IJsland, de EU en Israël

De kritiek op het Israëlische beleid in de noordelijke eilandstaat breidt zich bij vlagen uit tot campagnes voor een economische en culturele isolatie van Israël.

Door Sharon Pardo | | Onderwerpen: Israel, IJsland, Sancties
Een land van vuur en ijs. Foto: Doron Horowitz/FLASH90

Op 29 augustus stemmen de IJslanders over de vraag of de toetredingsonderhandelingen met de Europese Unie moeten worden hervat. Mochten de onderhandelingen worden hervat en afgerond, dan zou de kwestie van het lidmaatschap zelf in een tweede referendum aan de kiezers worden voorgelegd.

Voor het eerst sinds meer dan een decennium staat het opgeschorte toetredingsproces van IJsland weer centraal in de nationale politiek. Een groot deel van het debat concentreert zich op de visserij, het monetaire beleid en de economische soevereiniteit. Maar er is nog een andere vraag die aandacht verdient: wat betekent het om het lidmaatschap na te streven van een unie die niet alleen op een gemeenschappelijke markt, maar ook op gemeenschappelijke democratische beginselen is gebaseerd?

Deze vraag kwam voor het eerst bij me op toen ik onderzoek deed voor een boek over de vroege geschiedenis van de betrekkingen tussen Israël en het Europese integratieproject. In Israëlische diplomatieke telegrammen uit de jaren vijftig stuitte ik op een onverwachte uitwisseling met IJslandse diplomaten. Hun enthousiasme voor betrekkingen met de jonge Joodse staat was opvallend.

De IJslanders zagen de samenwerking met Israël als de logische weg voor twee kleine democratieën met sterke sociaaldemocratische tradities, die in een veranderend Europa op zoek waren naar partners. Niets in deze documenten wees erop dat Israël op een dag een bron van diepgaande politieke verdeeldheid in het openbare leven van de noordelijke eilandstaat zou worden. Als je ze vandaag de dag leest, is het moeilijk om niet op te merken hoeveel er is veranderd.

Het toetredingsreferendum gaat over meer dan alleen de Europese ambities van IJsland. De uitbreiding was nooit louter een economische aangelegenheid. De criteria van Kopenhagen eisen van de kandidaat-lidstaten dat zij de democratie, de rechtsstaat, de mensenrechten en de bescherming van minderheden eerbiedigen. Dit zijn geen bijkomende voorwaarden voor het lidmaatschap, maar de fundamenten van de Unie zelf.

Wetenschappers hebben de Europese Unie omschreven als een normatieve macht, als een gemeenschap waarvan de invloed deels voortvloeit uit haar vermogen om gedrag te beïnvloeden door middel van gemeenschappelijke juridische en democratische normen. Het lidmaatschap betekent meer dan alleen de overname van het EU-recht. Het vereist ook de naleving van de vrijheid van godsdienst, gelijke behandeling en de afwijzing van discriminatie.

IJsland is een robuuste en diepgewortelde democratie met sterke instellingen en een groot vertrouwen van de burger. Het jodendom wordt officieel erkend, hoewel de joodse gemeenschap in het land zeer klein is. Aangezien de IJslanders in het verleden slechts beperkte contacten met joden hadden, is de staat Israël vaak de belangrijkste lens waardoor joodse thema’s in het publieke debat terechtkomen.

Een zeldzaam gezamenlijk raakvlak ontstond door Dorrit Moussaieff, de in Israël geboren zakenvrouw die van 2003 tot 2016 de First Lady van IJsland was. Oudere tradities liggen ingewikkelder: de beroemde passiehymnen van IJsland werden bekritiseerd vanwege vijandige afbeeldingen van joden, wat illustreert hoe historische verhalen de omstandigheden waarin ze zijn ontstaan, kunnen overleven.

Campagnes die erop gericht zijn Israël uit te sluiten, kunnen de indruk versterken dat de joodse staat op een unieke manier onrechtmatig is.

De grootste uitdaging ligt vandaag de dag in het actuele politieke discours. Sinds de door Hamas geleide terreuraanslagen in het zuiden van Israël op 7 oktober 2023 en de daaropvolgende regionale conflicten is de kritiek op het Israëlische beleid in IJsland bij vlagen uitgegroeid tot campagnes voor een economische en culturele isolatie van Israël.

Democratische samenlevingen moeten de vrijheid houden om te debatteren over nederzettingen, geweld door kolonisten, militaire operaties, humanitair beleid en de Palestijnse staatsvorming. De Europese Unie zelf bekritiseert Israëlische regeringen vaak op deze punten. De vraag is niet of dergelijke kritiek legitiem is, maar wanneer deze omslaat in discriminerende uitsluiting.

Dit onderscheid is belangrijk, aangezien de bestrijding van antisemitisme en de bevordering van het joodse leven uitdrukkelijke verplichtingen van de EU zijn. De Unie stelt dat kritiek op Israël, die vergelijkbaar is met kritiek op elk ander land, niet antisemitisch is. Tegelijkertijd moeten democratische samenlevingen zich afvragen of er bij Israël maatstaven worden gehanteerd die elders niet gelden, of dat de oppositie tegen een bepaalde regering uitmondt in een poging om de enige joodse staat ter wereld als zodanig te isoleren.

De terugkerende boycotinitiatieven van IJsland illustreren dit dilemma.

In 2015 besloot de gemeenteraad van Reykjavík Israëlische goederen te boycotten, maar trok dit besluit binnen enkele dagen na nationale en internationale kritiek weer in. Andere campagnes waren erop gericht de Israëlische publieke omroep uit te sluiten van het Eurovisiesongfestival en de roep om uitgebreidere boycotmaatregelen is sinds oktober 2023 toegenomen. Deze initiatieven zijn niet identiek. Samen roepen ze echter een steeds terugkerende vraag op: is het doel een bepaald beleid, of wordt Israël als staat behandeld als zijnde onwaardig voor normale culturele, academische en economische betrekkingen?

Het EU-lidmaatschap is niet alleen symbolisch. De Unie onderhoudt een uitgebreide associatieovereenkomst met Israël en een brede samenwerking op het gebied van handel, onderzoek, innovatie en hoger onderwijs. Het staat de lidstaten vrij om kritiek te uiten op Israëlische regeringen en maatregelen te steunen die zijn vastgesteld in het kader van gevestigde EU-procedures. Algemene, eenzijdige boycots roepen echter netelige vragen op over de verenigbaarheid met het gemeenschappelijke kader van de Unie.

De gevolgen reiken verder dan het buitenlands beleid. Hoewel de joodse gemeenschappen in IJsland klein en grotendeels onzichtbaar zijn, kunnen campagnes om Israël uit te sluiten de indruk versterken dat de joodse staat een uitzonderlijk onrechtmatige plaats inneemt in de wereld. Niet elke kritiek op Israël is antisemitisch, maar elke campagne tegen Israël mag ook niet aan nauwkeurig onderzoek ontsnappen, alleen omdat deze in de taal van de mensenrechten is geformuleerd.

Bij het referendum in augustus wordt de IJslanders niet gevraagd of zij voor toetreding tot de EU zijn, maar of de weg daarheen weer moet worden vrijgemaakt. Deze weg vereist meer dan het overnemen van richtlijnen of deelname aan de interne markt. Het vereist ook een zichtbaar engagement voor de bestrijding van discriminatie, de bescherming van het leven van minderheden en de consequente toepassing van normen. Het afwijzen van een algemene uitsluiting zou legitieme kritiek op Israëlische regeringen niet beperken. Het zou juist de gelijke behandeling versterken die de Europese integratie beoogt te belichamen.

De IJslandse diplomaten, wier telegrammen ik in de archieven heb gelezen, gingen ervan uit dat de samenwerking tussen Israël en Europa vanzelfsprekend was. Zeven decennia later stelt het IJslandse referendum een andere vraag. Niet of Europa en Israël het altijd eens zullen zijn, maar of Europa nog het zelfvertrouwen heeft om onderscheid te maken tussen legitieme kritiek en discriminerende uitsluiting. Dat zou uiteindelijk wel eens de ware test kunnen zijn voor een Unie die is gebaseerd op gemeenschappelijke waarden.

Bron: JNS

Israel Today nieuwbrief

Dagelijks nieuws

Gratis in uw mailbox

Israel Heute Newsletter

Tägliche Nachrichten

FREI in Ihrer Inbox