Niemand wist zeker of de ceremonie wel zou doorgaan. De organisatoren hadden enkele dagen eerder in alle stilte een volledige generale repetitie opgenomen, voor het geval nieuwe gevechten met Iran een openbaar live-evenement onmogelijk zouden maken. Een broos staakt-het-vuren met Iran en Libanon hield stand – maar net.
Vorig jaar werd de ceremonie afgelast vanwege bosbranden in de heuvels rond Jeruzalem. Dit jaar kwamen duizenden mensen uit het hele land naar Jeruzalem, vastbesloten het evenement niet te missen.
Wat volgde, was een van de meest emotionele onafhankelijkheidsvieringen van de recente geschiedenis – een twee uur durend programma met als thema ‘Krachten van vernieuwing’, dat schommelde tussen rouw en trots, gebed en feest, verlies en overwinning.
‘Zo ziet overwinning eruit’
Knesset-voorzitter Amir Ohana opende het officiële gedeelte van het evenement en zette de emotionele toon voor de avond. Met een verwijzing naar het boek Esther – ‘en het keerde zich om’ – interpreteerde hij de ontwikkelingen van het afgelopen jaar als een teken van nationale veerkracht.
“Toen vorig jaar, midden in de oorlog, 20.000 Joden besloten om alija te maken – zo ziet overwinning eruit. Toen vorig jaar 177.000 baby’s in Israël werden geboren – zo ziet overwinning eruit”, zei Ohana.
De Israëlische premier Benjamin Netanyahu, die samen met zijn vrouw Sara aanwezig was, richtte zich via een vooraf opgenomen videoboodschap tot het publiek. Om veiligheidsredenen verscheen hij niet live. Israël was “als een leeuw opgestaan en had als een leeuw gevochten” en had “het terreurregime in Iran zware klappen toegebracht”.
Netanyahu verklaarde dat Israël “sterker dan ooit” is en prees zowel de militaire successen als de alliantie met de Verenigde Staten.
“Israël is sterker dan ooit tevoren, en samen met de Verenigde Staten voeren we de strijd tegen de krachten van het kwaad in de wereld”, zei hij, waarbij hij de huidige tijd omschreef als een “generatie van wedergeboorte”, waarin Israël geconfronteerd wordt met langdurige existentiële bedreigingen.
Hij sprak van belangrijke klappen tegen wat hij de Iraanse “as van het kwaad” noemde, die de Joodse staat zou willen vernietigen. Israël zou vastberaden hebben opgetreden om existentiële gevaren weg te nemen – waaronder bedreigingen door de Iraanse atoom- en raketprogramma’s.
“In de oorlog van de wedergeboorte, in de operaties ‘Een volk als een leeuw’ en ‘Brullende leeuw’, hebben we grote successen behaald”, zei Netanyahu, verwijzend naar de prestaties van de veiligheidstroepen, de bevolking en de politieke leiders.
Tegelijkertijd benadrukte hij nieuwe partnerschappen en diplomatieke kansen die de strategische positie van Israël zouden hebben versterkt. “In elke generatie staan vijanden op om ons te vernietigen”, zei hij, “maar Israël blijft deze bedreigingen met eenheid en vastberadenheid tegemoet treden.”
Twaalf fakkels, twaalf verhalen
Centraal in de ceremonie stonden de twaalf fakkeldragers, die representatief voor de Israëlische samenleving waren geselecteerd. Dit jaar waren zij afkomstig uit het leger, de geneeskunde, de technologie, de cultuur en de publieke sector.
De aftrap werd gegeven door twee officieren van het Israëlische leger, wier identiteit om veiligheidsredenen gedeeltelijk geheim werd gehouden. Luitenant-kolonel M., een voormalig eskadroncommandant, droeg zijn fakkel op aan de duizenden missies ter verdediging van Israël en aan het personeel dat deze mogelijk maakt.
Majoor N., een verkenningsofficier die op 7 oktober gewond raakte en later opnieuw zwaar gewond in dienst terugkeerde, droeg haar fakkel op aan de gewonde soldaten “aan lichaam en ziel” en aan de “strijd aan het front van de revalidatie”.
De durfkapitalist Gili Ra’anan bracht hulde aan de Israëlische hightech- en cyberbeveiligingssector en herdacht tegelijkertijd zijn dochter Adi, die in 2018 omkwam bij een plotselinge overstroming in Nahal Tzafit.
“Zij herinnert me eraan hoe kostbaar het leven is en hoe groot onze verantwoordelijkheid is om hier een betere toekomst op te bouwen”, zei hij.
Prof. Dina Ben-Yehuda, hoofd hematologie in het Hadassah-ziekenhuis, droeg haar fakkel op aan het medisch personeel van Israël en aan haar neef Itamar, een verpleger bij de Golani-brigade die op 7 oktober sneuvelde.
“Aan het medeleven en de menselijkheid, die het belangrijkste medicijn van allemaal zijn”, zei ze.
Tamir Atallah, een Druzenofficier die hulpoperaties voor Druzen-gemeenschappen in Syrië coördineerde, benadrukte het partnerschap tussen Joodse en Druzenburgers van Israël.
“Een verbond van partnerschap, loyaliteit en een gedeeld lot – een band die we met alle kracht moeten koesteren”, zei hij.
Ora Hatan uit de mosjav Shtula, die ondanks de aanvallen van Hezbollah in het noorden bleef en soldaten verzorgde, droeg haar fakkel op aan de inwoners die vastbesloten zijn om in de regio te blijven.
“We mogen het noorden nooit opgeven”, zei ze. “En aan onze kinderen – de generatie van morgen, die ervan droomt dat Galilea weer tot bloei komt. En dat zal het ook.”
Chef-kok Asaf Granit bracht een eerbetoon aan Jeruzalem en de Israëlische gastronomie, die ondanks jarenlange conflicten blijft voortbestaan.
Roni Insaz, geboren in Teheran en naar Israël gebracht nadat hij in het geheim Joodse gevangenen in Iran had geholpen, richtte zich rechtstreeks tot het Iraanse volk.
“De overweldigende meerderheid houdt van het Joodse volk en droomt van vrijheid”, zei hij. “Mogen we meemaken hoe dit duistere regime ten val komt.”
Een van de meest ontroerende momenten was het optreden van Talik Gvili, die een fakkel aanstak ter nagedachtenis aan haar zoon, stafsergeant Ran Gvili, wiens stoffelijke resten uit Gaza waren teruggebracht.
“Weet: we zijn hier, en we zullen hier voor altijd blijven”, zei ze.
Filmmaker Moshe Adri droeg zijn fakkel op aan de cultuurmakers van Israël en de jeugd in de periferie.
“Geloof in jezelf, want er is geen kracht sterker dan vastberadenheid, geloof en de passie om ideeën in werkelijkheid om te zetten”, zei hij.
Rabbi Avraham Zariv, rechter bij het rabbinaal gerechtshof en reservist in Gaza, droeg zijn fakkel op aan het voorrecht om zowel door de studie van de Thora als door militaire dienst te dienen.
De strijder Ari Shpitz, die in Gaza beide benen en een arm verloor, droeg zijn fakkel op aan de gewonde soldaten.
“Dit is weer een oorlog”, zei hij, “en ook hierin hebben we geen andere keuze dan te overwinnen.”

Bijzonder gastoptreden
De afsluiting werd gevormd door het optreden van de Argentijnse president Javier Milei, een van de luidruchtigste internationale supporters van Israël. Samen met artiesten zong hij het Spaanse lied “Libre” en sprak hij vervolgens over de symboliek van de fakkel.
“De overgang van duisternis naar licht is pijnlijk”, zei hij. “Licht creëren vergt een grote en moeilijke inspanning.”
In het Hebreeuws sloot hij af met: “Am Yisrael Chai. L’tiferet Medinat Yisrael.”
‘Vrees niet, Israël’
Muzikale optredens weerspiegelden het emotionele traject dat het land het afgelopen jaar heeft afgelegd. Zangers traden samen met gewonde soldaten op, begeleid door beelden van de gevechtssituaties. De veteraan Yehoram Gaon zong “Lo Tenatzchu Oti” (“Jullie zullen mij niet verslaan”), terwijl Eden Golan, Israëls Eurovisiedeelnemer voor 2024, met staande ovaties werd onthaald.
Tot slot zong Sasson Ifram Shaulov “Al Tira Yisrael” (“Vrees niet, Israël”) en bracht het publiek op de been.
De traditionele vlaggenchoreografie toonde onder andere een davidster, de kaart van Israël en het getal 78. De ceremonie werd afgesloten met het gezamenlijk zingen van het volkslied “Hatikvah”.
(JNS)