De onheilige alliantie tussen linkse ‘wokeness’ en het fundamentalistische islamisme komt steeds meer onder de loep te liggen. Maar tot nu toe hebben slechts relatief weinigen het aangedurfd om de raadselachtige en dreigende olifant in de kamer bij zijn naam te noemen.
Een prijzenswaardige uitzondering is de journaliste Julie Bindel, die in een artikel voor de Daily Mail tot de conclusie komt dat ‘radicaal islamisme … de haat is waarvan de naam niet genoemd mag worden’.
Ook niemand minder dan de popicoon uit de jaren tachtig, Boy George, mengt zich in de controverse en ontmaskert de flagrante hypocrisie van de anti-Israëlische agenda met zijn diep ontroerende uitgave We Will Dance Again. Daarin spreekt hij zijn onvoorwaardelijke steun uit aan Israël. De tekst en de bijbehorende video schetsen onverbloemd de waarheid over het bloedbad van 7 oktober 2023.
De flamboyante ster windt er geen doekjes om dat hij, gezien het leed van Israël, onvoorwaardelijk achter het land staat – omdat hij ‘een mens’ is. Dat de ‘woke’ beroemdhedenwereld hem zou feliciteren omdat hij met dit meeslepende reggaenummer in de stijl van Bob Marley de waarheid uitspreekt, of beter gezegd bezingt, valt natuurlijk nauwelijks te verwachten.
‘Jullie zeggen genocide, ik zeg oorlog’, zingt hij over degenen ‘die ieder van ons willen doden … op brute wijze vermoord vanwege de misdaad dat we hebben gedanst.’ In navolging van het motto van de overlevenden van het Nova-festival verwijst het nummer ook naar propaganda die via het internet wordt verspreid, en voegt eraan toe: ‘Maar als je in de war bent: dan sta ik aan de kant van de joden … Ik voel me niet moedig, ik moet me gewoon als een mens gedragen.’
Het is niet de eerste keer dat Boy George zich uitspreekt. Eerder had hij al een brief ondertekend waarin hij de deelname van Israël aan het Eurovisiesongfestival steunde, en zei hij in interviews: ‘Moet ik mijn joodse vrienden dan de rug toekeren? Dat gaat niet gebeuren. Nooit.’
Julie Bindel vraagt zich op haar beurt af waarom LGBT-activisten zo gefixeerd zijn op Palestina dat ze zich hebben verbonden met moslims die hen – omdat ze homoseksueel zijn – het liefst dood zouden zien.
Het is immers bekend dat men hen in moslimlanden van hoge gebouwen afgooit of in het openbaar stenigt. Maar hier in het Verenigd Koninkrijk zijn ze als het ware “vrienden“ en dragen ze vol trots de kufiya, ooit het symbool van de terreurleider Yasser Arafat. De activisten van Queers for Palestine zouden uiteindelijk net zo tegenstrijdig zijn als kalkoenen die voor Kerstmis stemmen.
Politici weigeren het probleem bij de naam te noemen door de recente aanslagen op Pride-evenementen louter als haatmisdrijven te bestempelen, hoewel er duidelijk radicale moslims achter zitten.
Hun motivatie zou worden bepaald door de angst om het probleem onder ogen te zien – door de angst om politieke steun te verliezen, en vermoedelijk ook door de angst voor de gevolgen als ze niet toegeven aan de agenda van deze groepen.
De pro-Palestijnse demonstraties, die zijn uitgelokt door de reactie van Israël op het ergste bloedbad onder Joden sinds de Holocaust, zouden een schandvlek zijn voor onze eens zo godvrezende natie, die de wereld het christelijke evangelie van de opofferende liefde heeft gebracht.
Hoe in hemelsnaam hebben we kunnen toestaan dat een verhaal algemeen aanvaard is geworden waarin degenen die een genocide plegen – namelijk Hamas – tot slachtoffers van dit conflict worden gemaakt?
Het is de verdienste van Israël dat het door de eeuwen heen heeft geleerd dat het weigeren om zijn vijanden het hoofd te bieden, de eigen ondergang zou betekenen.
Onlangs kon ik ’s nachts niet slapen omdat ik nadacht over hoe wij in het Verenigd Koninkrijk zouden reageren op een bloedbad zoals dat van 7 oktober. We hebben al talrijke terreuraanslagen meegemaakt – waaronder een waarbij mijn jongere broer ernstig gewond raakte – waarop we slecht waren voorbereid.
Hamas en haar medestanders hebben ondubbelzinnig duidelijk gemaakt dat zij streven naar de vernietiging van Israël, zoals ook blijkt uit het lied van Boy George. Ik vraag me af of wij de moed zouden hebben om op een dergelijke aanval te reageren met de nodige vastberadenheid en kracht. Of zouden wij toegeven?
Wat heeft het voor zin om „haatzaaiende uitlatingen“ illegaal te verklaren, als we niet eens demonstranten kunnen arresteren of tegenhouden die From the river to the sea, Palestine will be free scanderen – en daarmee in feite oproepen tot de uitroeiing van het Joodse volk?
De ronduit belachelijke ironie is dat Israël – in tegenstelling tot al zijn Arabische buurlanden – de talrijke Pride-optochten tolereert. Als de deelnemers daaraan het zouden wagen om de grens over te steken naar een van die buurlanden, zouden ze blij mogen zijn als ze er überhaupt levend vanaf zouden komen.
Maar het is een tactiek van de duivel zelf om zo’n onheilige alliantie tot stand te brengen, zoals we die vandaag de dag meemaken. Want hij is vastbesloten om Gods grote plannen voor de wereld koste wat het kost te dwarsbomen – zowel via zijn oude volk, de Joden, als via degenen die de Joodse Messias hebben aanvaard.
Satan werft maar al te graag bondgenoten die net zo vijandig tegenover God en Zijn wegen staan als hijzelf. Maar pas op: hij zal hen daar niet dankbaar voor zijn. Zodra hij hen met succes voor zijn doeleinden heeft gebruikt – in dit geval om leugens over Israël te verspreiden – zal hij zich tegen hen keren.
Jezus, de Vredevorst (Jesaja 9:6), zal zijn vijanden uiteindelijk vernietigen, voordat hij een tijdperk van duizend jaar zonder oorlog inluidt (Openbaring 20:4). Beslis vandaag nog wie je wilt dienen.