Francesca Albanese, speciaal rapporteur van de Verenigde Naties voor de Palestijnen, die al jaren opvalt door haar anti-Israëlische uitspraken, zou een geschiedenisboek moeten lezen, na haar bewering dat joden na het einde van de Inquisitie alleen maar voorbeeldig zijn behandeld in de Arabische landen.
‘Francesca Albanese kan ofwel geschiedenisboeken lezen – wat ze blijkbaar niet doet – of ze kan mensen zoals mijn vrouw leren kennen’, zegt David Harris, uitvoerend vicevoorzitter van het Institute for the Study of Global Antisemitism and Policy, tegen JNS.
Harris, die van 1990 tot 2022 directeur was van het American Jewish Committee, is getrouwd met Giulietta Boukhobza, wier familie afkomstig is uit het huidige Libië. Dit land is tegenwoordig judenrein, zegt Harris tegen JNS, de Duitse term gebruikend.
‘Er is geen enkele jood meer in Libië. Geen spoor. Geen gedenkplaat. Geen gedenkteken. Geen monument. Geen museum. Geen vermelding in schoolboeken. Niets’, aldus Harris. ‘Geen staatsburgerschap, geen rechtsbescherming en voor elke zakelijke activiteit was een Arabische meerderheidsaandeelhouder vereist. De lijst is lang.’
Nadat Libië in 1951 onafhankelijk was geworden, maakten nieuwe voorschriften het voor joden vrijwel onmogelijk om in het land te blijven. Later, na de Zesdaagse Oorlog in 1967, ‘kwamen menigten naar de huizen van de joden, waaronder ook het huis van de familie van mijn vrouw, om deze in brand te steken en de bewoners te doden – in zekere zin heel, erg vergelijkbaar met 7 oktober’, zegt Harris tegen JNS.
Tijdens een bijeenkomst van huidige en voormalige VN-medewerkers op 19 juni verklaarde Albanese, die door de Verenigde Naties wordt aangemerkt als ‘onafhankelijk deskundige’, dat ‘joden in Europa werden gediscrimineerd en niet in West-Azië en de Arabische wereld, waar ze juist werden verwelkomd nadat ze uit Spanje en andere delen van Europa waren verdreven’.
De uitspraken van Albanese werden gedaan tijdens een webinar van de Israël-kritische groep UN Staff For Gaza en waren tot nu toe niet openbaar gemaakt. Ze deed deze uitspraken toen ze de Holocaust vergeleek met wat zij omschreef als een door Israël tegen de Palestijnen gepleegde ‘genocide’.
Een dergelijke vergelijking is volgens de werkdefinitie van de International Holocaust Remembrance Alliance (IHRA) antisemitisch.
Lyn Julius, Brits journaliste en medeoprichtster van de Britse organisatie Harif, die joden uit Noord-Afrika en het Midden-Oosten vertegenwoordigt, zegt tegen JNS: ‘Er bestaat een grote mythe over het vreedzame samenleven van joden in de Arabische landen, die een vast onderdeel is van de Palestijnse propaganda.’
‘Deze mythe wordt gebruikt om Israël te delegitimeren. Want als alles tussen joden en Arabieren in de Arabische wereld zo geweldig zou zijn geweest, zou Israël natuurlijk niet nodig zijn’, aldus Julius.
In de Arabische landen bestond het goed gedocumenteerde concept van de dhimmi-status voor niet-moslims, waaronder ook joden. Volgens de islamitische wet kregen niet-moslims weliswaar bescherming, maar moesten ze zich onderwerpen en een belasting, de zogenaamde jizya, betalen, legt Julius uit.
Joden en andere niet-moslims beschikten weliswaar over religieuze en culturele autonomie, maar waren onderworpen aan strenge maatschappelijke en juridische beperkingen, zoals kledingvoorschriften, en werden bij tijd en wijle blootgesteld aan hevige vervolging en opsluiting in getto’s, aldus de journaliste.
In het Ottomaanse Rijk ontsnapten sommigen aan de dhimmi-status en enkelen kregen zelfs de status van ereconsul. ‘Maar zij vormden een minderheid’, zegt Julius tegen JNS. ‘Ze kregen deze status alleen omdat ze over uitstekende netwerken en handelscontacten beschikten en met deze connecties nuttig konden zijn voor de Ottomanen.
‘In feite waren de joden tot aan de koloniale tijd dhimmi’s’, zegt Julius. ‘Daar bestaat geen twijfel over. Ze hadden een lagere status dan moslims en je zou kunnen spreken van een soort apartheid.’
Tijdens het webinar bestempelde Albanese Israël bovendien als ‘kolonisator’ en ‘onwettige bezettingsmacht’.
‘Er bestaat geen goed Israël in tegenstelling tot een slecht Israël’, zei de VN-adviseur.
Albanese legde de deelnemers bovendien uit dat samenlevingen zich in de richting van een ‘israelisering’ bewegen . Daarmee bedoelde ze dat ‘veel mensen’ mogen stemmen, maar ‘veel anderen’ niet, en dat degenen die niet kunnen stemmen ‘als een ongewenste last’ behandeld kunnen worden.
‘Deze mensen zijn al onder ons – migranten en vluchtelingen’, zei Albanese. ‘Kijk maar eens hoe Europa met hen omgaat.’
UN Staff For Gaza, dat zodoende kennelijk de neutraliteitsregels van de Verenigde Naties schendt, organiseerde bovendien een bijeenkomst waarover JNS verslag deed. Daarbij leek de uitvoerend secretaris van de Hague Group te denken dat ze vertrouwelijk kon spreken, toen ze verklaarde dat door de VS gesanctioneerde organisaties haar anti-Israëlische groep in het geheim adviseren en deze banden verborgen houden voor Europese landen.
Tijdens een ander webinar van UN Staff For Gaza werden uitspraken gedaan door een voormalig adjunct-directeur van het Kinderfonds van de VN (UNICEF), die de deelnemers aanraadde te verwijzen naar de groep Jews Against Genocide om de beschuldiging van antisemitisme te weerleggen.
Aan het begin van haar toespraak tijdens het webinar van 19 juni zei Albanese: ‘Ik wil dit gesprek beginnen door erop te wijzen dat er onder de deelnemers aan deze bijeenkomst ongetwijfeld ook Israëlische toehoorders zijn – en niet per se welwillende.’
‘Want elke keer als we een bijeenkomst hebben, wordt daar publiekelijk over bericht alsof het een soort vrijmetselaarsbijeenkomst is’, zei ze. ‘Daarom zeg ik dit alles in het vertrouwen dat hierover naar behoren verslag zal worden gedaan.’
Verschillende regeringen hebben de anti-Israëlische uitspraken van Albanese veroordeeld, en de regering van president Donald Trump heeft haar sancties opgelegd. De Verenigde Naties hebben tegenover JNS herhaaldelijk verklaard dat zij haar uitspraken niet kunnen en zullen controleren of censureren.
Bron: JNS