Twee jaar geleden, op 17 september 2024 om 15.30 uur, klonken er piepgeluiden vanuit de zakken van duizenden Hezbollah-leden in heel Libanon. Enkele seconden later begonnen de piepers te ontploffen.
In Beiroet, in de Bekaa-vallei en op andere plaatsen veranderden communicatieapparaten – die Hezbollah juist had ingevoerd omdat ze deze veiliger achtte dan mobiele telefoons – binnen enkele ogenblikken in wapens tegen degenen die ze bij zich droegen. De explosies duurden ongeveer een uur. De volgende dag volgde de tweede golf: ook de radioapparatuur die door de organisatie werd gebruikt, explodeerde. Binnen twee dagen kwamen tientallen mensen om het leven en raakten er duizenden gewond, waaronder spijtig genoeg ook burgers.
Later werd bekend dat de operatie het resultaat was van een jarenlang opgebouwde inlichtingen- en misleidingsactie, inclusief de infiltratie van de toeleveringsketen van Hezbollah en de opbouw van een commerciële infrastructuur die erop was gericht om Hezbollah ertoe te brengen de voor hen geprepareerde apparaten zelf in te kopen.
Maar het belang van wat bekend werd als de ‘pieper-operatie’ was niet gelegen in het aantal slachtoffers. Het lag in het feit dat die middag om 15.30 uur de balans omsloeg, en de partij die het tempo van de oorlog bepaalde, wijzigde.
Om het belang van deze gebeurtenis te begrijpen, moet men in herinnering nemen waar Israël die ochtend stond.
Er was bijna een jaar verstreken sinds het bloedbad door Hamas op 7 oktober 2023. Hezbollah had al op 8 oktober 2023 een noordfront tegen Israël geopend, herhaaldelijk raketten op de Joodse staat afgevuurd en een eventueel einde aan die aanvallen gekoppeld aan een einde van de oorlog in de Gazastrook. Tienduizenden Israëli’s waren uit hun huizen verdreven. Gemeenten langs de Libanese grens waren bijna spooksteden geworden. Huizen, bedrijven en infrastructuur waren beschadigd, en Israëlische gezinnen leefden maandenlang in hotels en tijdelijke opvangcentra.
Israël bevond zich in een onhoudbare strategische situatie: een door Iran gesteunde terreurorganisatie was er feitelijk in geslaagd om te bepalen dat tienduizenden Israëlische burgers niet in een deel van hun eigen land konden wonen.
In de betrekkingen tussen staten is respect geen vervanging voor diplomatie.
Het was geen toeval dat het veiligheidskabinet enkele uren voor de explosies de terugkeer van de bewoners van het noorden naar hun huizen officieel tot één van de oorlogsdoelen verklaarde. De minister van Defensie zei destijds dat de kans op een diplomatieke overeenkomst afnam, omdat Hezbollah weigerde de gevechten in het noorden los te koppelen van de oorlog in de Gazastrook.
Dit was het moment waarop Israël voor een beslissing stond die veel belangrijker was dan de vraag hoe met verdere raketaanvallen moest worden omgegaan.
De vraag was wie de realiteit in handen had. Maandenlang beschikte Hezbollah over een belangrijk strategisch voordeel: zij besliste wanneer ze vuurde, waar ze naartoe vuurde en hoe ver ze de situatie liet escaleren. Israël reageerde, verijdelde aanvallen, ging in de tegenaanval aan en vernietigde doelen. Maar zolang tienduizenden Israëli’s niet naar hun huizen konden terugkeren, kon de vijand beweren dat de uitputtingsstrategie in zijn voordeel werkte.
De ‘Pieper-operatie’ veranderde deze verhouding.
Het ging niet om een preventieve aanval in de klassieke zin van het woord, want Israël en Hezbollah bevonden zich al midden in een gevecht. Het was iets dat niet minder belangrijk was: het terugkrijgen van het initiatief. In plaats van te wachten op de volgende stap van de vijand, handelde Israël als eerste, drong het door in de systemen van de vijand en dwong het hem om het hoofd te bieden aan een realiteit waarmee hij geen rekening had gehouden.
De schade was fysiek van aard, maar de psychologische en organisatorische schade reikte nog veel dieper.

Hezbollah constateerde dat niet alleen haar commandanten, wapenopslagplaatsen en lanceerinrichtingen kwetsbaar waren voor de Israëlische inlichtingendienst. Ook haar toeleveringsketen, haar communicatiesystemen en de apparaten in de zakken van haar leden konden onder controle van de vijand staan. Na de operatie gaf zelfs de Iraanse Revolutionaire Garde hun personeel de opdracht om bepaalde communicatieapparatuur niet meer te gebruiken en hun systemen te controleren, uit vrees voor een soortgelijke infiltratie.
De eerste schok die Hezbollah te verwerken kreeg, stelde Israël in staat om van het moment van zwakte te profiteren en een reeks gerichte liquidaties in gang te zetten, voordat de organisatie de tijd had om zich te herstellen.
Op 20 september 2024 werd Ibrahim Aqil, één van de hooggeplaatste functionarissen van Hezbollah en commandant van haar operationele apparaat, samen met andere hooggeplaatste leden van de Radwan-eenheid in Beiroet gedood. In de daaropvolgende dagen breidde Israël zijn luchtaanvallen uit naar infrastructuur, lanceerinstallaties en commandocentra. Op 27 september werd het hoofdkwartier van Hezbollah in Dahiyeh aangevallen en werd Hassan Nasrallah, de man die Hezbollah meer dan drie decennia lang had gevormd en tot de belangrijkste strategische arm van Iran in het Midden-Oosten had gemaakt, gedood.
De ‘Pieper-operatie’ alleen heeft Hezbollah niet verslagen. Maar het was de eerste klap in een reeks operaties die Hezbollah binnen enkele weken veranderden van een organisatie die dacht Israël af te schrikken, in een organisatie die probeerde haar commandostructuur, haar communicatiesystemen en haar leiderschap te redden.
Dat is de eerste les van 17 september: afschrikking ontstaat niet door woorden, door verklaringen. Ze ontstaat wanneer de vijand vaststelt dat de prijs en het risico waarmee hij had gerekend, niet overeenkomen met de prijs en het risico waarmee hij daadwerkelijk wordt geconfronteerd.
Jarenlang was het in Israël gebruikelijk om te spreken over de noodzaak om ‘de afschrikking in stand te houden’. Maar afschrikking is geen bezit dat je bij een bank stort en dat rente oplevert. Integendeel, het verliest aan waarde door de kosten van de inflatie. Het wordt elke dag opnieuw op de proef gesteld. Als een terreurorganisatie tienduizenden Israëli’s maandenlang uit hun huizen kan verdrijven zonder een prijs te betalen die haar eigen gevoel van veiligheid ondermijnt, verdwijnt de afschrikking geleidelijk. Op 17 september werd deze trend gestopt.
De tweede les is dat uitstekende inlichtingeninformatie waardeloos is, als de bereidheid ontbreekt om er gebruik van te maken.
Wat na de operatie bekend werd, laat zien dat het succes niet van de ene op de andere dag tot stand kwam. Volgens verklaringen van voormalige Mossad-medewerkers was de infiltratie van het communicatienetwerk van Hezbollah jarenlang opgebouwd en begon de ontwikkeling van het pieper-project al in 2022. Bedrijven, toeleveringsketens, producten en marketingmechanismen werden opgezet om de vijand ertoe te brengen zelf de aankoop te doen.
Bovendien kan een land beschikken over de beste inlichtingen ter wereld en toch verliezen, als zijn leiders bang zijn om kennis om te zetten in actie. 7 oktober liet zien hoe hoog de prijs kan zijn in een situatie waarin veel bekend is, er waarschuwingen worden gegeven, inschattingen worden gemaakt, interpretaties worden gedaan, discussies worden gevoerd – en waarbij men vervolgens afwacht.
17 september herinnerde ons aan een ouder en eenvoudiger zionistisch principe: de taak van een soevereine staat bestaat niet alleen uit het weten wat zijn vijanden van plan zijn. Zijn taak bestaat erin het initiatief te nemen, het lot in eigen handen te nemen en de plannen van de vijanden te dwarsbomen.
De derde les is dat militair succes ook de diplomatieke realiteit verandert.
Israël wordt soms voor een kunstmatige keuze tussen ‘geweld’ en ‘diplomatie’ geplaatst. De geschiedenis leert dat dit een valse tweedeling is. In het Midden-Oosten volgt effectieve diplomatie vaak nadat het slagveld de ‘prikkels’ heeft veranderd.
Diplomatie verving het geweld niet. Geweld creëerde nieuwe voorwaarden voor de diplomatie.
Tot september 2024 waren de internationale inspanningen erop gericht escalatie te voorkomen en een akkoord te bereiken dat Hezbollah en Israël van een grotere oorlog moest weerhouden. Na de veldtocht tegen Hezbollah stemde de terreurorganisatie in november 2024 in met een staakt-het-vuren op basis van VN-resolutie 1701, de stationering van Libanese strijdkrachten in het zuiden van dat land en de terugtrekking van de Hezbollah-troepen ten noorden van de Litani-rivier. Israël maakte duidelijk dat het niet meer zou terugkeren naar een situatie waarin een inbreuk op zijn veiligheid onbeantwoord bleef.
Diplomatie verving het geweld niet. Geweld creëerde nieuwe voorwaarden voor de diplomatie. En de gevolgen reikten verder dan Libanon.
Toen Syrische rebellen eind november 2024 hun offensief begonnen, stuitten ze op een Assad-regime waarvan de belangrijkste steunpilaren aanzienlijk waren verzwakt. Hezbollah, dat in het verleden zijn beste strijders naar Syrië had gestuurd om de dictator Bashar Assad te redden en zijn regime te ondersteunen, was bezig te herstellen van de klappen die Israël het had toegebracht. Iran was verzwakt, Rusland was gebonden aan Oekraïne. En op 8 december stortte het regime van Assad in.
Later gepubliceerde bronnen en analyses wezen nadrukkelijk op de verzwakking van Hezbollah en Iran als één van de omstandigheden die de rebellen in staat stelden van dit tijdsvenster gebruik te maken.
Israël heeft Assad niet ten val gebracht met behulp van de piepers. Maar het brak wel een cruciale schakel in het regionale systeem dat hem had beschermd.
Eén van de belangrijkste uitingen van deze verandering kwam op internationaal niveau tot uiting. Na 7 oktober werd Israël door de internationale gemeenschap gezien als een gekwetst land dat afhankelijk was van hulp en waarvan men de handelingen aan beperkingen kon onderwerpen. Men geloofde keer op keer dat Israël kon worden verteld wat het vooral niet mocht doen.
Maar toen Israël liet zien dat het in staat was Hezbollah aan te vallen, haar leiders uit te schakelen, directe aanvallen van Iran te weerstaan en de regionale machtsverhoudingen met geweld te veranderen, verschoof het uitgangspunt bij de gesprekken met Israël. Israël begon gezien te worden als een regionale macht die in staat was de realiteit vorm te geven. Als een land waarvan de wilskracht, de capaciteiten en de ‘rode lijnen’ in aanmerking moesten worden genomen.
De les is eenvoudig: in de betrekkingen tussen staten is respect geen vervanging voor diplomatie. Macht is één van de voorwaarden die diplomatie mogelijk maakt die gebaseerd is op respect, in plaats van zwakte.
Twee jaar geleden herinnerde Israël zijn vijanden aan iets wat zij langzamerhand waren vergeten: de Joodse staat beschikt niet alleen over het vermogen om zich te verdedigen wanneer hij wordt aangevallen, maar ook over de inlichtingencapaciteiten, de verfijning, het geduld en de macht om zelf het tijdstip, de plaats en de wijze van zijn optreden te bepalen.
Dat was de grote betekenis van de ‘Pieper-operatie’: het initiatief.
Het zionisme is niet gebouwd op de hoop dat onze vijanden hun bedoelingen veranderen. Het is gebouwd op de beslissing dat het Joodse volk zijn veiligheid niet langer aan anderen toevertrouwd.
De Joodse staat kan het zich niet veroorloven om steeds weer te wachten tot een dreiging werkelijkheid wordt, tot de vijand het tijdstip bepaalt, en tot de wereld weer een akkoord voorstelt dat niemand bereid is af te dwingen.
We moeten de dreiging onderkennen, onze capaciteit op peil brengen, het juiste moment kiezen – en handelen. Want in het Midden-Oosten geldt: wie het initiatief opgeeft, laat het uiteindelijk aan de vijand over.
(JNS)