(JNS) Israëlische televisiepresentatoren herhalen dezelfde boodschap: er is geen direct alarm. Schuilkelders worden indien nodig geopend. De ziekenhuizen zijn voorbereid. Deskundigen grappen zelfs dat het leven gewoon doorgaat – een glas water drinken, naar de schuilkelder gaan, weer aan het werk gaan. Iran beschikt over krachtige ballistische raketten, maar na de voorproef van de Israëlische luchtmacht in de Twaalfdaagse Oorlog zouden de ayatollahs wel twee keer nadenken.
Nog belangrijker: als Israël na 7 oktober 2023 zijn lot niet in eigen handen had genomen (Hamas, Hezbollah en uiteindelijk Iran samen met de Verenigde Staten geconfronteerd), zou de kwetsbaarheid van de Islamitische Republiek vandaag de dag nauwelijks zichtbaar zijn voor de wereld. Het regime is verzwakt. Het volk marcheert met buitengewone moed naar een beslissende confrontatie.
Israël bewaart in deze uren van wachten een rustige façade. Het reageert op dreigementen uit Teheran – geuit door persoonlijkheden als minister van Buitenlandse Zaken Abbas Araghchi en stafchef Sayyid Mousavi –, die Israël beschuldigen van het aanstichten van een revolutie en vergeldingsmaatregelen aankondigen tegen Amerikaanse belangen, te beginnen met Israël zelf.
Maar de opstand is geen buitenlandse samenzwering. Het is de rechtvaardige opstand van een volk dat moreel, cultureel en fysiek wordt onderdrukt door een terreurregime – een nieuw hoofdstuk in een tragedie die maar al te vaak in bloed is geëindigd.
De Israëlische premier Benjamin Netanyahu heeft zijn solidariteit met het Iraanse volk betuigd en tegelijkertijd een cruciaal principe benadrukt: Alleen degenen die hebben geleden, mogen hun overwinning bepalen. Toch heeft het bloedbad de verhoudingen veranderd.
De Amerikaanse president Donald Trump geeft nu aan dat ingrijpen dringend noodzakelijk is – niet alleen om levens te redden, maar ook om het idee van menselijke waardigheid zelf en de wereldwijde strijd tussen democratie en autoritarisme te verdedigen.
China verwerpt sancties tegen degenen die zaken doen met Iran. De Verenigde Naties zwijgen. Eerdere Amerikaanse regeringen keken de andere kant op – of erger nog – terwijl de ayatollahs openlijk verklaarden Israël, vervolgens Amerika en ten slotte Europa te willen vernietigen. De boodschap van Trump breekt met dit verleden.
In Tel Aviv en Jeruzalem bereiden de mensen zich in stilte voor, leggen ze water en dekens klaar voor de schuilkelders. Het leger werkt in stilte. Alles ligt nog voor ons en niemand weet of dit moment vergelijkbaar zal zijn met de Franse Revolutie of de val van de Berlijnse Muur. Evenmin is het duidelijk of Amerikaanse en Israëlische vliegtuigen opnieuw samen zullen vliegen.
Maar de woorden van Trump – zijn oproep aan Iraanse patriotten om vol te houden – laten weinig twijfel bestaan. Duizenden zijn dood. De beelden zijn echt. Jonge mannen en vrouwen worden neergeschoten door Basij-troepen en in zwarte plastic zakken afgevoerd. Het geweld van het regime doet denken aan de blinde barbarij van 7 oktober. Er komt een moment waarop een schorpioen niets anders kan doen dan steken.
Gezien deze realiteit is de boodschap van Trump duidelijk geworden: hij zal niet Barack Obama zijn. Hij zal niet wegkijken wanneer mensen op straat in Teheran worden vermoord.