Ik ben momenteel in Israël, waar het nationale debat over de justitiële hervorming nog steeds woedt. Beide partijen hebben sterke argumenten en iedereen hecht sterk aan de eigen mening.
Het doet me denken aan het oude verhaal van de rabbijn die een echtpaar begeleidde waarvan het huwelijk uit elkaar was gevallen. Hij luisterde naar de vrouw en zei heel gevoelig: “U hebt gelijk”. Daarna luisterde hij naar de man en antwoordde met hetzelfde mededogen: “U hebt gelijk.” De vrouw van de rabbi vroeg toen: “Hoe kunnen ze allebei gelijk hebben?”
De wijze rabbi zei tegen zijn vrouw: “U hebt ook gelijk!”
Enkele jaren geleden hoorde ik rabbijn Manis Friedman een anekdote vertellen over een man die zijn vriend aan de telefoon tegen zijn vrouw hoorde zeggen: “Drop dead!” (“Val dood!)”
“Hoe kun je zo tegen je vrouw praten?” vroeg hij. De vriend glimlachte en zei: “Ze vroeg me net of haar nieuwe jurk mooi was, en ik antwoordde: ‘Ja, drop dead‘. Drop dead heeft in het Engels twee betekenissen.
Het kan gevaarlijk zijn slechts de helft van een gesprek te horen en daaruit conclusies te trekken. Ik kan het aantal keren niet tellen dat ik verhalen over anderen heb gehoord die ik niet wilde geloven, maar die bij nader inzien een ernstige verdraaiing of een compleet verzinsel bleken te zijn. Ik weet zeker dat we allemaal soortgelijke ervaringen hebben gehad.
In de tweede Toralezing van deze week, Kedoshim, lezen we de woorden betzedek tischpot amitecha – “Je zult je naaste rechtvaardig beoordelen”.
Rashi, de meest eminente Bijbelse commentator, gaf eerst een eenvoudige analyse van deze zin: Rechters moeten rechtvaardig oordelen zonder zich te laten leiden door andere overwegingen. In feite is de volledige naam van een beth din (“huis van de wet”) beth din tzedek (“huis van de rechtvaardige wet”). Met andere woorden, de wet moet rechtvaardig, eerlijk en objectief zijn – anders is de rechtbank zelf niet rechtvaardig.
Maar dan komt Rashi met een tweede interpretatie die niet alleen relevant is voor de rechterlijke macht, maar voor ons allemaal: “Een andere uitleg is: oordeel je naaste welwillend.” Dat wil zeggen: geef iedereen het voordeel van de twijfel.
De morele verplichting om mensen welwillend te beoordelen door hen het voordeel van de twijfel te geven wordt besproken in de Talmoed, in de Ethiek der Vaders en in vele andere Joodse bronnen.
Ik vroeg me af hoe dit concept zich verhoudt tot kedoshim als geheel. De passage gaat over de algemene instructie om heilig te zijn, en het kwam mij voor dat aangezien wij allen heilig zijn, misschien ook de passage over het oordeel kan worden opgenomen. Maar al te vaak worden mensen verkeerd beoordeeld en veroordeeld voordat we alle feiten kennen. Er zijn zoveel verhalen die dit thema uitdrukken dat we eeuwig zouden kunnen doorgaan, maar laat me er een paar delen.
Mijn zoon Michoel is een Chabad-afgezant op Kauai, het meest weelderige van de Hawaiiaanse eilanden. Het is niet ongewoon dat zonaanbidders rechtstreeks van het strand naar de synagoge komen en zij moeten niet alleen een talliet krijgen, maar ook gewaden of kleding. Maar het belangrijkste is dat zij altijd welkom zijn.
Onlangs kwam ik een brief tegen van de Lubavitcher Rebbe aan iemand die klaagde over een man die naar de synagoge was geroepen als tiende man in een minjan (wanneer 10 mannen bijeenkomen voor het gebed, vormen zij een minyan). De klager was verontwaardigd dat de man gedurende de hele dienst achterin het heiligdom de krant zat te lezen.
De Rebbe suggereerde dat hij moest waarderen hoe bijzonder het is dat zelfs een Jood die duidelijk geen Hebreeuws kan lezen of aan de dienst kan deelnemen, toch komt en zijn tijd opoffert om een minjan te helpen vormen.
Het gaat allemaal om perspectief en mensen het voordeel van de twijfel geven.
Meer dan 200 jaar geleden werd de heilige Rabbi Levi Yitzchak van Berditchev beroemd om hoe ver hij ging om anderen gunstig te beoordelen. Een van de vele verhalen die zijn welwillende, niet-oordelende houding belichten, is dat van zijn ontmoeting met een jongeman buiten de synagoge op de heiligste dag van Jom Kippoer. Deze gespierde jongeman at in het openbaar, schaamteloos het vasten overtredend.
Rabbi Levi Yitzchak zei: “Het spijt me dat je blijkbaar niet in orde bent en je vasten moest verbreken. Ik wens je een spoedig herstel.”
“Ik ben in orde, Rabbi. Ik zou niet gezonder kunnen zijn,” antwoordde de jongeman.
“Nou dan, misschien bent u vergeten dat het vandaag Jom Kippoer is?”
“Wie weet niet dat het vandaag Jom Kippoer is, rabbi?”
“En weet je ook dat Jom Kippoer een vastendag is en dat we vandaag niet mogen eten?”
“Natuurlijk weet ik dat! Welke Jood weet dat niet, Rabbi?”
Toen Rabbi Levi Jitschak dit hoorde, keek hij op naar de hemel en riep uit: “Heer van het universum, zie hoe rechtvaardig uw volk Israël is. Ik heb deze jongeman zoveel kansen gegeven, maar hij weigert absoluut een leugen te vertellen!”
We zijn allemaal inherent heilig, maar hoe we elkaar beoordelen kan het verschil maken. Ik weet dat het niet gemakkelijk is, maar als we anderen gunstig beoordelen, gedragen we ons zelf heilig, en dat zal de aangeboren heiligheid in hen ook naar boven brengen.