De minister van Nationale Veiligheid, Itamar Ben-Gvir, voorzitter van de partij Otzma Yehudit, heeft donderdag voorstellen gepresenteerd voor een uitgebreide herziening van de ethische code van de Israëlische strijdkrachten (IDF). Het doel is om de joodse identiteit van het leger te versterken en het belang van de overwinning in de strijd te benadrukken.
De taak van de IDF moet in de eerste plaats bestaan uit het nastreven van de overwinning en de ‘beslissende nederlaag van de vijanden van de staat Israël en het volk van Israël’. ‘Deze nadruk zou in de geheel nieuwe ethische code van de IDF tot uiting moeten komen’, verklaarde zijn partij.
Wat de waarden van het leger betreft, moet ‘de centrale nadruk liggen op joodse morele waarden die geworteld zijn in de Bijbel [Tenach], de joodse ethiek, het joodse recht en de tradities van het volk, die van generatie op generatie zijn doorgegeven’. De staat zou worden gedefinieerd als een joods nationaal thuisland en de IDF als het ‘leger van de joodse staat’, zo luidde het verder.
Een belangrijke wijziging die Ben-Gvir voorstelt, is het schrappen van de term ‘zuiverheid van de wapens’ en het vervangen daarvan door ‘rechtvaardigheid van de wapens’.
De ‘zuiverheid van de wapens’ is een van de elf waarden die in de huidige ethische code zijn opgenomen. Deze waarde verplicht de soldaat zijn wapen ‘alleen in de noodzakelijke mate’ te gebruiken en ‘zelfbeheersing te betrachten om onnodige schade aan mensenlevens, lichamelijke integriteit, eer en eigendom te voorkomen’.
Het ontwerp van Ben-Gvir schrapt de formulering ‘alleen voor zover nodig’ en de tekst die schade aan ‘niet betrokken personen’ verbiedt. In plaats daarvan wordt een moreel principe toegevoegd dat is afgeleid uit de joodse traditie: ‘Als iemand komt om je te doden, sta dan vroeg op en dood hem eerst.’
Een verwijzing naar ‘universele morele waarden’ in de oorspronkelijke versie wordt volledig geschrapt.
De wijzigingsvoorstellen van Ben-Gvir zijn gericht tegen omissies in de ethische code van de IDF die al lang bekritiseerd worden.
De code, getiteld De geest van de IDF, werd voor het eerst op 26 december 1994 verspreid onder eenheden van de Israëlische strijdkrachten. Volgens de website van de IDF moest deze dienen als uitdrukking van waarden en als leidraad voor ‘onze soldaten en commandanten bij hun dagelijkse en operationele activiteiten’.
De code kreeg echter al vanaf het begin kritiek, met name vanwege het ontbreken van joodse inhoud. Tzvi Hauser, die later als kabinetssecretaris van de Israëlische premier Benjamin Netanyahu (2009–2013) werkzaam was, schreef in 1997 in het tijdschrift Azure: ‘Het weglaten van alles wat specifiek joods is in de strijdkrachten van de joodse staat, maakt dit document tot een trofee van de postzionistische ideologie.’
‘De nieuwe ethische code van de IDF weerspiegelt geen enkele verbintenis met één van de centrale beginselen van de zionistische gedachte en eist die ook niet: hij vermeldt noch de loyaliteit van het leger jegens de joodse staat en de joodse nationale soevereiniteit, noch drukt hij op enigerlei wijze de verbondenheid van het land met het wereldwijde jodendom uit’, verklaarde Hauser destijds.
Elk leger in elk democratisch land zou deze ‘kunnen overnemen zonder ook maar één woord te veranderen’.
Het ontbreken van deze zaken betekenden een breuk met de eed van eerdere joodse militaire organisaties, die allemaal een sterke verbintenis met de zionistische gedachte hadden uitgedrukt. Hiertoe behoorden Hashomer (De Wachter), het Joodse Legioen en de Haganah.
Hoe en waarom het zo kwam dat in de ethische code van de IDF alle joodse en zionistische verwijzingen ontbraken, is terug te voeren op de hoofdauteur, Asa Kasher, die destijds hoogleraar filosofie was aan de Universiteit van Tel Aviv. Kasher, het enige burgerlid van de vierkoppige commissie die verantwoordelijk was voor het opstellen van de code, vertegenwoordigde volgens Hauser standpunten die zich aan de uiterste linkerkant van het politieke spectrum bevonden.
Kasher pleitte voor een herziening van de Terugkeerwet, die Joden die naar Israël willen emigreren het Israëlische staatsburgerschap verleent. Hij steunde het recht op terugkeer voor Arabische ‘vluchtelingen’ en stelde daarbij politieke autonomie voor in delen van Israël binnen de grenzen van vóór 1967, met een groot aandeel Arabische bevolking, bijvoorbeeld Galilea.
Kasher was bovendien activist bij Yesh Gvul, een radicale groep die opriep tot weigering van militaire dienst in de IDF. ‘Kasher riep uitdrukkelijk op tot het weigeren van dienst in de IDF om te protesteren tegen de [Eerste] Libanonoorlog, tegen Israëlische militaire operaties op de Westelijke Jordaanoever en zelfs tegen de stichting van Joodse nederzettingen, waarvan hij de ligging ongepast acht’, schreef Hauser.
(JNS)