100 jaar geleden: het Congres omarmde unaniem het zionisme

Het verhaal over hoe dit tot stand kwam, bevat enkele verrassende wendingen en een stormachtig debat over Joden en Arabieren, dat rechtstreeks uit de krantenkoppen van vandaag had kunnen komen.

Foto: Yossi Zamir / Flash90

Deze week is het precies 100 jaar geleden dat een gebeurtenis plaatsvond – een vergadering waarop het Congres van de Verenigde Staten unaniem voor het zionisme stemde.

In het voorjaar van 1922 onderzocht de Volkenbond – de voorloper van de Verenigde Naties – het verzoek van Groot-Brittannië om een mandaat voor Palestina. Het goedkeuringsproces werd vertraagd omdat Frankrijk en Italië wedijverden om regionale invloed en het Vaticaan trachtte te voorkomen dat Joden een “bevoorrechte” positie of “overheersende invloed” zouden verwerven in het Heilige Land.

Na de Balfour-verklaring van Engeland van 1917, waarin de oprichting van een Joods thuisland werd beloofd, waren de Amerikaanse zionisten erop gebrand dat de Britten het mandaat voor Palestina zouden krijgen. Zij hoopten dat een bekrachtiging van het zionisme door president Warren Harding het proces zou versnellen. Maar Harding was niet-bindend, en dus wendden de zionistische activisten zich tot het Amerikaanse Congres.

De senatoren Henry Cabot Lodge van Massachusetts, Charles Curtis van Kansas (een toekomstig vicepresident) en vertegenwoordiger Hamilton Fish Jr. van New York, allen Republikeinen, stemden ermee in om het voortouw te nemen bij het opstellen van een pro-zionistische resolutie. Het waren isolationisten en voorstanders van immigratiebeperkingen – niet bepaald de favoriete politici van de Joodse gemeenschap. Rabbijn Stephen S. Wise, voorzitter van het Amerikaans Joods Congres, had Lodge eerder aan de kaak gesteld als “on-Amerikaans en anti-Amerikaans” voor zijn verzet tegen de deelname van de VS aan de Volkenbond.

Succesvol lobbyen is echter de kunst van het mogelijke. Veel Joodse leiders voelden zich misschien persoonlijk meer op hun gemak bij de Democraten, maar in 1922 was de president een Republikein en had de Republikeinse Partij (GOP) grote meerderheden in zowel de Senaat als het Huis van Afgevaardigden. Als drie machtige Republikeinse congresleden bereid waren de zionistische zaak te verdedigen, waarom zouden ze dan worden afgewezen?

De Lodge-Fish Resolution, zoals deze later werd genoemd, verklaarde dat “de Verenigde Staten van Amerika voorstander zijn van de vestiging van een nationaal tehuis voor het Joodse volk in Palestina”. Hij voegde eraan toe dat “de burgerlijke en religieuze rechten van de christelijke en alle andere niet-Joodse gemeenschappen in Palestina” en “de heilige plaatsen en religieuze gebouwen en plaatsen” “op passende wijze” moeten worden beschermd.

In april werden vier dagen lang hoorzittingen gehouden voor de Commissie Buitenlandse Zaken van het Huis.

De getuigenis van de zionistische vertegenwoordigers legde zowel de nadruk op rechtvaardigheid als op mededogen. Het Joodse volk had het recht om zijn Bijbelse vaderland opnieuw op te bouwen, en de Europese Joden hadden dringend behoefte aan een toevluchtsoord; tussen 1918 en 1921 waren 100.000 Joden vermoord in pogroms in Oekraïne en Polen. Bovendien zou de zionistische ontwikkeling van het land ten goede komen aan de Arabische bevolking van Palestina.

Twee Arabisch-Amerikaanse activisten, Selim Totah en Fuad Shatara, verschenen als getuigen. Hun extremisme en samenzweringstheorieën leverden hen weinig sympathie op. Totah beweerde dat het Britse bestuur in Palestina “in handen van de Joden” was. Shatara zei dat het lijden van de Joodse pogromslachtoffers in Europa “niets was vergeleken” met de last van de zware belastingen die de Arabieren in Palestina onder het Turkse bewind moesten dragen. Beide mannen benadrukten dat zij niet antisemitisch waren – Totah omdat “ik veel Joodse vrienden heb”, Shatara omdat “ik zelf een Semiet ben”.

Toen, net als nu, stonden Joodse anti-zionisten in het middelpunt van het debat. Twee prominente Reform rabbijnen, Isaac Landman uit New York en David Philipson uit Cincinnati, spraken zich uit tegen Lodge-Fish, omdat de resolutie volgens hen de status van de Amerikaanse Joden in gevaar zou kunnen brengen. “Wij verwerpen het idee dat Joden een natie vormen,” betoogde Landman. “Amerika is mijn nationale thuis.”

De antizionistische redacteuren van de New York Times behoorden tot de felste critici van de resolutie. Een hoofdartikel in de Times waarschuwde dat Lodge-Fish Amerikaanse Joden zou kunnen veranderen in “hyphenated citizens” (burgers met een koppelteken). The Times vestigde ook de aandacht op het vermeende wangedrag van radicale Joodse kolonisten; het publiceerde berichten van zijn Palestina-correspondent waarin werd beweerd dat Arabisch geweld tegen Joden werd “aangewakkerd” door “Joodse bolsjewieken”.

Een ander aspect van de episode met hedendaagse echo’s was de rol van prominente academici. Yale-professor Edward Bliss Reed getuigde tijdens de hoorzittingen van het Congres dat de Balfour -verklaring het resultaat was van een Zionistisch-Britse samenzwering, met geheime aanvullende paragrafen die naar verluidt voor het publiek werden achtergehouden.

Rond dezelfde tijd noemde Harvard-professor Albert Bushnell Hart in toespraken en geschriften het zionisme een “gevaarlijke doctrine” en eiste van Amerikaanse Joden dat zij er afstand van zouden doen of hun Amerikaans staatsburgerschap zouden opgeven. Princeton-professor Henry Adams Gibbons verklaarde zijn afwijzing van het zionisme door te zeggen: “Wij verafschuwen de Joden niet, maar wij verafschuwen de Joodse natie”.

Ondanks de kritiek kreeg de Lodge-Fish resolutie overweldigende steun van beide partijen. Het werd op 3 mei unaniem door de Senaat en op 30 juni door het Huis van Afgevaardigden goedgekeurd, en later dat jaar door president Harding ondertekend.

Waarom was er zo’n brede steun voor Lodge-Fish in het Congres? Anti-zionisten beweerden dat het een cynische verkiezingscampagne was om Joodse stemmen te winnen, maar veel van degenen die voor de resolutie stemden, hadden maar weinig Joodse kiezers. Ging het “allemaal om de Benjamins” (d.w.z. geld – om de beruchte uitdrukking van een hedendaags congreslid te citeren)? Onderzoekers hebben geen bewijs gevonden dat Joodse donoren een rol hebben gespeeld.

De meesten die voor de resolutie stemden, vonden waarschijnlijk gewoon dat de zionistische zaak iets waard was en dat de meeste Amerikanen er net zo over dachten. De Joden hadden een toevluchtsoord nodig en zij hadden duizenden jaren oude wortels in het Heilige Land. De Arabieren hadden uitgestrekte landerijen, en zij die ervoor kozen vreedzaam met de Joden samen te leven, zouden de welvaart van een ontwikkeld land genieten en de burgerrechten die in de Balfour-verklaring waren beloofd.

De goedkeuring van de Lodge-Fish resolutie was een symbolische overwinning, en in politieke strijd zijn symbolen belangrijk. Ze kunnen opvoeden en inspireren. De omarming van het zionisme door een verenigd Congres legitimeerde de zaak in de ogen van onbesliste Amerikanen en spoorde Amerikaanse zionisten aan hun inspanningen te verdubbelen, waardoor de weg werd vrijgemaakt voor meer politieke overwinningen op de weg naar Joodse soevereiniteit.


Dr. Rafael Medoff is directeur van het David S. Wyman Institute for Holocaust Studies en auteur van meer dan 20 boeken over de Holocaust en de Joodse geschiedenis. Dit essay is deels gebaseerd op onderzoek voor zijn meest recente boek, “Jews Should Keep Quiet: Franklin D. Roosevelt, Rabbi Stephen S. Wise, and the Holocaust“.

Dit artikel verscheen eerst in de Jewish Journal.

Israel Today nieuwbrief

Dagelijks nieuws

Gratis in uw mailbox

Israel Heute Newsletter

Tägliche Nachrichten

FREI in Ihrer Inbox