Israëls nieuwe rijkdom (1): enorme olie- en gasreserves
Israëls ontdekking van grote hoeveelheden aardgas en zelfs olie heeft de hoop gewekt, zelfvoorzienend te worden op energiegebied, maar de ontwikkeling van de bronnen is moeilijk omdat buitenlandse partners bang zijn voor Arabische vergelding.
Dit is het eerste deel van een vierdelige serie over de moeilijkheden die Israël ondervindt bij de ontwikkeling van zijn nieuw ontdekte natuurlijke hulpbronnen.
'Laat me je iets vertellen dat wij Israëli's tegen Mozes hebben,' zei Israëls toenmalige premier Golda Meir in 1973 tijdens een staatsdiner. 'Hij leidde ons 40 jaar door de woestijn om ons naar die ene plaats in het Midden-Oosten te brengen, waar geen olie is.'
Maar ze had het mis. In maart 2010 maakte de US Geological Survey een schatting van het potentieel aan koolwaterstoffen in het gebied, en stelde dat de zogenaamde Levant Basin provincie (die zich uitstrekt van het Sinaï-schiereiland tot de noordelijke grens van Syrië) wel 1,7 miljard vaten winbare olie en 3.500 miljard kubieke meter aardgas zou bevatten.
Indien deze schattingen juist blijken, is Israël - wiens zeegebied ongeveer 40% van dit hele gebied omvat – lid van de groep van 25 landen met 's werelds grootste gasreserves (op een lijn met Libië en ver voor Nederland).
Nog belangrijker is dat het land niet langer afhankelijkheid is van buitenlandse import, waardoor Israël de komende 150 jaar energie-onafhankelijk is.
Aardgas werd in 1999 voor het eerst gevonden in Israëlische wateren, door de ontdekking van het Noa veld, dat te klein was voor commerciële ontwikkeling. Een jaar later echter ontdekte Israël de Mari-B site, die sinds 2004 gas levert aan de energiecentrales van het land.
Een doorbraak kwam in 2009, toen de Joodse Staat het Tamar veld ontdekte, dat naar schatting genoeg gas bevat om 15 jaar te voorzien in de binnenlandse behoeften van het land. Toch duurde dit record slechts een jaar. Een Amerikaans-Israëlisch consortium, dat in het gebied boorde, maakte in 2010 de ontdekking bekend van een grotere locatie, het de Leviathan veld. Dit zou ongeveer 470 miljard kubieke meter aardgas bevatten, en Israël veranderen van een energie-importeur in een potentiële exporteur.
Cyprus heeft al bekend gemaakt, dat het vanaf 2015 bereid is Israëlisch gas te importeren tegen een gereduceerde prijs. Verwacht wordt dat de energie daarvandaan uiterlijk in 2018 Griekenland en de rest van Europa zal bereiken.
Deze plannen worden echter gehinderd door een reeks technische problemen waarmee het consortium momenteel wordt geconfronteerd. Bijvoorbeeld, de Amerikaanse energiereus Noble, een van de belangrijkste ontwikkelaars van Leviathan en de grootste aandeelhouder van het veld, moest in mei stoppen met het boren van een van putten van de site wegens de 'hoge druk in de bron en mechanische beperkingen van het ontwerp van de boorput,' meldde Reuters onlangs. Dit kan deels verklaren waarom het conglomeraat onlangs besloot om 30% van de rechten op het veld te verkopen, wat bijdragen van andere energiebedrijven stimuleerde.
Deze staan echter niet te trappelen om deel te nemen aan dit project. Het Franse Total, dat het Israëlische Globes magazine 'een van de serieuze mededingers' noemde, laat zich mogelijk weerhouden van het betreden van de Israëlische markt door de angst om minder zaken te doen met Arabische partners zoals de Verenigde Arabische Emiraten, Qatar of Iran.
Het Nederlands-Britse Shell of de Amerikaanse Chevron en Exxon Mobil hebben soortgelijke problemen, wat de vraag opwerpt wie in staat is om dit werk uit te voeren.
Wordt vervolgd.
Elizabeth Blade



