bijbel, in 1884 ontdekt op de berg Sinaï door Constantin Tischendorf. Sinds 1933 wordt het bewaard in het British Museum en bevat het een complete versie van het Nieuwe Testament.

Het vroegste bewaard gebleven manuscript van het Griekse Nieuwe Testament uit circa 100 na Christus is een fragment (zie hieronder) van het Evangelie van Johannes, ter grootte van een creditcard. Dit fragment is in 1920 op een Egyptische markt gevonden door Bernard Grenfell. Op de voorkant staat het Evangelie van Johannes 18:31-33 en op de achterkant delen van de verzen 37-38.

Johannes 18:37-38 eind 1e eeuw. Papyroloog Bernard Grenfell (1920) zoals bewaard in de John Rylands Library. (Foto: met dank aan JRUL. Publiek domein via Wikimedia Commons.)

Een woord over de nauwkeurigheid van het Griekse Nieuwe Testament

Laten we, nu we deze reis door het Nieuwe Testament beginnen, het eens hebben over de nauwkeurigheid ervan. De tekst die we vandaag de dag in onze Bijbels lezen is gebaseerd op originele Griekse teksten die op hun beurt weer gebaseerd zijn op grote aantallen oude manuscripten. Al deze manuscripten zijn kopieën, en de grote meerderheid van hen zijn kopieën van kopieën, maar uiteindelijk zijn ze allemaal afgeleid van de originelen. Een wetenschap die tekstkritiek heet, houdt zich systematisch bezig met inconsistenties tussen teksten om te proberen zoveel mogelijk “fouten” van de schrijvers te elimineren.

In de 16e eeuw werd het Griekse Nieuwe Testament voor het eerst in druk uitgegeven. De Nederlandse filoloog Desiderius Erasmus van Rotterdam had een tekst opgesteld aan de hand van een handvol manuscripten uit de late Middeleeuwen. Helaas gebruikte hij voor zijn uitgave van 1516 alleen manuscripten van inferieure kwaliteit. De Reformatoren gebruikten zijn versie om hun eigen volkstalige vertalingen te maken.

Tot in de 19e eeuw maakten geleerden en vertalers van het Nieuwe Testament slechts mondjesmaat gebruik van andere manuscripten. Daarna kwamen in vrij korte tijd een aantal manuscripten van superieure kwaliteit beschikbaar, vooral dankzij het werk van de Duitse geleerde Tischendorf. Deze manuscripten, gedateerd uit de 4e en 5e eeuw, presenteerden een tekst die tenminste vrij was van toevoegingen uit een latere tijd. Pas in het laatste deel van de 19e eeuw werden nieuwe kritische edities van het Nieuwe Testament vervaardigd.

Nieuw Testamentisch manuscript van het Evangelie van Mattheüs, hoofdstuk 1:1-9 gedateerd 250 na Christus.

Van de jaren 1830 tot de jaren 1860 stelden twee rijke boekenverzamelaars, Chester Beatty en Martin Bodmer, manuscripten beschikbaar die op papyrus waren geschreven en die dateren van ver vóór de 4e eeuw. Deze vroege manuscripten komen heel dicht in de buurt van de tijd waarin het Nieuwe Testament werd geschreven. Vandaag de dag hebben we voor bijna alle boeken van het Nieuwe Testament manuscripten die dateren van vóór de 4e eeuw.

Voor zo’n vroege periode als die tussen 100 en 300 na Christus is het moeilijker om zeker te zijn over de datering van een manuscript. Desalniettemin bevinden geleerden zich nu in een vrij comfortabele positie om papyrushandschriften te dateren door hun handschrift te vergelijken. En we hoeven niet alleen te vertrouwen op manuscripten van het Nieuwe Testament. Er zijn honderden papyrusmanuscripten van Griekse teksten uit deze vroege periode en honderden zorgvuldig geschreven papyrusdocumenten die dezelfde soorten handschrift vertonen. Deze documenten zijn van groot belang voor paleografen omdat zij vaak exact gedateerd zijn.

Dit betekent dat het voor paleografen mogelijk is om in de periode 100-300 na Christus specifieker te zijn over de relatieve datering van de papyrus manuscripten van het Nieuwe Testament. Een piepklein papyrus fragment van het Evangelie van Johannes wordt nog steeds beschouwd als het oudste “manuscript” van het Nieuwe Testament. Dit fragment is over het algemeen gedateerd op ongeveer 100 na Christus, wat bewijst dat het originele Evangelie van Johannes eerder werd geschreven, namelijk in de 1e eeuw na Christus.

Met behulp van de eerdere papyrus manuscripten hebben Nieuwe Testament-geleerden kunnen vaststellen dat we nu een veilige gids hebben voor de oorspronkelijke tekst van het Nieuwe Testament.


We hopen uw vragen en opmerkingen te horen. Hebt u enig inzicht in het verhaal van Mattheüs en waarom een tollenaar Jezus zou volgen?

Voor veel van het materiaal in deze serie ben ik dank verschuldigd aan Views of the Biblical World, vol. 5 “The New Testament,” geredigeerd door Michael Avi-Yonah Ph.D., 1961.

Zie ook: Woorden van hoop en wijsheid van David Ben-Goerion in de inleiding van deze baanbrekende serie over de wereld van de Bijbel.

Israel Today nieuwbrief

Dagelijks nieuws

Gratis in uw mailbox

Israel Heute Newsletter

Tägliche Nachrichten

FREI in Ihrer Inbox