“Hodu (Geef dank)!” – een Hebreeuws precedent in gevaarlijke tijden

Zelfs in deze tijd van radicale onzekerheid, AI, terrorisme en schokken – “Wees dankbaar!”

Door David Shishkoff | | Onderwerpen: Bijbel
Bord in Jeruzalem met het opschrift “Bedankt” omdat de twee jaar durende oorlog sinds 7 oktober voorbij is. Foto: Chaim Goldberg/Flash90

“Wees dankbaar aan de Heere, want Hij is goed!” “Hodu La’Adonai Ki Tov!” Dit is een gebod in de Hebreeuwse geschriften, dat door Rabbi Saul in 1 Thessalonicenzen 5:16 wordt herhaald.

Laten we eens kijken naar enkele Hebreeuwse geloofshelden die aan dit precedent hebben bijgedragen.

Lea, de moeder van Juda:

De verbinding met de Joodse identiteit zou in de eerste plaats een verbinding met dankbaarheid aan God moeten zijn. Waarom? Omdat het woord “Joods” (Jehudi) in het Hebreeuws “uit Juda” betekent. En ‘Juda’ betekent “God danken/prijzen”. “Weer werd zij zwanger en baarde een zoon. Zij zei: Ditmaal zal ik de HEERE loven. Daarom gaf zij hem de naam Juda.”(Genesis 29:35) Na jaren van afwijzing had Lea gezegevierd; en toen haar baby Juda (Jehudah) werd geboren, dankte ze God.

Jehosafat, de koning van Juda:

Toen een grote menigte vanuit het huidige Jordanië binnenviel, schrok Jehosafat. “Josafat werd bevreesd en hij richtte zich erop om de HEERE te zoeken. Hij riep een vasten uit in heel Juda. En Juda werd bijeengeroepen om bij de HEERE hulp te zoeken. Zij kwamen zelfs uit alle steden van Juda om de HEERE te raadplegen” (2 Kronieken 20:3 en 4). De koning verzamelde zijn leger van zwaardvechters. Maar hij verzamelde ook een groep mannen om het voorbeeld van de psalmen te volgen en de God van Israël te loven en te danken. “Hij pleegde overleg met het volk en stelde voor de HEERE zangers aan en mensen die de heilige Majesteit prijzen zouden, terwijl zij voor de gewapende mannen uit trokken en zeiden: Loof de HEERE, want Zijn goedertierenheid is voor eeuwig!” (2 Kronieken 20:21) De vijand werd verslagen in een wonderbaarlijke overwinning.

De Israëlitische balling Daniël:

Na urenlang in het zweet te hebben gezwoegd met de doodstraf boven zijn hoofd, openbaarde God hem wat de wrede, grillige Babylonische dictator had gedroomd. Nu zouden hij en de andere koninklijke adviseurs nog een dag leven. Opgelucht verkondigde hij: “U, God van mijn vaderen, dank en prijs ik, omdat U mij wijsheid en kracht hebt gegeven, en mij nu hebt laten weten wat wij van U hebben verzocht, want U hebt ons de zaak van de koning laten weten” (Daniël 2:23). Enkele jaren later hing Daniels leven opnieuw aan een zijden draadje, ditmaal onder dreiging van zijn nieuwe baas, de Perzische (Iraanse) dictator, en de executie in de leeuwenkuil. Ook deze keer was zijn reactie gekenmerkt door dankbaarheid. “Toen Daniël te weten kwam dat dit bevelschrift ondertekend was, ging hij zijn huis binnen. Nu had hij in zijn bovenvertrek open vensters in de richting van Jeruzalem. Op drie tijdstippen per dag ging hij op zijn knieën, bad hij en dankte hij voor het aangezicht van zijn God, precies zoals hij voordien had gedaan (Daniël 6:11). De muilen van de leeuwen werden al snel stevig gesloten!

Interessant is dat Daniël afkomstig was uit de stam Juda.

Wat een vreugde om deel uit te maken van de gemeenschap van Juda – met andere woorden, iemand te zijn die God dankt en prijst.

Israel Today nieuwbrief

Dagelijks nieuws

Gratis in uw mailbox

Israel Heute Newsletter

Tägliche Nachrichten

FREI in Ihrer Inbox