De mensheid, zo wordt nu gezegd, staat tegenover een “gemeenschappelijke vijand”. Deze vijand, aldus Francesca Albanese, speciaal rapporteur van de Verenigde Naties voor de Palestijnse gebieden, is Israël – de Joodse staat zelf.
Albanese maakte deze ‘ontdekking’ zaterdagavond bekend via een videoverbinding op een Al-Jazeera-forum in Qatar, tijdens een podiumdiscussie met de titel ‘De Palestijnse zaak in een wereld op weg naar multipolariteit’. Ze trad op in hetzelfde conferentieprogramma als Hamas-leider Khaled Mashaal en de Iraanse minister van Buitenlandse Zaken Abbas Araghchi. Alleen al deze setting had elke aanspraak op neutraliteit of morele autoriteit moeten diskwalificeren.
Israël, zo verklaarde Albanese,’ is de kracht die de wereld, de vrede en het leven van de hele mensheid vernietigt’. Het is de ‘gemeenschappelijke vijand’ waartegen de wereldgemeenschap zich nu moet verenigen. Een aloude beschuldiging die zich eindeloos door de geschiedenis heen voortzet – alleen ontdaan van zijn vroegere theologische taal en verpakt in het vocabulaire van het internationaal recht.
Dit is geen analyse; het is een karikatuur. Israël is een land met ongeveer tien miljoen inwoners – waarvan ongeveer zeven miljoen joden – zo klein dat zijn naam nauwelijks plaats vindt op een landkaart. Het wordt omringd door staten die al decennialang en met miljardeninvesteringen hebben geprobeerd het uit te roeien.
Deze staten hebben niet eens een fractie van Israëls wetenschappelijke, agrarische, technologische en democratische prestaties voortgebracht. Voor Albanese is dat geen bewijs van vitaliteit of veerkracht, maar van duivelse bedoelingen.
Ze sluit zich aan bij de taal van de hoogste leider van Iran, die Israël openlijk een “kankergezwel” heeft genoemd dat moet worden verwijderd – terwijl hij Hamas en Hezbollah financiert, werkt aan de bouw van kernwapens en raketten op Israëlische steden laat afvuren. Iran, zo suggereert ze, moet ons niet afleiden met zijn eigen misdaden – tienduizenden Iraanse burgers zijn gedood omdat ze vrijheid eisten. Nee, de joden zijn erger. Zij zijn de universele vijand.
Deze retoriek is geen toeval. Het is ideologische training. Albanese presenteert zichzelf als de gezaghebbende stem van de waarheid, spreekt “namens de Verenigde Naties” en roept haar publiek op om joden uit scholen, werkplekken en het maatschappelijk leven te verdrijven – en uiteindelijk uit Israël zelf. De bekende volgorde is voor iedereen die wil kijken duidelijk te zien.
De herhaalde voorstellen van Israël om het land te delen worden afgedaan als propaganda. De Oslo-akkoorden, de terugtrekking uit Gaza, de gestage groei van de Palestijnse bevolking – niets van dit alles telt. Het eigenlijke misdrijf van Israël bestaat volgens Albanese erin dat het nog steeds bestaat.
Haar optreden in Doha was bijzonder onthullend. Samen met een Hamas-leider en de Iraanse minister van Buitenlandse Zaken veroordeelde ze landen die betrekkingen onderhouden met Israël of wapens met het land verhandelen, en beschuldigde ze het Westen ervan een “genocidaal” narratief te versterken. Tegelijkertijd sprak ze van een ‘kans’ omdat – zo beweerde ze – het internationaal recht “in het hart was gestoken”.
Wat Albanese het laatste “vreedzame instrument” voor vrijheid noemt, is in de praktijk het instrumentaliseren van het internationaal recht tegen de Joodse staat. Het is een recht dat is ontdaan van bewijzen, context en morele duidelijkheid en dat selectief wordt gebruikt om terreur te rechtvaardigen en degenen die het toejuichen vrij te pleiten.
Nee, Francesca Albanese. De gemeenschappelijke vijand van het Westen – en van allen die echt vrede zoeken – is niet Israël. Het zijn degenen die het internationaal recht misbruiken om propaganda voor Hamas wit te wassen, die de holocaust verdraaien, gedocumenteerde gruweldaden ontkennen en zich comfortabel naast jihadisten en Iraanse functionarissen nestelen, terwijl ze doen alsof ze voor de mensenrechten opkomen.
De geschiedenis heeft dit verhaal al eens gezien. Nieuw is niet de beschuldiging, maar de brutaliteit waarmee ze vandaag wordt geuit – onder een VN-titel, op een Qatarees podium, onder applaus. Juist dat zou ons moeten overtuigen om door te vechten tot we onze vijanden hebben verslagen.