In het kader van een proefmissie werden 25 stagiairs van het Israëlische ministerie van Buitenlandse Zaken gedurende vijf dagen naar zeven plaatsen in de wereld gestuurd. Tijdens deze reis hebben de stagiairs de werkzaamheden in de verschillende afvaardigingen geobserveerd, belangrijke regeringsfunctionarissen in die landen, zoals parlementsleden maar ook plaatselijke journalisten, ontmoet, en presentaties gegeven over de Staat Israël en het werk van het ministerie van Buitenlandse Zaken op de verschillende gebieden.
Zij bezochten Joodse gemeenschappen en namen deel aan economische activiteiten en culturele evenementen, die op initiatief van de verschillende vertegenwoordigingen waren georganiseerd, en namen kennis van de inhoud van het dagelijkse werk op politiek en administratief gebied van het personeel van de vertegenwoordigingen.
Eén van de stagegroepen, die uit vier stagiairs van het ministerie bestond, werd naar de Oostenrijkse hoofdstad Wenen gezonden. Naast het bijwonen van politieke vergaderingen, heeft het vierkoppige team op de eerste dag de Joodse wijk in de stad bezocht, en hebben ze de Grote Synagoge bezichtigd.
Deze synagoge is de enige synagoge in Wenen die de Kristallnacht heeft overleefd. Tijdens het bezoek viel het een van de stagiairs, Aviv Tzal (Zell in het Duits), op dat er een boek bij de ingang opengeslagen lag. Dit boek bevatte de namen van de 65.000 Oostenrijkse Joden die in de Holocaust werden omgebracht. Aviv, die wist dat zijn grootvader uit Wenen kwam, doorzocht het boek en vond daar de naam van zijn overgrootmoeder, Rosa Zell.
Aviv Tzal vindt de naam van zijn overgrootmoeder in een boek met de namen van slachtoffers van de Holocaust.
Rosa Zell voedde haar vier kinderen in Wenen alleen op, en slaagde er in hen vanuit Oostenrijk weg te smokkelen, kort voor de nazi-invasie. Rosa werd eerst naar het getto van Lodz gebracht en later vermoord in het concentratiekamp Dachau.
Voor haar achterkleinzoon Aviv was dit de schakel die de cirkel rond maakte: ‘Tachtig jaar nadat mijn overgrootmoeder uit haar huis in Wenen werd weggevoerd en door de nazi’s werd vermoord, ben ik naar dezelfde plaats teruggekeerd, maar deze keer als diplomaat en officieel vertegenwoordiger van de Staat Israël. Voor mij is dit een bijzondere afsluiting en een bewijs aan mijn overgrootmoeder, dat we ondanks alles toch gewonnen hebben’.
Aviv liet in een tweet een foto met de naam van zijn overgrootmoeder, zoals die in het boek stond, achter, en schreef erbij wat hij had meegemaakt. De tweet kreeg veel ‘likes’ en werd honderden keren gedeeld in heel Oostenrijk, ook door hoge regeringsfunctionarissen.
In elke ontmoeting met politici, na het bezoek aan de synagoge, vertelden de ambtenaren hem dat zij de tweet hadden gelezen en er erg enthousiast over waren.
Een week voor het bezoek werd in Wenen een nieuw gedenkteken onthuld ter nagedachtenis van de 65.000 Oostenrijkse Joden, die tijdens de Holocaust zijn vermoord. Aan het einde van het bezoek ging Aviv naar het gedenkteken toe, waar hij de Kaddish, het gebed van de rouwenden, uitsprak ter nagedachtenis aan zijn overgrootmoeder.