De Palestijnse propaganda maakt overuren als het gaat om Jeruzalem en zijn Islamitische heilige plaatsen. Jeruzalem haalt over het algemeen al snel de voorpagina’s over de hele wereld, aangezien het een emotioneel en religieus brandpunt vormt voor drie religies, en één van deze drie wordt gevormd door de miljard moslims op deze wereld.
De spanningen rond de Tempelberg en de Al Aqsa Moskee trekken de internationale aandacht. Hetzelfde is gebeurd met het bescheiden woonbuurtje genaamd ‘Shimon Hatzadik’- ofwel Sheikh Jarrah, zoals het bekend is geworden – slechts een paar kilometer ten noorden van de Tempelberg.
In de afgelopen jaren heeft er een verhitte juridische strijd plaatsgevonden over de vraag wie de eigenaar is van de huizen in deze Sheikh Jarrah buurt in Oost-Jeruzalem. De controverse liep uit op rellen, geweldsincidenten en zelfs een escalatie aan de grens met Gaza, resulterend in het uitbreken van een raketten-oorlog, die uitliep op de militaire operatie ‘Guardian of the Walls’ van de IDF in mei 2021.
Het conflict in Sheikh Jarrah gaf ook bekendheid aan de Palestijnse activisten Muhammad en Muna al-Kurd. Het betreft een tweeling uit Oost-Jeruzalem die erin geslaagd is, en er nog steeds in slaagt, diepe anti-Israël en antisemitische gevoelens op te wekken bij de progressieve bevolking in de Verenigde Staten, maar in mindere mate in de Arabische landen. De Arabische Staten leggen meer prioriteit bij het overleven en het veilig stellen van hun belangen, en hebben onderhand genoeg van de Palestijnse kwestie. Alleen het naïeve Westen blijft geld doorsluizen naar corrupte Palestijnse leiders.

Palestijnen met wrede wapens en een gasfles verzetten zich tegen de uitzetting van woningen die zij niet bezitten, in de wijk Sheikh Jarrah in Jeruzalem. (Foto: Yonatan Sindel / Flash90)
Is de claim van de Palestijnse bewoners op eigendom van woningen in Sheikh Jarrah rechtsgeldig?
Er is een video onder onze aandacht gebracht, gemaakt door de Syrische journalistieke activiste Maggie Khozam. Zij stelt daarin de relevante vraag: ‘Waar zijn de documenten die aantonen dat de [Palestijnse] families eigenaar zijn van het land en de woningen in Sheikh Jarrah? Misschien zijn die er helemaal niet?’
En inderdaad, de documenten die bestaan zijn huurovereenkomsten, ondertekend door de Jordaanse regering en bemiddeld door de UNRWA (United Nations Relief and Works Agency for Palestine Refugees in the Near East).

Op de website van het Jordaanse staatspersbureau Petra is in een Engelstalig artikel de verhuur van woningen en land in de wijk Sheikh Jarrah door de Jordaanse regering aan vluchtelingen-gezinnen beschreven. Let op het gemarkeerde gedeelte in de afgebeelde Jordaanse huurovereenkomst, waarin het eigendom wordt geïdentificeerd als in beslag genomen Joods eigendom:
‘de wijk Jarrah in Jeruzalem, op voormalig Joods eigendom, dat door de Bewaarder van Vijandelijke Eigendommen wordt verhuurd aan het ministerie van Ontwikkeling, ten behoeve van dit project. (…) Elk vluchtelingen-gezin dat deelneemt aan het project zal een huurovereenkomst sluiten zoals is uiteengezet in de bijlage. (…)’.
Met andere woorden, het enige wettelijke eigendomsrecht van de woningen in Sheikh Jarrah blijkt Joods eigendomsrecht te zijn.
Vóór 1948 was het land van Sheikh Jarrah onbetwist eigendom van de opperrabbijn (Hacham Bashi) Avraham Ashkenazi en van opperrabbijn Meir Orbach, nadat zij het ‘in 1875 rechtstreeks van de Arabische eigenaars hadden gekocht’ (zoals vermeld staat in de uitspraak van het Israëlische Hooggerechtshof uit 2009 in zaak nummer 23647/99).
In 1948, tijdens de Israëlische Onafhankelijkheidsoorlog, werden Joodse burgers geëvacueerd uit Sheikh Jarrah, toen Jordanië het gebied veroverde; en daarmee kwam het wijkje onder de jurisdictie van de Jordaanse ‘Bewaarder van Vijandelijke Eigendommen’ een afdeling van de Jordaanse regering. Zelfs de naam van dit Jordaanse regeringsorgaan erkent impliciet de oorspronkelijke en werkelijke eigenaren van het eigendom – de Bewaarder van Vijandelijke Eigendommen beheren namelijk eigendommen die aan de ‘vijand’, d.w.z. de Joden, toebehoorden.
Hetzelfde bureau verhuurde, via de UNRWA, woningen in deze betwiste buurt, aan 28 Palestijnse vluchtelingengezinnen, in ruil voor een nominale huur (1 dinar per jaar).
Na ongeveer 20 jaar, tijdens de Zesdaagse Oorlog in 1967, kwam de buurt terug onder Israëlische controle, samen met de gehele ‘Westbank’. Dezelfde Palestijnse families die er woonden, aanvaardden deze Israëlische soevereiniteit niet. Zij weigerden huur te betalen voor hun woningen, en de juridische gevechten begonnen in 1989 en duurden tot voor kort, toen het Israëlische Hooggerechtshof oordeelde dat de families hun eigendommen moesten ontruimen.
Deze week probeerde de gemeente Jeruzalem een Palestijnse familie uit een van de Sheikh Jarrah appartementen te zetten, maar de vader van de familie barricadeerde zichzelf en weigerde het pand te verlaten. Hij dreigde zelfs zichzelf en zijn kinderen in brand te steken en kreeg de volledige steun van de Hamas-media, die hem tot een held verhieven. Laat in de avond arresteerde de Israëlische politie hem en ontruimde zij het appartement.
Wat ook nog vermeldenswaard is, gezien al het tumult, is dat de gemeente Jeruzalem, die nu eigenaar is van het terrein, van plan is de vrijgekomen grond te gebruiken om een school te bouwen voor autistische Arabische moslimkinderen, die nu de bewoners zijn van Oost-Jeruzalem!
Ondanks de oorspronkelijke Joodse eigendomsrechten is het niet de bedoeling van de overheid om iets voor de Joden te bouwen, maar voor het welzijn van de Arabische inwoners van Jeruzalem. En desondanks protesteren ze.