De permanente leden van de VN Veiligheidsraad (China, Frankrijk, Rusland, Duitsland, het VK en de VS) zijn op het laatste deel van hun race om een nieuwe versie van het Joint Comprehensive Plan of Action (JCPOA, oftewel een nucleaire deal) met Iran te ondertekenen. Een aantal gepensioneerde generaals van de Israel Defense Forces (IDF) en huidige denktank experts hebben van de gelegenheid gebruik gemaakt om erop aan te dringen dat “een slechte deal beter is dan geen deal.”
Zaterdagmiddag was er bij Channel 12 een “Meet the press”-bijeenkomst. Hierbij waren verschillende panelleden aanwezig die hun mening gaven over de mogelijke deal met Iran.
Neem bijvoorbeeld Israel Ziv. Het voormalige hoofd van het Directoraat Operaties van de IDF betoogde dat het ontbreken van een deal, of het schenden ervan, Iran er hoe dan ook niet van zal weerhouden de nucleaire drempel te overschrijden.
Eigenaardig genoeg, bagatelliseerde hij vervolgens het belang van de vele miljarden dollars die Teheran door een akkoord zou krijgen voor de ontwikkeling van zijn nucleaire capaciteiten. Tegelijkertijd benadrukte hij dat het geld zou worden besteed aan terrorisme. Inderdaad.
Niettemin, zo voegde hij eraan toe, zou een akkoord “cruciale tijd” voor Israël opleveren. Wat dat ook moge betekenen.
Alle deelnemers aan de discussie – met uitzondering van de voormalige Israëlische marinecommandant viceadmiraal (gep.) Eliezer Marom – gaven toe dat een deal net om de hoek ligt, en dat een nucleair Iran een existentiële bedreiging zou vormen voor de Joodse staat. Toch hielden ze vast aan twee absurde beweringen.
- De ene was dat de terugtrekking van de voormalige Amerikaanse president Donald Trump uit het JCPOA in 2018 een vergissing was. Hierdoor kon Teheran ongecontroleerd zijn kernwapens aanscherpen. Alsof de moellahs de inspecteurs van het Internationaal Atoomenergie Agentschap (IAEA) toegang gaven tot uraniumverrijkingslocaties.
- De andere bewering ging over de houding van de voormalige Israëlische premier Benjamin Netanyahu tegen de deal en zijn beroemde toespraak tot een gezamenlijke zitting van het Congres in 2015. Dit zou de vertrekkende Amerikaanse president Barack Obama boos hebben gemaakt, en hem ertoe hebben gebracht zich te onthouden van een resolutie van de VN Veiligheidsraad waarin Israël wordt veroordeeld, in plaats van er zijn veto over uit te spreken.
Het doel van deze beweringen is om het beleid van de interim-regering “iedereen behalve Netanyahu” te verdedigen. Deze interim-regering die door de knieën gaat voor de regering van de Amerikaanse president Joe Biden. Premier Yair Lapid had zich, net als zijn voorganger Naftali Bennett, voorgenomen om te illustreren dat zodra Netanyahu niet langer aan het roer zou staan, Israël in Amerika volledige tweepartijdige steun zou genieten.
Om dit vruchteloze doel te bereiken, zwoer Bennett vorig jaar aan Biden dat Jeruzalem geen militaire of andere stappen zou ondernemen zonder eerst Washington te informeren. Lapid nam die verklaring natuurlijk over.
Wat het probleem aan deze verklaring van Bennett is? Dat het geen wederkerige regeling is. Misschien verklaart dit waarom Lapid de laatste tijd moeite heeft Biden telefonisch te bereiken. Deze laatste is er duidelijk niet in geïnteresseerd om voor de zoveelste keer te horen over de eisen die in de overeenkomst moeten worden opgenomen om deze voor Israël aanvaardbaar te maken.
Ondertussen heeft Lapid geprobeerd om een soort zinloze evenwichtsoefening uit te voeren. Aan de ene kant kondigde hij woensdag aan dat “[als] een [nucleaire] deal wordt ondertekend, het Israël niet verplicht” zich eraan te houden.
Tijdens een briefing met buitenlandse correspondenten in het kabinet van de premier in Jeruzalem, zei hij:
“De Iraniërs stellen opnieuw eisen; de onderhandelaars zijn bereid om opnieuw concessies te doen. Dit is niet de eerste keer dat dit gebeurt. De landen van het Westen trekken een rode lijn, de Iraniërs negeren die en de rode lijn verschuift.”
Hij verwees naar de reactie van Teheran op wat de Europese Unie vorige week het “definitieve ontwerp” van het akkoord noemde en zei tegen Iran: “slikken of stikken”.
Maar, zoals hij opmerkte:
“De Iraniërs zeiden, zoals altijd, niet: ‘Nee.’ Ze zeiden: ‘Ja, maar,’ en toen stuurden ze een eigen ontwerp, met meer veranderingen en eisen.”
Na een aantal redenen te hebben opgesomd waarom het op handen zijnde akkoord een “slecht akkoord” is, concludeerde hij:
“We zullen optreden om te voorkomen dat Iran een nucleaire staat wordt. Wij zijn niet bereid te leven met een nucleaire dreiging boven ons hoofd van een extremistisch, gewelddadig islamitisch regime. Dit zal niet gebeuren, omdat wij het niet zullen laten gebeuren.”
Aan de andere kant was hij verbaasd, en zelfs gepikeerd, over soortgelijke opmerkingen die op donderdag door Mossad-chef David Barnea werden gemaakt. Blijkbaar waren Barnea’s bewoordingen en toon niet naar zijn zin, omdat ze door het Witte Huis als te kritisch zouden kunnen zijn opgevat. Maar het enige wat Barnea deed was het akkoord een “strategische ramp” voor Israël noemen en verklaren dat de Verenigde Staten “zich in een akkoord storten dat uiteindelijk op leugens is gebaseerd”. Niets wat onwaar is. Maar Lapid maakt zich zorgen over het beledigen van Biden – en nog meer over het feit dat hij niet op Bibi wil lijken. Daarom vertelde hij de buitenlandse pers:
“We hebben een open dialoog met de Amerikaanse regering over alle zaken waarover we van mening verschillen. Ik waardeer hun bereidheid om te luisteren en samen te werken. De Verenigde Staten zijn en blijven onze nauwste bondgenoot, en president Biden is een van de beste vrienden die Israël ooit heeft gekend.”
Met vrienden als deze zou Lapid er goed aan doen om stemmen als die van Ziv buiten te sluiten en te luisteren naar Marom, die het “tijd kopen”-excuus verwierp. Volgens Marom zal Israëls legitimiteit om op te treden uiteenvallen, zodra een deal is ondertekend, dus het venster sluit zich snel. Op de vraag of hij bedoelde dat Israël daadwerkelijk een aanval op Iran zou moeten uitvoeren, was hij ondubbelzinnig. “Ja,” zei hij, terwijl zijn collega-panelleden hun kop net lang genoeg uit het zand haalden om er vol afschuw mee te schudden. Geen wonder dat Iran en zijn handlangers in de Palestijnse Autoriteit proberen een overwinning van Netanyahu in de komende Knesset-verkiezingen te blokkeren.
Ruthie Blum is een in Israël gevestigde journaliste en auteur van “To Hell in a Handbasket: Carter, Obama, en de ‘Arabische Lente'”.