Een zegen tegen vervreemding

Een giftige mix van technologie, materialisme en polarisatie heeft ervoor gezorgd dat mensen zich meer dan ooit vervreemd voelen.

Joodse mannen roepen de Priesterlijke Zegen aan bij de Westelijke Muur in Jeruzalem. Foto: Yaakov Lederman / Flash90

In de vroege zomer van 1970 zat rabbi Menachem Mendel Gefner bij de Klaagmuur (Kotel) te bidden voor vrede en rust. De uitputtingsoorlog in de Sinaï was verhevigd en Israëlische soldaten werden dagelijks gedood. Bedroefd door de verliezen, echoden de woorden van de Misjna in zijn hoofd: “Vanaf de dag dat de Tempel verwoest werd, is er geen dag zonder vloek.”

Plotseling had Gefner een openbaring. Hij herinnerde zich dat er in de Midrasj een passage is die reageert op de Misjna en zegt: “Rav Acha zei: Als dat zo is, door welke verdienste blijven we dan staan? Door de verdienste van Birkat Kohanim [de priesterlijke zegening].” Dit inspireerde Gefner; hij vond later een overlevering van de laat-12e-eeuwse mysticus rabbi Eleazar van Worms die zei: “Als driehonderd Kohaniem op de Olijfberg zouden staan en Birkat Kohanim zouden reciteren, zou de Messias komen.” Gefner besloot grote Birkat Kohanim-bijeenkomsten bij de Kotel te organiseren, en vandaag de dag komen door zijn toedoen tienduizenden mensen, samen met honderden Kohaniem, op Pesach en Sukkot van over de hele wereld naar de Kotel voor Birkat Kohanim.

Gefners keuze voor Birkat Kohanim is niet verrassend. Deze zegen is al millennia lang een favoriet. Ouders geven deze zegen aan hun kinderen op Sjabbat. De oudste Bijbeltekst die ooit is gevonden is die van Birkat Kohanim; hij staat gegraveerd op de Hinnom-rollen, twee zilveren amuletten die dateren uit de zevende eeuw voor Christus. Birkat Kohanim heeft een unieke aantrekkingskracht die mensen ertoe aantrekt.

Ondanks zijn populariteit, is het idee dat, de Kohaniem degenen zijn die de gemeenschap zegenen, theologisch verontrustend. Rabbi Isaac Arama verwoordt dit probleem in zijn commentaar op de parsha: “Wat is de bedoeling van dit gebod, dat deze zegeningen tot het volk komen uit de mond van de Kohaniem? Het is God hierboven, die de zegen geeft. Wat kan er aan toegevoegd worden of de Kohaniem deze zegen wel of niet geven? Heeft God hun hulp nodig?”

Sommigen zijn onbezorgd over deze vraag. Rabbeinu Bachya zegt bijvoorbeeld dat “God de gave van deze zegeningen aan de Kohaniem heeft overhandigd, opdat zij in hun handen de macht zouden hebben om Israël te zegenen.” Sommigen gaan zelfs nog verder. De Kli Yakar legt uit dat het de chazan (de voorzanger) is die de zegeningen uit de hemel naar beneden brengt, door de woorden ervan voor te lezen. De Kohaniem herhalen de woorden na de chazan en nemen die zegen van de chazan over om het aan de gemeenschap aan te bieden.

De Rambam en vele andere commentaren vinden dit onaanvaardbaar; het is God die de goddelijke zegeningen bepaalt, niet de mens. De Rambam schrijft:

“Verwondert u niet en zegt: ‘Van welk nut is de zegening van een gewoon mens?’ De aanvaarding van de zegeningen hangt niet af van de Kohen, maar van de Almachtige, zoals er gezegd wordt: ‘Zo zullen zij Mijn naam op de kinderen Israëls leggen, en Ik zal hen zegenen‘ (Numeri 6:27). De Kohaniem vervullen hun plicht waarmee zij belast zijn, en de Almachtige, in Zijn barmhartigheid, zegent Israël volgens Zijn wil.”

Volgens de Rambam is het reciteren van de zegen door de Kohen slechts een formaliteit, een ritueel dat niet anders is dan de rest van de Tempeldienst. Uiteindelijk is het God die de zegen geeft. Dit antwoord lost het theologische dilemma op, maar devalueert de rol van de Kohaniem en ontdoet hun zegeningen van betekenis.

Er is een derde manier om naar de zegeningen te kijken, een die wordt voorgesteld door de Rashbam. Birkat Kohanim is een gebed dat door de Kohaniem namens de gemeenschap wordt aangeboden; God luistert dan naar dit zegengebed van de Kohaniem en zegent de gemeenschap. (De Sifrei merkt op dat door te luisteren naar Birkat Kohanim, de gemeenschap ook Gods zegen naar de Kohaniem brengt). Echter, ook dit roept de vraag op: Kan de gemeenschap niet voor zichzelf bidden? Kunnen de Kohaniem, die anderen zegenen, niet hun eigen zegen verkrijgen?

Maar misschien is dat juist het punt: een gemeenschap die voor elkaar bidt, waarvan de leden elkaar zien als waardig voor Gods zegen, is een gemeenschap die getransformeerd is. Dat perspectief is op zichzelf al een zegen.

Echte liefde vereist zowel mededogen als respect – maar respect is de belangrijkste van de twee. Mededogen is het fundament van “heb uw naaste lief als uzelf”. Wanneer we waarderen dat onze naasten zijn zoals wij, voelen we een verlangen om voor hen te zorgen. Maar Ben Azzai zegt, in een passage in de Talmoed, dat het erkennen dat anderen geschapen zijn naar het beeld van God nog belangrijker is. Dit is de basis van respect: men moet een persoon die het goddelijke beeld draagt als heilig behandelen.

Birkat Kohanim gaat over respect. Het leert ons elkaar te zegenen, omdat ieder mens Gods zegen waardig is. Dit perspectief is niets minder dan transformerend. Het is een waar moment van goddelijke inspiratie wanneer de Kohaniem en de gemeente elkaar van aangezicht tot aangezicht ontmoeten en zich verbinden in waardering en liefde.

De Priesterlijke Zegen is een oefening in natievorming waarin we de Almachtige vragen elkaar te zegenen. (Foto: Noam Revkin Fenton / Flash90)

De context van Birkat Kohanim in onze Thora-lezing onderstreept het belang ervan als een gemeenschappelijke instelling. In plaats van opgenomen te zijn in Sefer Vayikra (Leviticus) met de andere wetten van de Kohaniem, is Birkat Kohanim te vinden aan het begin van Sefer Bamidbar (Numeri). Het thema van Bamidbar is natievorming. Het boek begint met een volkstelling en de organisatie van het leger en concentreert zich op de ontwikkeling van een jonge natie in de woestijn. Maar de opkomst van de staat brengt een grote mate van ontevredenheid met zich mee. Staten zijn groot en zelfzuchtig, en individuen worden over het hoofd gezien en buitengesloten. Nationale ambities hebben weinig aandacht voor de gewone man, en bijgevolg zijn staten van nature koud en onpersoonlijk. De staat, in één woord, is vervreemdend.

De wetten in onze parsha hebben allemaal te maken met mensen die vervreemd of gemarginaliseerd zijn: zij die onrein zijn, de bekeerling, de vervreemde echtgenoot en echtgenote en de ongemakkelijke religieuze strever, de Nazir. Als groep waarschuwen deze wetten ons voor vervreemding en de problemen van natievorming. Na deze wetten wordt de zegening van de Kohaniem geïntroduceerd; deze vertegenwoordigt het tegendeel van vervreemding. De koude calculus van de staat ziet jonge mannen als een eenheid van militaire kracht, nog een soldaat beschikbaar voor de strijd. Maar Birkat Kohanim herinnert ons eraan dat zij allen kinderen van God zijn.

Vervreemding is nu aan de orde van de dag over de hele wereld. Een giftige mix van technologie, materialisme en polarisatie heeft ervoor gezorgd dat mensen zich meer dan ooit vervreemd voelen. Het is in tijden als deze dat we opnieuw moeten leren iedereen te respecteren, de goddelijke waardigheid van elk menselijk wezen te erkennen. En dat is wat Birkat Kohanim doet; het herinnert ons eraan dat zelfs de vreemdeling naar het beeld van God is geschapen en onze zegen verdient.

Aaron Katz, een Amerikaanse immigrant in Israël, beschreef in Tablet Magazine zijn ervaringen met het reciteren van Birkat Kohanim in “een ontroerende minyan” in de trein naar Tel Aviv:

“Terwijl ik elke ochtend het gebed reciteer – in een rijdende trein in de staat Israël – hebben de woorden een geheel nieuwe betekenis voor mij gekregen … In een trein gevuld met het spectrum van de Israëlische samenleving, heb ik een unieke gelegenheid om de passagiers, met inbegrip van de soldaten en politieagenten die hun leven riskeren om de staat Israël te verdedigen, te voorzien van een zegen van bescherming en vrede.

“De Talmoed legt uit … dat Birkat Kohanim uitreikt naar de mensen ‘in het veld’ die niet in staat zijn om aanwezig te zijn tijdens het reciteren van de zegen. Terwijl we letterlijk door de velden … van Ramla en Lod … gaan tijdens Birkat Kohanim, … glimlach ik over hoe letterlijk het Talmoedische gezegde is geworden in mijn eigen leven. En ik vraag me af, zouden de rabbijnen van de Talmoed zich ooit hebben kunnen voorstellen dat een geïmmigreerde Kohen naar Israël door de velden zou trekken met een minyan terwijl hij de Birkat Kohanim reciteert en bidt voor vrede?”

Ik weet niet wat de rabbijnen van de Talmoed zich voorstelden. Maar wat Katz beschrijft is precies het doel van Birkat Kohanim: om iedereen te zien als waardig voor Gods zegen. Als we dat doen, komen we net een beetje dichter bij elkaar, net een beetje minder vervreemd. En misschien, als we dit maar vaak genoeg doen, bij de Kotel, in treinen en aan de Sjabbat-tafel, worden de zegeningen van vrede in Birkat Kohanim werkelijkheid.


Rabbijn Chaim Steinmetz is de senior rabbijn van de Congregation Kehilath Jeshurun in New York. Dit artikel is oorspronkelijk gepubliceerd door de Jewish Journal.

Israel Today nieuwbrief

Dagelijks nieuws

Gratis in uw mailbox

Israel Heute Newsletter

Tägliche Nachrichten

FREI in Ihrer Inbox