De Nederlandse regering heeft dinsdag bekendgemaakt dat op 22 september 2026 een verbod op de invoer van Israëlische goederen uit Judea, Samaria en de Golanhoogten van kracht wordt.
Opzettelijke overtredingen worden beschouwd als een strafbaar feit en kunnen leiden tot een gevangenisstraf van maximaal zes jaar of een boete van maximaal 103.000 euro. Dit blijkt uit het besluit dat is gepubliceerd in de Staatscourant.
Het verbod vloeit voort uit een regeringsplan dat in mei werd gepresenteerd en dat de verkoop verbiedt van producten die de Nederlandse regering beschouwt als afkomstig uit ‘illegale Israëlische nederzettingen’. Zo noemen zowel de Nederlandse regering als de Europese Unie Israëlische plaatsen in Judea, Samaria en de Golanhoogten. Israël verwerpt deze benaming.
Volgens het Israël Producten Centrum (IPC) uit Nijkerk, dat verbonden is aan Christenen voor Israël, zal het verbod in de aangekondigde vorm waarschijnlijk slechts beperkte gevolgen hebben voor de bilaterale handel met Israël.
Sommige Nederlandse voorstanders van Israël uiten echter de vrees dat het verbod later zou kunnen worden uitgebreid naar Israëlische bedrijven met vestigingen in de betreffende gebieden – waaronder alle grote Israëlische banken en talrijke andere belangrijke bedrijven.
Ronny Naftaniel, voormalig voorzitter van de Centrale Joodse Raad van Nederland, bekritiseerde het besluit als een buitensporige inbreuk op de vrijhandel en als een daad van hypocrisie.
‘Het is bizar dat de Nederlandse invoer uit Iran (ongeveer 37 miljoen euro in 2025) en onze export naar dat land ter waarde van maar liefst zo’n 600 miljoen euro in 2025 gewoon doorgaan, ondanks het bloedbad onder ten minste 40.000 Iraniërs op 8 en 9 januari’, schreef hij woensdag op Facebook. Het verbod ‘moet een moreel signaal afgeven, maar als het Nederland daadwerkelijk geld kost, sluiten we onze ogen’, voegde hij eraan toe.
Het Israël Producten Centrum, de grootste Nederlandse importeur van producten uit Judea en Samaria, zou de invoer van ongeveer 20.000 flessen wijn, die jaarlijks in Judea, Samaria of de Golanhoogten worden ingekocht, moeten stopzetten. Deze wijn, met een inkoopwaarde van circa 100.000 euro, maakt volgens Roger van Oordt, voormalig directeur van Christenen voor Israël en huidige honorair consul voor Israël in Nederland, drie tot vijf procent uit van de totale import van het IPC.
Christenen voor Israël, tegenwoordig onder leiding van zijn broer Frank van Oordt, veroordeelde het verbod als immoreel, onpraktisch en schadelijk voor zowel Palestijnen als Joden in de betwiste gebieden.
Pieter van Oordt, een andere broer van Roger en Frank en directeur van het Israël Producten Centrum, zegt dat de klanten van zijn bedrijf de krachten hebben gebundeld om de bestaande voorraad, waarvan de verkoop vanaf 22 september illegaal zou zijn, op te kopen. Ongeveer twee derde van de voorraad is al verkocht, schreef hij in een artikel dat dinsdag door Christenen voor Israël werd gepubliceerd.
‘Ik wil onze supporters die de afgelopen tijd in grote getale aankopen hebben gedaan hartelijk bedanken’, zei hij. ‘Ik wil de mensen aanmoedigen om ook de resterende producten te kopen.’
Roger van Oordt had eerder deze maand al tegen JNS gezegd dat in een tijd dat de vijanden van Israël oorlog voeren tegen de Joodse staat, ‘Nederland sancties instelt die economisch gezien nauwelijks gewicht in de schaal leggen, maar wel een pijnlijke en krachtige boodschap afgeven.’
Christenen voor Israël werd in de jaren zeventig opgericht door zijn vader Karel van Oordt.
‘Dezelfde krachten van hoogmoed, valsheid en afgunst jegens het Joodse volk komen opnieuw tot uiting in een ongekende haat tegen Israël’, voegde Roger van Oordt eraan toe.
De Nederlandse regering treedt al sinds 2019 op tegen Christenen voor Israël, om de aankopen van de organisatie vanuit Judea en Samaria te beperken.
Vorige maand kondigde Noorwegen een verbod aan op goederen uit Judea, Samaria en de Golanhoogten. Spanje, België en Slovenië hadden vorig jaar al een dergelijk verbod aangekondigd. Slovenië heeft het verbod inmiddels weer opgeheven. Het Ierse parlement keurde op 7 juli een wet goed die deze producten verbiedt.
Bron: JNS