Tacheles met Aviel – Morgen wordt het Offerfeest gevierd. Welk feest?

Tacheles, open en eerlijk geef ik mijn mening. Wie in Jeruzalem woont, kan de voorbereidingen van zijn Palestijnse buren volgen.

Door Aviel Schneider | | Onderwerpen: islam, Tacheles met Aviel
Tijdens het Offerfeest wordt er veel bloed vergoten in Arabische dorpen in het hele land, omdat iedereen om de haverklap zijn vee slacht. Voor de Westerse samenleving is deze cultuur gewoon te wreed. Foto: Abed Rahim Khatib / Flash90

Of het nu Jalal op kantoor is, Ahmed de slager, Ayad de taxichauffeur of andere collega’s en vrienden, alle moslims bereiden zich voor op het komende Offerfeest. Ze hebben me allemaal verteld dat ze minstens één schaap slachten om het brandoffer in de Koran te herdenken. Het begint allemaal morgen, want vier dagen lang vieren moslims over de hele wereld het Offerfeest Eid ul-Adha of ook wel Eid e-Qurban genoemd, het hoogste feest in de islam. In de Bijbel werd Isaak als brandoffer gebracht en in de Koran wordt gezegd dat dit zijn oudere halfbroer Ismaël was. De Ismaëlieten zijn de afstammelingen van Abrahams eerstgeboren zoon Ismaël, die wordt beschouwd als de stamvader van de Arabieren. Iedereen die dat wil kan hier het knelpunt tussen de Bijbel en de Koran zien.

Het Moslim Offerfeest wordt morgen afgesloten met de traditionele pelgrimstocht naar Mekka, de Hadj. Tijdens het Offerfeest herdenken moslims Abraham, die volgens de islamitische traditie in de Koran door God op de proef werd gesteld en slaagde. De Koran zegt dat Abraham bereid was om zijn zoon te offeren, maar de Koran noemt geen naam. Moslimexegeten interpreteren dat Abraham zijn eerstgeboren zoon Ismaël als brandoffer offerde en niet Isaak zoals in de Bijbel staat. Vroege moslimexegeten waren het oneens over Ismaël of Isaak. In principe is het onmogelijk om op basis van de Koran-tekst definitief vast te stellen welke zoon van Abraham bedoeld wordt, Isaak of Ismaël. Net als in de Bijbel verschijnt er in de Koran een dier dat de zoon op het laatste moment van de dood redt. Men spreekt van een schaap.

Koran:

“Toen deze de leeftijd had bereikt om met hem te kunnen lopen, zei hij: “O mijn lieve zoon, ik zie in mijn slaap dat ik je slacht. Kijk nu wat je daarvan vindt. Hij zei: “O mijn lieve vader, doe wat je bevolen wordt. Je zult mij, als Allah het wil, één van de standvastigen vinden.” (Soera 37:102)

Bijbel:

“Daarop nam Abraham het hout voor het brandoffer en legde dat op zijn zoon Izaäk.  Hijzelf nam het vuur en het mes in zijn hand. Zo gingen zij beiden samen. Toen sprak Izaäk tot zijn vader Abraham en zei: Mijn vader! Hij zei: Zie, hier ben ik, mijn zoon. Hij zei: Zie, hier is het vuur en het hout, maar waar is het lam voor het brandoffer? Abraham zei: God zal Zichzelf voorzien van het lam voor het brandoffer, mijn zoon. Zo gingen  zij beiden samen.” (Genesis 22)

Op de veemarkten worden schapen, lammeren, geiten en koeien geselecteerd voor het Offerfeest.

Gods beloften in de Bijbel gaan duidelijk via Abraham, Izaäk en Jakob naar het uitverkoren volk Israël, waaruit de Joodse Messias voortkomt. Voor christenen is Jezus, de Joodse Messias, al gekomen en zal hij terugkomen; voor het Joodse volk moet de Messias nog komen. Als ik deze Bijbelse belofte of dit verhaal aan Palestijnse moslims voorleg, kunnen ze er niets mee. Ook al respecteren ze de Bijbelse figuren als hun eigen profeten, Ismaël is hun slachtoffer. Daarom discussieer ik niet langer met mijn moslimvrienden over deze kwestie.

Zoals ik al vele malen heb besproken, zo kan men in de Hebreeuwse tekst van de Bijbel een verborgen debat vinden tussen God en Abraham waarin Abraham aan God vraagt welke zoon hij als brandoffer moet nemen, Ismaël of Isaak: “En God zei tot Abraham: Neem toch uw zoon (Abraham: Welke zoon, ik heb twee zonen), uw enige (Abraham: Ik heb twee enige zonen, Ismaël van Hagar en Isaak van Sara), die u liefhebt (Abraham: Ik heb ze beiden lief), Isaak.” Tot slot geeft God Izaäk een naam zodat Abraham er geen enkele twijfel over heeft en voegt er in hetzelfde vers aan toe: “Ga naar het land Moria en offer hem daar als brandoffer op een van de bergen die Ik u noemen zal.“. Jeruzalem, waar later de eerste en tweede tempel werden gebouwd en waar we vandaag de dag wonen. De scheiding tussen Israël en de volken in de familie van Abraham is vandaag de dag nog steeds zichtbaar. De familie van Abraham was geen gemakkelijke familie en we voelen vandaag de dag nog steeds de gevolgen van deze Bijbelse familie. Jeruzalem is ook geen gemakkelijke stad, hoewel het een Heilige Stad is. Maar het is echt niet gemakkelijk.

Palestijnen inspecteren een koe op de eerste dag van het Eid al-Adha festival in Rafah, in het zuiden van de Gazastrook.

Iedereen die rond de berg Moria woont en werkt, weet waar ik het over heb. Jeruzalem is een complexe stad, net zo complex als de bijbelse stichtersfamilie van Abraham, Isaak en Jakob. Desondanks wens ik mijn Palestijnse vrienden een gezegend feest voor het Offerfeest, in het Arabisch “Id Mubārak”. Maar Jeruzalem blijft onder Joodse heerschappij, één keer vanwege Izaäk op de berg Moria en een andere keer omwille van de vrede voor iedereen. “Ook jullie zijn veel beter af onder Israëlische heerschappij in Jeruzalem dan jullie moslimbroeders en -zusters rondom Israël,” zeg ik in één adem tegen mijn moslimvrienden.

En weet je wat, in de Bijbel (Genesis 21:14-21) wordt ook gesproken over een brandoffer door Ismaël. Dit is makkelijker voor te lezen in de Hebreeuwse Bijbeltekst vanwege de Hebreeuwse woorden en termen die parallel in het volgende hoofdstuk voorkomen bij het brandoffer van Isaak. Ik heb het makkelijker voor je gemaakt en de parallellen die herhaald worden in het brandoffer van Isaak dikgedrukt.

Toen stond Abraham ’s morgens vroeg op, nam brood en een zak met water, gaf die aan Hagar en legde die op haar schouder; hij gaf haar ook het kind [Ismaël] en stuurde haar weg. Zij ging op weg en dwaalde rond in de woestijn van Berseba. Toen het water uit de zak op was, wierp zij het kind onder een van de struiken. Zij ging op een afstand zitten, zo ver als men met een boog kan schieten, want zij zei: Laat ik het kind niet zien sterven. Terwijl zij op een afstand zat, begon zij luid te huilen. Toen hoorde God de stem van de jongen, en de Engel van God riep tot Hagar vanuit de hemel en zei tegen haar: Wat is er met u, Hagar? Wees niet bevreesd, want God heeft naar de stem van de jongen, die daar ligt, geluisterd. Sta op, til de jongen overeind en houd hem met uw hand goed vast, want Ik zal hem tot een groot volk maken. God opende toen haar ogen, zodat zij een waterput zag. Zij liep ernaartoe, vulde de zak met water en gaf de jongen te drinken. God was met de jongen en hij werd groot. Hij woonde in de woestijn en werd boogschutter. Hij woonde in de woestijn van Paran en zijn moeder nam een vrouw voor hem uit het land Egypte.”

Abraham staat vroeg op, Ismaël ligt onder een struik (altaar) waar hij zal sterven. Dan verschijnt er een engel die Ismaël redt, niet met een ram, maar met een waterput. Ismaël wordt ook door God gezegend.

Israel Today nieuwbrief

Dagelijks nieuws

Gratis in uw mailbox

Israel Heute Newsletter

Tägliche Nachrichten

FREI in Ihrer Inbox