Het landbouwproject is een initiatief van de inwoners van het Palestijnse dorp Khirbat Al-Aqaba in Samaria, en krijgt internationale financiering. Op die manier hoopt men de Palestijnse invloed in gebied C te vergroten, oftewel Israëlisch grondgebied in beslag te nemen.
Het tweede Oslo-akkoord (1995) verdeelde het Bijbelse hartland Judea en Samaria in drie zones: A, B en C. In zone A oefent de Palestijnse Autoriteit het gezag uit. Het gaat daarbij om grotere steden en dorpen. Zone B bestaat hoofdzakelijk uit plattelandsgemeenschappen en dorpen.
In deze zone hebben de Palestijnen de administratieve controle en waakt Israël over de veiligheid. Zone C omvat ongeveer zestig procent van Judea en Samaria en staat onder Israëlisch bestuur. Het is een dunbevolkt gebied met zowel Palestijnse als Israëlische dorpen.
Eerder al berichtten wij dat Palestijnen ongeveer vierhonderd fruitbomen geplant hadden, niet ver van het Joodse dorp Elasar in Gush Etzion, dat tussen Bethlehem en Hebron ligt. De enige reden hiervan was om braakliggend terrein in beslag te nemen en zo een toekomstige uitbreiding van het Joodse dorp onmogelijk te maken. Een week eerder hadden Palestijnen al 237 bomen geplant bij het nabijgelegen Joodse dorp Neve Daniel.
Deze illegale aanplantingen bevatten politiek dynamiet, want als de bomen over een paar jaar vrucht dragen, zullen Palestijnen voor de tv-camera’s vol emotie beweren dat de boomgaarden al aan hun voorouders toebehoorden. Dit gebeurt regelmatig als de inwoners van de Joodse dorpen deze ongeoorloofde aanplant verwijderen. De vermeende Israëlische zonde wordt dan door de media volledig uitgemolken, terwijl er geen woord gezegd wordt over de Palestijnen die zich het land op valse gronden hebben toegeëigend.
Deze illegale aanplantingen horen bij de Palestijnse tactiek om Israël onontgonnen land afhandig te maken. Zo’n drie maanden geleden kwamen driehonderd Palestijnse tractorbezitters voor een plechtige ceremonie bijeen in het Palestijnse dorp Yatta, vlak bij Hebron. Zij kregen daar een gratis vergunning om hun tractor te gebruiken. Voorwaarde was wel dat er land in zone C gestolen zou worden.
Elke Palestijnse boer in zone C die nieuw land wilde bezetten, had recht op een gratis verlenging van de tractorvergunning voor een periode van twee jaar. En dit alles gebeurt onder leiding van de Palestijnse minister van Transport, Essam Salem. De Palestijnen willen territoriale continuïteit creëren tussen Arabische dorpen in zone C, waardoor het voor Joodse dorpen in deze zone steeds moeilijker wordt aansluiting bij elkaar te vinden.
In Israël vermoeden sommigen dat de Palestijnen de kunst van het bomen planten hebben afgekeken van de Joden. Bomen planten is immers het handelsmerk van het Joods Nationaal Fonds (JNF). In Israël kent elk kind het bomen planten op Toe Bisjwat, de Joodse nieuwjaarsdag voor bomen. Sinds zijn oprichting heeft het JNF in Israël meer dan 240 miljoen bomen geplant om het land te beschermen, bodemerosie tegen te gaan, het landschap groener te maken en vitale ecosystemen in stand te houden.
Ook wij hebben met uw hulp meer dan achtduizend olijfbomen in de woestijn geplant.
De door het JNF geïnitieerde aanplantingen hebben geleid tot een toename van de bossen en de ontginning van woestijngrond in Israël. Land dat ooit bruin was, schijnt nu helder groen. De nadruk op het planten van bomen was een poging om het visioen van Jesaja 35 te verwezenlijken: ‘De woestijn zal zich verheugen, de dorre vlakte vrolijk zijn, de wildernis zal jubelen en bloeien, welig bloeien als een lelie, jubelen en juichen van vreugde’ (Jesaja 35:1-2a). Dat is de Palestijnen een doorn in het oog. Is dat de reden dat ze Israël op deze manier schade proberen toe te brengen?