Op 11 mei keurde de Knesset met 93 stemmen voor en 0 tegen een wet goed die een wettelijk kader schept voor de vervolging van terroristen die betrokken waren bij de invasie van Hamas op 7 oktober 2023. De wet werd door de wetgevers geprezen als “historisch’.
De wet regelt in detail hoe rechters en openbare aanklagers worden geselecteerd, hoe gerechtelijke procedures moeten worden gevoerd, en voorziet in een beroepsprocedure.
‘Het doel van deze wet is het regelen van de vervolging van daders die in het kader van de moorddadige terreuraanslag vijandige handelingen, moorden, zedendelicten, ontvoeringen en plunderingen hebben gepleegd’, aldus de toelichting.
Analisten met wie JNS sprak, hopen dat dit de berechting en veroordeling zal vergemakkelijken van de terroristen die verantwoordelijk zijn voor het ergste bloedbad onder Joden sinds de Holocaust. De aanvallers uit de Gazastrook doodden minstens 1.200 mensen en namen er nog eens 251 in gijzeling.
De wet voorziet in de oprichting van een speciale militaire rechtbank in Jeruzalem, die zich zal bezighouden met de berechting van de terroristen die betrokken waren bij de aanval van 7 tot 10 oktober 2023. Hiertoe behoren ook de Nukhba-terroristen, de ‘elite’-troepen van Hamas, die de aanval leidden.
Naar schatting zitten er 300 Nukhba-terroristen in Israëlische gevangenissen. Zij behoren tot de duizenden terroristen en terreurverdachten die sinds het uitbreken van de oorlog door Israël zijn gearresteerd.
Naar verwachting zullen er aanklachten worden ingediend tegen in totaal 400 verdachten. Dit aantal kan nog stijgen, afhankelijk van het verloop van het onderzoek.
Rechter Haran Fainstein, een gepensioneerde Israëlische rechter die lesgeeft aan het Instituut voor Criminologie van de Bar-Ilan-Universiteit, verklaarde tegenover JNS: ‘De “gewone” rechtbanken en de militaire rechtbanken beschikken noch over de personele middelen, noch over de faciliteiten om dergelijke gecompliceerde zaken te behandelen.’
Knessetlid Simcha Rothman van de Religieus Zionistische Partij, die de wet samen met Knessetlid Yulia Malinovsky van de partij Yisrael Beiteinu had ingediend, verklaarde deze week tegenover het Knesset-kanaal dat een gewone rechtbank minstens 15 tot 30 jaar nodig zou hebben gehad om tot een vonnis te komen. ‘Hier zullen we binnen drie tot vijf jaar, misschien zelfs eerder, vonnissen zien’, zei Rothman.
Avraham Russell Shalev, expert in internationaal recht bij het in Jeruzalem gevestigde Kohelet Policy Forum, verklaarde tegenover JNS: ‘De onlangs aangenomen wet is een zeldzame kans om gerechtigheid te laten geschieden. Terwijl Israël ten onrechte wordt beschuldigd van gruweldaden, is de wereld de ware verschrikkingen die Hamas op 7 oktober heeft aangericht grotendeels vergeten. Dit is een kans om de wereld hieraan te herinneren en de daders te straffen.’
Rothman wees op het belang van de educatieve component van deze processen. ‘Het is van belang om dit wereldwijd en aan het publiek in Israël over te brengen. Alles wordt vastgelegd en bewaard in de archieven voor toekomstige generaties’, verklaarde hij tegenover het Knesset-kanaal.
Minister van Justitie Yariv Levin van de Likud-partij wees eveneens op het historische aspect van de processen. ‘Deze wet waarborgt niet alleen gerechtigheid, maar ook historische documentatie’, zei hij.
Malinovsky zei: ‘Er zal een ordelijk, gefilmd en uitgezonden proces plaatsvinden. Dit zullen de processen tegen de moderne nazi’s zijn, en ze zullen de geschiedenisboeken ingaan.’
‘De onvergeeflijke vertraging’
Avi Bell, een Israëlische hoogleraar in de rechten aan de University of San Diego School of Law en aan de rechtenfaculteit van de Bar-Ilan-Universiteit, zei tegen JNS: ‘Hopelijk maakt de nieuwe wet een einde aan de onvergeeflijke vertraging en leidt deze tot de berechting en veroordeling van de Palestijnse terroristen, evenals tot het opleggen van de doodstraf.’
Hij stelt hooggeplaatste Israëlische wetshandhavers verantwoordelijk voor de vertraging bij de berechting van de terroristen, die ‘om redenen die niet zijn uiteengezet en voor mij onbegrijpelijk zijn’, hebben geweigerd ‘enige stappen te ondernemen om de duizenden Palestijnse terroristen die door Israël gevangen zijn genomen en die verantwoordelijk zijn voor de gruweldaden van 7 oktober 2023 voor de rechter te brengen, te veroordelen en te straffen.’
‘Het is duidelijk dat de vervolging van de Palestijnse terreurdaden op een laag pitje zal blijven staan zolang de wetshandhavingsinstanties niet tot actie worden gedwongen’, aldus Bell.
Hoewel een van de belangrijkste bepalingen van de wet de rechtbanken toestaat de doodstraf op te leggen, niet alleen voor moord, maar ook voor extreme misdaden zoals verkrachting – die de terroristen van 7 oktober zonder scrupules hebben gepleegd –, zei Bell dat een van zijn bezwaren tegen de wet is dat deze niet ver genoeg gaat ‘om de kans op de doodstraf voor veroordeelde terroristen te vergroten’.
De wet verbiedt bovendien de opname van terroristen in overeenkomsten voor de vrijlating van gevangenen die in verband met de gruweldaden van 7 oktober ‘verdacht, aangeklaagd of veroordeeld zijn voor een misdrijf’.
‘Het succes van de wet zal uiteindelijk afhangen van de mate waarin militaire openbare aanklagers hun wettelijke plicht nakomen – een plicht waaraan de wetshandhavingsinstanties zich tot nu toe hebben onttrokken – en van de mate waarin de rechters begrijpen dat elke straf de terroristen geen hoop mag laten dat hun medestrijders door het gijzelen van nieuwe slachtoffers hun toekomstige vrijlating zouden kunnen bewerkstelligen’, verklaarde Bell.
De voorstanders van de wet zijn ervan overtuigd dat deze effectief zal zijn. Rothman verklaarde kort voor de stemming voor de plenaire vergadering van de Knesset: ‘Dit is een historisch plan dat tot doel heeft recht te doen en de terroristen voor de rechter te brengen die de gruwelijkste slachtpartij in de geschiedenis van de staat hebben gepleegd.’
Malinovsky verklaarde in haar toespraak: ‘De staat Israël is een rechtsstaat. Deze terroristen zullen volgens alle regels voor de rechter worden gebracht en de rechters zullen hen veroordelen. … Ik draag deze wet op aan alle vermoorde slachtoffers, de gijzelaars en de families. Uiteindelijk zijn het onze geest en ons vermogen om met de immense pijn om te gaan en deze het hoofd te bieden – dat is wat ons groot maakt.’
(Bron: JNS)