In onze wekelijkse Torah-lezing Chukkat (39e wekelijkse lezing in de jaarlijkse cyclus van de Torah en de zesde in het Bijbelboek Numeri) lezen we over een ongebruikelijk verzoek van de Israëlieten aan de Edomieten: ze vragen toestemming om door hun gebied te trekken. De Edomieten stammen af van Esau, de broer van Jakob, en woonden ten zuiden van Israël. Ze waren dus een soort broedervolk – misschien vergelijkbaar met Duitsland en Oostenrijk of Engeland en Australië.
Dienovereenkomstig noemt Mozes hen ook broeders, wanneer hij hen om doorgang door hun land vraagt:
‘En Mozes stuurde uit Kades boden naar de koning van Edom, met de boodschap: Dit zegt uw broeder Israël: U weet zelf van al de moeite die ons getroffen heeft, dat onze vaderen naar Egypte vertrokken zijn, en dat wij vele dagen in Egypte gewoond hebben, en dat de Egyptenaren ons en onze vaderen kwaad gedaan hebben. Toen riepen wij tot de HEERE. Hij hoorde onze stem, en Hij zond een Engel, en Hij leidde ons uit Egypte. En zie, wij zijn in Kades, een stad aan het uiterste...
Word Lid
Lees alle content voor leden
Krijg exclusieve en verdiepende artikelen uit Israël.
Steun betrouwbare journalistiek, rechtstreeks vanuit Jeruzalem
Raak verbonden met Israël, vanuit huis.
Laat de stem van hoop en waarheid horen
Word onderdeel van de internationale Israel Today-familie

Al lid? Login hier.