Oekraïners schuilen in synagogen

Honderden niet-Joodse Oekraïners hebben hun toevlucht gezocht in synagogen: “Hier is het een veilige plek, de Russen zullen hier niet aanvallen.”

Door Yossi Aloni |
Zowel Joodse als niet-Joodse kinderen vinden onderdak in de kelder van een plaatselijke synagoge in Oekraïne.

In de stad Japruzza ontving de plaatselijke rabbi ongeveer honderd niet-Joodse Oekraïners met hun honden, katten en zelfs een aquarium met vissen: “Jullie lot is ook ons lot”, zei hij.

Rabbijn Nahum Aarantroy is de rabbijn van de stad Japruzza in het zuidoosten van Oekraïne, die nu in de vuurlinie ligt. “We horen de hele tijd het geluid van explosies. Na Charkov zullen de Russen onze stad binnenvallen. Ik ben thuis of in de synagoge, dus ik neem geen risico’s. We zitten in een oorlogsgebied. Ik ben thuis met mensen van de gemeenschap en in de synagoge zijn er drie tot vierhonderd mensen die samengepakt bij elkaar zitten, de meesten van hen Joden, maar ook niet-Joden die ons smeekten om de synagoge te openen omdat we een schuilkelder hebben – het is niet officieel een schuilkelder maar een kelderverdieping bedekt met beton.”

Sinds het begin van de gevechten hebben tientallen niet-Joodse Oekraïners die asiel zochten, op de poorten van de synagoge geklopt. “Dit is een synagoge en de Russen zullen deze plaats geen kwaad doen,” legden zij uit in hun verlangen zich bij de Joden te voegen.

De gemeente kon de niet-Joodse Oekraïners niet afwijzen. In de synagoge werden ongeveer honderd niet-Joden opgevangen die kwamen met hun honden, katten, en zelfs een klein meisje dat kwam met een aquarium met haar vissen. “Ik voelde me een beetje als Noach in de ark,” grapte de rabbijn, ook al geeft hij toe dat de sfeer rondom meer weg heeft van hysterie.

De Oekraïners denken dat de Russen geen synagoge zullen aanvallen en smeken de plaatselijke Joden om onderdak.

“Er is iets met de synagoge dat de mensen kalmeert. Ze brengen kinderen mee, baby’s zelfs. Door in een kelder te zijn en een gesloten plek zijn ze meer ontspannen. We proberen ze te kalmeren. We hebben eten voor ze gemaakt. Ik zei hen dat het geen schuilkelder was – ze zeiden dat het niet uitmaakte en dat je niets zou overkomen omdat het een synagoge is. We hebben genoeg eten ingeslagen. We hebben veel voedsel gekocht – en hopen dat het zal volstaan. Het geluid van explosies is op allerlei plaatsen in de stad te horen. Ik sta in contact met Joden uit alle hoeken van de stad. Soms zijn er hardere explosies. De Russen proberen het vliegveld binnen te komen – ik sta in contact met de veiligheidsdiensten en het is ze niet gelukt.”

Aarantroy zegt dat Oekraïne vastberaden is om te vechten. “Vandaag, een paar uur geleden, begon men hier wapens uit te delen aan iedereen in de stad die dat wilde en die een identiteitskaart had. Een paar dagen geleden zou ik gezegd hebben dat ik vreesde dat de Oekraïners niets konden doen, maar nu is er een vechtlust en een sterke eenheid, en ze leveren een vastberaden strijd. Ik kan niet zeggen wat er uiteindelijk zal gebeuren. Mijn grootste angst is dat zodra de Russen zien dat ze worden afgeslagen, er een situatie kan ontstaan – waarin ze burgers gaan raken en van bovenaf lukraak gaan bombarderen, burgers en gebouwen. Ten tweede zouden ze met tanks en artillerie kunnen binnenvallen en onschuldige burgers doden. Niet-Joden zien dat we allemaal in hetzelfde lot delen. Ik zei hen dat we zouden doen wat we konden om hen te helpen.”

Rabbijn Aarantroy ging ook in op verzoeken van ziekenhuizen en stuurde medische uitrusting die de Joodse gemeenschap had verzameld in het kader van de oprichting van een hulpmechanisme van de Europese Rabbijnse Vereniging in de stijl van “Yad Sarah”, een Israëlische non-profitorganisatie die medische uitrusting zoals wandelstokken en rollators verstrekt aan mensen in nood. “We hebben de uitrusting naar de ziekenhuizen gestuurd. We kregen verzoeken van mensen die uit de vuurlinie kwamen. Ik zei tegen de Oekraïners: hun lot is ons lot en daarom zullen wij helpen.”

De kelders van de plaatselijke synagogen raken overvol.

Rebbetzin Miriam Moskowitz, een vertegenwoordiger van Chabad (De wereldwijde organisatie van de Lubavitcher Chassidiem) in Charkov, bevond zich met haar man in de frontlinie van de gevechten. “Nu zijn we op de heetste plek in Oekraïne. Op de achtergrond hoor je dreunen. Vanaf donderdag kon je de bommen horen, maar het was aan de ingang van de stad. Er waren geen sirenes. Er werd hevig gevochten. Ik had niet verwacht dat het zo moeilijk zou zijn om de stad binnen te komen. De hele zaterdag waren we in de synagoge. Sommige mensen hebben daar vanaf het begin geslapen. Op Shabbat waren we met 150 mensen. We waren de hele tijd aan het bidden. We dansten in de synagoge. Er is een kelder en de keuken is de hele tijd in gebruik – niet alleen voor Joden. Er zijn ook niet-Joodse mensen – we vragen niet wie er komt. Wat er gebeurde was dat ’s morgens de Russische tanks de stad begonnen binnen te trekken en om 7 uur ’s morgens zei iemand dat hij rook zag in de richting van de synagoge. Ik zag dat bij het grote winkelcentrum dat vlak bij de synagoge ligt, een Russische tank in brand stond. Een half uur later kwam er een niet-Joodse familie naar ons toe wier huis in brand stond en die nergens konden wonen. De rabbi nodigde hen uit in de synagoge. De hele dag kregen we verzoeken van Joden. Een vrouw die naast een groot gebouw van negen verdiepingen woont dat midden in de nacht door een raket was getroffen – belde huilend op om haar naar de synagoge te brengen. Maar ze zeiden tegen iedereen dat ze niet naar buiten mochten gaan. Je hoort de hele tijd schoten en booms. We zeiden haar dat als het rustiger zou worden, we haar naar de synagoge zouden brengen, en dat was dat.”

“We willen dat het rustig is. We willen dat ieders gebeden een groot wonder veroorzaken en dat het vandaag ophoudt. Het is al te lang aan de gang. Het is moeilijk te geloven dat je in onze tijd zoiets ziet. We verlieten de synagoge op vrijdag bij het begin van de Shabbat. Het was helemaal donker. Mijn dochter zei: ‘Het lijkt de Holocaust wel.’ Ik zei haar dat we het niet over de Holocaust hadden – en dat het uiteindelijk goed zal aflopen. Maar we hebben wonderen nodig, en wel heel snel!”

Rabbijn Simcha Levenhertz is de zoon van een Chabad lid in Kiev. Hij leidt een Joodse school met bijna vierhonderd Joodse leerlingen. Een bloeiende gemeente. Donderdag werd hij gewekt door het geluid van explosies en luchtalarmsirenes.

Simcha, een kersverse vader met een 4 maanden oude baby, besloot snel te vertrekken naar de stad Poltava, een afstand van 300 kilometer ten oosten van Kiev in de richting van Rusland. Ze zijn nu anderhalf uur van Charkov verwijderd. “Een jonge Joodse man kwam naar Poltava en werd gerekruteerd in het leger en vocht hij een paar dagen aan de frontlinies. Vandaag kreeg hij voor een paar uur vrij en als eerste belde hij ons en zei dat hij naar het Chabadhuis wilde komen om de tefillien (gebedsriem) te leggen. Hij staat echter onder grote druk om gelijk weer om terug te gaan naar het front. Het was een heel ontroerend moment, om een Joodse soldaat te zien die begrijpt wat hem echt steunt.”

Ondertussen zitten op de Joodse school in Kiev zo’n honderd mensen in de kelder. Ook daar kwamen niet-Joodse buren huilend en letterlijk smekend vragen om onderdak. Ze hebben een zware zaterdag achter de rug met beschietingen. “Niemand heeft een keus, iedereen kruipt bij elkaar. Er is geen plek voor iedereen om te gaan liggen. Ze zorgen ervoor dat de kinderen kunnen slapen. De kinderen zijn getraumatiseerd. De ouders kruipen om beurten op stoelen. Er is nog voedsel, maar dat raakt op.”

Israel Today nieuwbrief

Dagelijks nieuws

Gratis in uw mailbox

Israel Heute Newsletter

Tägliche Nachrichten

FREI in Ihrer Inbox