Mijn vlucht uit Iran

Een inlichtingenofficier van de IDF vertelt over de ongelofelijke ontsnapping van zijn familie uit de Islamitische Republiek, en hoe hij ernaar verlangt Iran te zien terugkeren naar zijn oude zelf.

Door Jewish News Syndicate (JNS) | | Onderwerpen: Iran
IDF majoor M. Foto: Oren Cohen via JNS

Majoor M. was nog maar drie jaar oud toen hij samen met zijn vader en oudere broers en zussen Iran ontvluchtte. Ze riskeerden hun leven om Israël te bereiken, via een lange omweg. Zijn acclimatisatie in het land was ruw – totdat hij in het leger ging. Het was in de Inlichtingendienst waar hij zijn roeping vond, eerst als Perzisch taalanalist in Unit 8200, en daarna, gedurende de laatste zeventien jaar, als opleider van de volgende generatie inlichtingenpersoneel.

Het land dat hij ontvluchtte speelt nog steeds een grote rol in zijn leven en dat van zijn familie. Hij ziet zichzelf met een dubbele missie: Israël helpen zijn grootste vijand te bestrijden en het Iraanse volk helpen te ontsnappen aan de klauwen van het tirannieke regime in Teheran.

“We begrijpen wat Iran is. We weten wat zijn bedoelingen zijn. Vanuit mijn perspectief zijn we Iran aan het redden en proberen we het te helpen om terug te keren naar wat het ooit was. Ik zou graag teruggaan voor een bezoek, maar Iran is niet langer mijn land. Israël is mijn thuis,” zei hij.

M. werd geboren in 1985, als jongste van drie kinderen. Zijn vader was een hoge functionaris in een van de veiligheidsapparaten van de Sjah. Na de Islamitische Revolutie van 1979 ging zijn vader ondergronds en werkte hij in de medische dienstverlening.

“Iedereen die voor de veiligheidsdiensten van het vorige regime had gewerkt, werd vervolgd,” zei M. “Als je werd gepakt, werd je opgehangen op het stadsplein.”

Demonstratie in Iran op 8 september 1978. De zin op het bord luidde: “Wij willen een Islamitische regering, geleid door Imam Khomeini.” (Foto: Islamic Revolution Document Center via Wikimedia Commons)

De familie probeerde een normaal leven te leiden, maar vond het te moeilijk. “Het was ons zelfs verboden om te zingen, en als we al zongen, dan alleen bepaalde liederen. Op Joodse scholen bekeerden sommige kinderen zich tot de islam. Wat ons op de been hield was onze familie, die in Iran bleef, en dus bleven we achter,” zei M.

“Mijn vader sprak de hele tijd over alijah maken naar Israël. Hij brak toen mijn broer terugkwam van school en hem liet zien wat hij had geleerd: Koran Surah. Hij hoorde dat en zei: ‘Genoeg, ik kan hier niet meer mee doorgaan. Ik laat onze Joodse traditie en alles wat ik mijn kinderen heb geleerd, niet op niets uitlopen.'” Maar M.’s moeder wilde haar familie niet achterlaten. Uiteindelijk, na veel ruzies, scheidden zijn ouders.

“Mijn vader zei tegen haar dat als ze wil blijven dat kan, maar dat hij zijn kinderen niet hun leven wilde laten vergooien in Iran. Achteraf gezien had hij natuurlijk gelijk,” zei M. Na de scheiding nam zijn moeder het bezit en zijn vader de kinderen.

Op de vlucht

“Denk er eens over na, een 35-jarige man alleen met drie kinderen. Het is gekkenwerk. En het is niet zo dat je gewoon naar de ambassade gaat, een visum regelt en op een vliegtuig stapt. We moesten regelen dat we het land uit gesmokkeld werden – we wisten niet eens wanneer dat zou gebeuren. Er werd je verteld dat je binnen een bepaalde tijd klaar moest zijn en dat je alleen mee mocht nemen wat je kon dragen.”

M.’s grootouders besloten ook te vluchten. Zijn grootvader bleef nog wat langer achter om zich van zoveel mogelijk bezittingen te ontdoen, zodat ze niet met lege handen aan het leven in Israël te beginnen. M. vertrok met zijn grootmoeder, zijn vader en zijn broers en zussen. De smokkeloperatie werd uitgevoerd door wat hij een “terreurorganisatie” noemt, die een gemakkelijke manier had gevonden om geld te verdienen door Joden over de lange grenzen van Iran te smokkelen.

“Op een sjabbatavond klopten ze op onze deur, identificeerden zichzelf en zeiden dat we onmiddellijk moesten vertrekken. We stapten op een vrachtwagen met andere mensen, ook Joden, en we vertrokken.”

Ze reisden licht, zei M. “Mijn grote zus nam een paar souvenirs van onze moeder mee, en wij namen wat kleren, wat sieraden, en wat geld dat mijn vader bij elkaar had gelegd. Ze namen een stuk speelgoed voor mij mee, en dat was het.”

De vrachtwagen leidde hen naar het oosten van Iran. Toen ze de grens bereikten, zei de chauffeur dat ze uit moest stappen, omdat ze te veel lawaai maakten en daarmee het leven van de andere passagiers in gevaar konden brengen.

“We waren bang en we begonnen te voet door de woestijn te rennen. Mijn grootmoeder, die al heel oud was, mijn vader met mij op zijn schouders en mijn broer en zus. Ik herinner me dat ik hem zei dat ik het koud had en hij zei: ‘Leg je handen op mijn lichaam en je zult het warm krijgen.’

“Het was pikdonker en op een gegeven moment vielen alle souvenirs die mijn zus van onze moeder had meegenomen in een ravijn. De smokkelaars drongen er de hele tijd op aan dat we snel zouden gaan, omdat ze bang waren dat de Iraanse grenspolitie zou opduiken en ons zou arresteren. Toen we stopten om te eten, stak iemand van de groep een vuurtje aan en de rook verraadde ons. De smokkelaars besloten de mannen en de vrouwen op te splitsen. De mannen namen een route als afleiding en de vrouwen gingen een andere kant op. De Iraniërs achtervolgden de mannen; ze begonnen te schieten en mijn vader liep hoofdwonden op.

“De smokkelaars maakten gebruik van het feit dat de mannen waren vertrokken en bevalen alle vrouwen om op de grond te knielen. Het was de meest traumatische ervaring die ik me herinner,” vertelde M. “Alle vrouwen zaten op hun knieën en de smokkelaars gingen één voor één elke vrouw langs en vroegen hen wat ze hun zou geven. Als een vrouw hen geen geld of juwelen gaf, schoten ze haar door het hoofd. Wij waren een van de laatsten en mijn vader, die in de andere groep zat met de mannen, had al ons geld. Toen ze mijn grootmoeder bereikten, begon ze aan haar haren te trekken en te schreeuwen dat ze kleine kinderen bij zich had. Toen zag een rijke vrouw die op weg was naar de Verenigde Staten mij, een kleine jongen, en betaalde voor ons,” vervolgde hij.

“Veel mensen die Iran ontvluchtten, verdwenen onderweg. Niemand weet wat er met hen gebeurd is. Maar die vrouw heeft ons gered. Toen we mijn vader weer tegenkwamen, betaalde hij de vrouw terug. Ik herinner me dat ik hem zag met een verband om zijn hoofd, en hij bloedde. … We bereikten de oostelijke grens en ze stopten ons in een zandhuisje en vandaar gingen we verder naar een herberg in een andere stad. We gingen niet naar buiten, want als je gepakt werd, kon je teruggestuurd worden naar Iran en als je terugging naar Iran was je dood.”

De familie van M.s wachtte twee maanden in de herberg.

Maar “mijn grootmoeder had nierstenen en mijn vader besloot dat het genoeg was,” zei M. “Hij greep de leidinggevende vast en zei hem dat als we nu niet weggingen dat hij dan zijn arm zou breken. Dat was de enige manier waarop het daar werkte. Mensen betaalden geld om als eerste in de rij te staan. Dus mijn vader moest wel een beetje herrie schoppen om ons weg te sturen.”

Begin 1988 vertrok het gezin naar Europa, en vandaar naar Israël.

In Israël

“Toen we in Israël landden, namen ze mijn vader mee naar een zijkamertje voor ondervraging vanwege zijn verleden bij de staatsveiligheidsdiensten. Ik had mijn schoenen in het vliegtuig verloren en liep dus op blote voeten rond op het vliegveld. Intussen wachtten mijn ooms buiten op ons tot mijn vader werd vrijgelaten. Ik neem aan dat hij een tijdje werd gevolgd totdat men begreep dat hij geen Iraanse agent was,” zei M.

M.’s familie werd naar een absorptiecentrum gestuurd. Zijn vader stond erop dat ze naar Ashdod werden gestuurd omdat zijn broers daar woonden.

“Ik kende geen woord Hebreeuws. Mijn vader wist een klein beetje omdat hij Thora had gestudeerd in Iran, maar verder sprak niemand van ons Hebreeuws. We woonden met z’n vieren in een kleine kamer; zelfs mijn zoon heeft tegenwoordig een grotere kamer. Toch was het, vanuit mijn standpunt gezien, een heel gelukkige periode.”

Uitzicht op de zuidelijke Israëlische stad Ashdod, 4 augustus 2021. (Foto: Nati Shohat / Flash90)

M.’s grootmoeder woonde in het absorptiecentrum tot zijn grootvader enkele maanden later uit Iran vluchtte en met haar naar een ander absorptiecentrum in Ashdod verhuisde.

“Mijn zus moest het huishouden doen; zij kookte en maakte schoon, mijn vader deed klusjes in fabrieken en draaide daar nachtdiensten. Mijn zus zorgde voor ons, maakte eten voor ons klaar, strijkte de kleren van onze vader voor het werk,” zei M.

Het kostte hem jaren om zich aan zijn nieuwe land aan te passen, legde hij uit. “Ik denk dat ik nooit helemaal aan Israël heb kunnen wennen tot ik 18 was, toen ik werd opgeroepen voor het leger,” zei hij. Hij herinnert zich een eenzame jeugd. Vanwege de taal, de cultuur en de identiteit. “Ik was een beleefd kind en een goede leerling, maar ik had nooit vrienden, behalve één andere jongen: een Ethiopiër met wie ik optrok. Het was geen gemakkelijke tijd. Kinderen pestten me. Ik was een naïef en vreemd kind, een makkelijk doelwit,” zei hij.

Zijn vader stond er ook op dat de familie hun Perzische cultuur behielden. “Alles om ons heen was Perzisch. We keken naar Perzische films en we aten Perzisch eten. Mijn zus trouwde op haar 18e, net als in Perzië,” zei M. “Ik houd ook een Perzisch huis. Ook al is mijn vrouw Israëlisch, ik spreek alleen Perzisch met mijn kinderen, die volledig Israëlisch zijn. Ik denk dat het verkeerd voor hen is om hun culturele identiteit te verliezen. Afgezien daarvan is het belangrijk om andere talen te leren; het ontwikkelt hen cognitief. Perzisch is een mooie en rijke taal. Engels … leren ze toch wel op school, dus laat ze nu maar Perzisch leren,” zei hij.

Op een dag, toen ze in het opvangcentrum woonden, zag M.’s vader een familie die hij kende en die net uit Iran was aangekomen. “Ze zaten op straat en huilden. Hij ging naar hen toe en vroeg wat er gebeurd was. Ze zeiden dat ze in een vrachtwagen waren aangekomen en op straat waren achtergelaten en dat ze geen idee hadden wat ze moesten doen. Mijn vader nam hen mee naar de kantoren van het opvangcentrum en regelde een kamer voor hen.” Dat gebaar van vriendelijkheid zou verstrekkende gevolgen hebben voor M.’s familie.

“Een van de meisjes uit dat gezin, Esther, die 18 of 19 jaar was, kwam altijd naar ons huis om ons te helpen met het huishouden. Zij en mijn vader werden verliefd, maar hij vertelde haar dat hij 35 was met drie kinderen en dat hij niet de juiste voor haar was. … Ze bleef aandringen, ook al was haar moeder ertegen. Haar moeder had geprobeerd Esther thuis op te sluiten, ze verbood haar om ons te komen bezoeken,” zei M.

“Toen dat niet hielp, werd Esthers broer erop uitgestuurd om mijn vader te confronteren. Er ontstond een rel op straat, met alles in het Perzisch, en de politie werd gebeld. Ze begonnen iedereen te ondervragen … en toen zeiden ze tegen Esthers moeder: ‘Uw dochter is al achttien, ze kan zelf beslissen om te gaan wonen bij wie ze wil en waar ze wil.’ Haar moeder zei tegen haar: ‘Als je bij hem intrekt, verbreken we alle banden met je en ben je niet langer onze dochter.’ En dat is wat er gebeurde. Esther verliet haar familie om bij mijn vader en bij ons te zijn. Ze trouwden en kregen twee kinderen, die mijn broers zijn,” voegde hij eraan toe.

De IDF jaren

Toen hij de leeftijd voor de dienstplicht bereikte, vroeg hij om te mogen dienen in Unit 8200, de SIGINT-eenheid (Signals Intelligence) van de IDF Inlichtingendienst, waar zijn oudere broer ook had gediend. Hij volgde een inlichtingencursus en diende daarna als monitor in het Perzisch, zijn moedertaal. Hij hield zich alleen bezig met de Iraanse arena, die belangrijk begon te worden. Dat was in 2004-2005.

“Toen we begonnen te begrijpen dat er een grote kloof was in ons begrip van de nucleaire kwestie, moesten we die dichten, en vanaf dat moment werden er middelen ingezet op de Iraanse kwestie,” legde hij uit.

Unit 8200 is een eenheid van de Israëlische Inlichtingendienst van de IDF die verantwoordelijk is voor het verzamelen van signaalinformatie (SIGINT) en het ontcijferen van codes. (Foto: FIDF)

“Ik zat in een afdeling die zich bezighield met het Iraanse nucleaire project en met hun conventionele en onconventionele wapens. Dat was een van de belangrijkste periodes in mijn leven. Ik had te maken met projecten waarvan ik wou dat ik erover kon praten, dingen waarvan ik eerst nog dacht dat ze alleen in films bestonden,” zei hij.

Na twee en een half jaar aan de operationele kant, stond M. erop om instructeur te worden. “De cursus die ik volgde nadat ik was opgeroepen was niet goed. Ik wilde terugkomen en alle fouten die met ons waren gemaakt meenemen en de dingen anders en beter doen. Ik begreep dat intelligentie belangrijk is, maar de kern is hoe je mensen traint.”

Leden van IDF Unite 8200’s operationele arm trainen in het veld. (Foto: Moshe Shai / Flash90)

Hij kreeg onlangs een onderscheiding van het hoofd van de Militaire Inlichtingendienst voor een project dat hij ontwikkelde over slimme klaslokalen die werden ingevoerd in het trainingsregime van het Inlichtingenkorps.

“De klaslokalen waren niet geschikt voor ons huidige tijdperk. We creëerden een nieuwe trainingsomgeving en we introduceerden multimediaplatforms en -technologieën. We veranderden de manier waarop studenten leren naar een omgeving waarin ze een heel andere ervaring krijgen en waar het leuk is om te leren,” zei hij.

M. leidt al vele jaren Perzisch-sprekenden op voor inlichtingenwerk. Hij werd officier en behaalde een graad, maar besloot op het gebied van training te blijven, wat volgens hem de sleutel is tot het verzekeren van de kwalitatieve voorsprong van de Israëlische inlichtingendienst.

Hoewel er in Israël “nog heel wat jongeren” zijn die Perzisch van huis uit kennen, “hebben wij voor degenen die dat niet kennen, methodologieën ontwikkeld die ons in staat stellen hen te onderrichten,” zei hij.

“We leren hun niet alleen de taal uit een boek, maar ook tradities en cultuur, zelfs de Perzische feestdagen. We zorgen ervoor dat ze verliefd worden op het vak en op de taal,” legde hij uit.

‘Mijn moeder was een vreemde’

Getrouwd met Chen en vader van Aviv (4 jaar) en Shaked (1,5 jaar), woont M. in Beer Yaakov. Zijn moeder hertrouwde in Iran en kreeg twee kinderen. Ze hielden geen contact meer met haar nadat de familie alijah had gemaakt, zegt M.

“Een keer belden we het nummer van ons oude huis. Ik herinner het me alsof het gisteren was; ik was misschien zeven. We zaten op het bed te wachten om met haar te praten. Iemand nam de telefoon op, en we zeiden tegen haar: ‘Moeder, hoe gaat het met je,’ en ze zei: ‘Je bent in de war, je hebt een verkeerd nummer,’ en hing op.”

Nieuwe woongebouwen in Beer Yaakov, 26 maart 2020. (Foto: Flash90)

Zijn familie gelooft dat ze bang was en “geen risico’s wilde nemen,” zei hij.

Uiteindelijk, nadat het grootste deel van de familie Iran had verlaten, besloot M.’s moeder ook te vertrekken. Ze probeerde in contact te komen met haar kinderen, maar M., die toen achttien was, weigerde met haar te praten.

“Ik was erg gekwetst door haar. Mijn broers en zussen spraken wel met haar, maar ik wilde dat niet. Zes jaar later kwam ik op een dag thuis uit het leger. Mijn broer stond op het punt om te trouwen en mijn vader zei: ‘Luister, je moeder is hier in Israël op bezoek, ga haar opzoeken.’ Ik ging naar haar toe met mijn broers en zussen. Mijn zus ging naar binnen, ze omhelsden en huilden; mijn broer ging naar binnen en hetzelfde gebeurde. Ik ging naar binnen en glimlachte alleen maar, omdat ik niet echt gevoelens voor haar had. Vanuit mijn perspectief was ze een vreemde. Ze had me niet meer gezien sinds ik drie jaar oud was en de volgende keer dat ze me zag was ik in uniform,” zei hij.

Maar in de loop der jaren zijn de twee erin geslaagd om de kloof tot op zekere hoogte te overbruggen, voegde hij eraan toe.

“Vandaag zijn we veel hechter. We hebben contact gehouden, ook al heeft ze mijn kinderen, haar kleinkinderen, nog niet gezien. Nu proberen we haar over te halen alijah te maken,” zei hij.

Eerste Iran, Tweede Iran

De manier waarop M. het land Iran ziet, verschilt sterk van de manier waarop de gemiddelde Israëliër het ziet. Zijn kijk op het land is genuanceerd. “Net zoals mensen hier spreken over het ‘Eerste Israël’ en het ‘Tweede Israël’, is er ook een eerste Iran en een tweede Iran. Jonge mensen willen anders leven. Ze zijn heel actief op sociale netwerken. Je ziet veel rijke kinderen, die feesten en een volledig westers leven leiden. En dan zijn er ook nog de armen,” zei hij.

Hij benadrukte ook dat, hoewel de meeste Joden Iran hebben verlaten, het Iraanse regime geen probleem heeft met Joden als zodanig. “Er is veel misverstand over deze kwestie. Het Iraanse regime heeft een probleem met de staat Israël, niet met Joden,” zei hij. “De Joden leven in een gesloten gemeenschap die zijn leven gewoon voortzet. Ze hebben zelfs koosjer voedsel en mensen gaan naar de synagoge. Zolang ze zich niet uitspreken tegen het regime of daartegen ageren, is er niets aan de hand,” voegde hij eraan toe.

Wat de toekomst van Iran betreft, gelooft M. dat er een kans is dat de dingen op een dag anders zullen zijn.

“De geschiedenis bewijst dat zulke dingen kunnen gebeuren. Neem de ‘Arabische Lente’. Voormalig Egyptisch president Hosni Mubarak, had iemand gedacht dat Mubarak kon vallen? Er is hier sprake van een evolutie. Dingen zijn aan het veranderen. De wereld is aan het veranderen. Het zou ook in Iran kunnen gebeuren,” zei hij.

Hij zou “heel graag” naar Iran terugkeren voor een bezoek en twijfelt er niet aan dat alle Joden die het land hebben verlaten er net zo over denken. “Het is een ongelooflijk land, met een ongelooflijke natuur en uitzicht,” zei hij.

“Toch, als ik mijn vader vraag of hij het allemaal opnieuw zou doen, alleen naar Israël komen met niets, met drie kleine kinderen, antwoordt hij: ‘Absoluut, ja. Israël is ons thuis,” voegde hij eraan toe.

Zijn vader, zegt M., “voelt pijn dat het land waar hij van houdt, waar hij is opgegroeid, gek is geworden. Het radicale regime, de uit de hand gelopen inflatie en het drugsprobleem onder de jongeren. Hij zou graag een ander Iran zien.”

M. herinnert zich dat de laatste keer dat zijn moeder op bezoek kwam, hij haar meenam om zijn cadetten te ontmoeten. “Ik vertelde hen mijn levensverhaal en ze waren geschokt. Ze hadden tranen in hun ogen. En toen stelde ik ze aan mijn moeder voor. Dat was in Jeruzalem, ze had de Westelijke Muur gezien en soldaten die op een sjabbatavond in uniform zaten en Israëlische liederen zongen. Ze zei tegen me: “Het is het beste wat me is overkomen, om je zo te zien. Het spijt me dat ik niet met je mee ben gegaan. Ik heb een fout gemaakt.”


Dit artikel verscheen eerst in Israel Hayom

Israel Today nieuwbrief

Dagelijks nieuws

Gratis in uw mailbox

Israel Heute Newsletter

Tägliche Nachrichten

FREI in Ihrer Inbox