Afbeelding: Een chanoekia (chanoeka-kandelaar) met olielampen (Foto:Mendy Hechman/Flash90)
Het Hebreeuwse woord chanoeka betekent inwijding. Deze gebeurtenis speelde in de tijd van de Makkabeeën en ging gepaard met een wonder. Een klein oliekruikje kon met de hoeveelheid olie voor één dag de menora acht dagen brandend houden. Pas toen er nieuwe heilige olie was bereid, was de oude olie op.
Wij Joden herdenken dit wonder nu al bijna 2200 jaar. We steken de acht kaarsen van de chanoekia één voor één aan en vertellen deze geschiedenis van generatie op generatie aan onze kinderen. Maar wees eens eerlijk, vinden wij die in God geloven het niet vaak moeilijk om in wonderen te geloven? In onze tijd zijn we zo ingesteld dat we bij alles wat er gebeurt, zoeken naar rationele verklaringen. Dat geldt zeker voor de wonderen in de Bijbel, en dus ook voor het wonder van Chanoeka. Er zijn heel wat Joodse en christelijke boeken geschreven met wetenschappelijke verklaringen voor alle bijzondere gebeurtenissen in de Bijbel. Zo waren de plagen in Egypte ecologische verschijnselen, en de splitsing van de Rode Zee werd veroorzaakt door een verschuiving van tektonische platen. En christenen doen eraan mee, want het is makkelijker om wonderen wetenschappelijk te verklaren, dan blijft het geloof toch een beetje aantrekkelijk voor mensen die de Bijbel als een sprookjesboek beschouwen.
Eerlijk gezegd hebben velen van ons zich laten beïnvloeden door wat de Joods-Nederlandse filosoof Baruch Spinoza over wonderen zei: ‘Gebeurtenissen die tegen de natuurwetten indruisen, zijn gewoon natuurlijke gebeurtenissen, maar van een aard die wij nog niet hebben begrepen.’
Vaak vermijden we het probleem van de wonderen en praten we liever over de moraal van het verhaal. De Rode Zee en de Jordaan splitsten pas in tweeën toen de Israëlieten een stap in het water hadden gedaan, en de les die we daaruit leren is, dat menselijk handelen een voorwaarde is voor goddelijk ingrijpen.
In deze lijn van denken past dan ook het kleine beetje olie dat maar genoeg was voor één dag, maar dat de menora in de tempel acht volle dagen heeft doen branden. We leren hieruit dat we God in tijden van nood kunnen vertrouwen en dat daarvoor maar één mosterdzaadje aan geloof nodig is.
Dit artikel verscheen in zijn geheel in het januarinummer van het Israel Today Magazine. Klik hier voor een abonnement.