Mattheüs, Markus en Lukas zijn de auteurs van de eerste drie evangeliën in het Nieuwe Testament. Zij schrijven dat de Heer Jesjoea een korte en logische vraag stelde aan de Joodse religieuze leiders over Zijn oorsprong. Maar deze vraag bleef onbeantwoord. De geleerde Farizeeën en Schriftgeleerden waren niet in staat de vraag te beantwoorden.
De vraag was niet mystiek of esoterisch. Het was een eenvoudig en verstandig onderzoek gebaseerd op één vers in het boek Psalmen, geschreven door koning David 1000 jaar voordat de Messias in Bethlehem verscheen. Deze vraag werd in het openbaar gesteld in het epicentrum van het Joodse spirituele leven: de voorhof van de heilige Tempelhof op de berg Sion in Jeruzalem.
Een redelijke vraag
De drie evangelisten legden de uitdagende vraag, in enigszins verschillende bewoordingen, als volgt vast: “terwijl de de Farizeeën bijeen waren, vroeg Jesjoea hen, zeggende: “Wat denken jullie van de Messias? Wiens Zoon is Hij?‘
Zij zeiden tot Hem: ‘De Zoon van David.‘ Vervolgens vroeg Hij hun: ‘Hoe noemt David dan in de Geest Hem HEER,...
Word Lid
Lees alle content voor leden
Krijg exclusieve en verdiepende artikelen uit Israël.
Steun betrouwbare journalistiek, rechtstreeks vanuit Jeruzalem
Raak verbonden met Israël, vanuit huis.
Laat de stem van hoop en waarheid horen
Word onderdeel van de internationale Israel Today-familie

Al lid? Login hier.