Michael Kleiner, die momenteel voorzitter is van het gerechtshof van de Likoedpartij, werd op 17 januari geïnterviewd door Shimon Riklin van het rechtse Channel 14. Uit wat hij zei en niet zei, kan men begrijpen dat Benjamin Netanyahu’s dagen in de partij geteld zijn, en het zou wel eens de gemelde schikking van de voormalige premier kunnen zijn die een einde maakt aan zijn carrière.
Er bestaat nu geen twijfel meer over dat Netanyahu kiest voor een schikking in de corruptiezaak tegen hem. Het probleem in de onderhandelingen tussen Netanyahu en procureur-generaal Avichai Mandelblit is de kwestie van ‘morele verdorvenheid’.
In juridische termen betekent ‘morele verdorvenheid’ meer dan een overtreding van de wet. Het is de schending van het publieke vertrouwen door het breken van de waarden en morele normen van het publiek. Morele verdorvenheid is dus een overtreding die leidt tot diskwalificatie voor het bekleden van een openbaar ambt. In Israël wordt een politicus die door morele verdorvenheid is bezoedeld, gedurende zeven jaar uitgesloten van een openbaar ambt. Bovendien staat Israël niet toe dat straatnamen, instellingen, enz. worden vernoemd naar ambtenaren die zich aan dergelijke misdrijven schuldig hebben gemaakt.
En toch is dit soort schande niet duidelijk gedefinieerd, dat betekent dat het volledig aan de rechters is om te beslissen of een criminele daad al dan niet onder morele verdorvenheid valt.

‘You will never march alone!’ Rechtse Israëli’s hebben een campagne opgezet om Netanyahu’s juridische kosten te dekken.
Een dag eerder was een inzamelingsactie gestart om de juridische kosten van Netanyahu te dekken, en binnen enkele uren was meer dan een half miljoen dollar ingezameld. Inmiddels heeft deze ‘You will never march alone’-campagne al meer dan een miljoen dollar opgebracht. Het doel is vijf miljoen shekels (1,6 miljoen dollar).
Het is duidelijk dat het bij deze campagne niet om geld gaat. Het is een ongekende steunbetuiging van het publiek. Volgens Berale Crombie, die samen met Yinon Magal het initiatief nam voor deze ongewone campagne, is het geld bestemd voor ‘de leider van rechts, zodat hij geen schande hoeft te dragen en zo het land zal kunnen blijven leiden!’
Het op deze manier te schande maken van een politiek leider is het moderne equivalent van de oude praktijk van verminking van standbeelden, wat het middel was om de herinnering aan een vorige vorst te bezoedelen en uit te wissen.
Het valt niet te ontkennen dat zowel links als rechts het proces van Netanyahu als politiek gemotiveerd beschouwen. Dit betekent dat hij terecht staat als een publieke figuur die rechts vertegenwoordigt. Maar Netanyahu is ook een privé-persoon. Hij is de enige die de prijs moet betalen. En als privé-persoon wil hij niet in de gevangenis belanden. Het proces is nog lang niet afgelopen. Maar een opmerking uit 2019 van wijlen hoogleraar rechten en winnaar van de Israëlprijs Ruth Gabison klinkt nog luid: ‘Netanyahu maakt geen enkele kans op een eerlijk proces’, zei ze destijds. De leider van rechts heeft alle reden om te geloven dat het vonnis, omdat het politiek gemotiveerd is, al is beslist.
Netanyahu’s dilemma dat hem dwingt te kiezen tussen het publieke en het private wordt versterkt door zijn overtuiging dat de aanklachten tegen hem, met name dossier 4000, waarin hij van omkoping wordt beschuldigd, door het Bureau van de procureur-generaal zijn verzonnen om van hem af te komen. De beschuldiging van omkoperij, om nog maar eens in herinnering te brengen, is een precedent scheppende overtreding. Dit betekent dat de procureur-generaal een nieuwe overtreding moest verzinnen om Netanyahu te beschuldigen. Ik durf te wedden dat je van alle mensen in de wereld er niet één kunt vinden die bereid is zich in de gevangenis te laten opsluiten voor dingen waarvan hij absoluut overtuigd is dat hij ze niet heeft gedaan.
Mijn hoop is dat Netanyahu’s beslissing gebaseerd zal zijn op hoe hij zijn proces uiteindelijk ziet, of het een politiek spektakel is of een privé-aangelegenheid. Als hij voor het eerste kiest (en daar ziet het wel naar uit), dan zou een schikking met ‘morele verdorvenheid’ geen optie moeten zijn, omdat zijn schande de schande van rechts zal zijn.
Anderzijds, als hij in staat is om te onderhandelen over een schikking zonder ‘morele verdorvenheid’, dan zou hij die onder de gegeven omstandigheden moeten accepteren, zelfs wetende dat hij de aanklacht zal moeten dragen van het amorfe juridische delict van ‘fraude en schending van vertrouwen’.
Als Netanyahu in staat is een overeenkomst te sluiten die geen morele verdorvenheid en publieke schande inhoudt, betekent dit dat zijn aanhangers, die geloven dat hij onschuldig is, bij de volgende verkiezingen op hem zullen kunnen stemmen.
Hoe onaangenaam en vernederend het ook is, een schikking zonder schande is een win-win situatie voor zowel Netanyahu als voor rechts. Maar zijn aanhangers verwachten dat hij zijn onschuld bewijst als de schikking wel schande inhoudt, zelfs als dat betekent dat Netanyahu uiteindelijk in de gevangenis belandt.
De populaire presentator Shimon Riklin van Channel 14 News, een van Netanyahu’s fervente supporters, zei dit vorige week in een tweet:
‘Als volksvertegenwoordiger, als hervormer, moet een leider tot het einde toe vasthouden aan zijn waarheid. En indien nodig, gevangen worden gezet. Ja gevangen worden gezet. Het is onaangenaam om op gevorderde leeftijd gevangen gezet te worden. Zijn we toegewijd aan comfort en luxe, of aan een idee? (…) in het verleden zijn leiders die voor Israëls vrijheid vochten, gestorven voor de vrijheid. Onze mentale moed zal onze toekomst bepalen.’