Aramees, de taal uit Jezus' dagen, herleeft
Christenen in een stadje in het noorden van Israël hebben goedkeuring van de overheid gekregen om het Aramees, de taal van Jezus' tijd, op het schoolcurriculum te plaatsen.
Hoewel Yeshua (Jezus) en vele andere Joden uit zijn tijd ongetwijfeld Hebreeuws spraken, evenals Grieks, was 2000 jaar geleden de gewone taal in het Land Israël het Aramees, een oude Syrische taal die ook banden had met Abrahams familie. Aramees was de taal van de markt en van de dagelijkse gesprekken, de taal die Yeshua meestal sprak.
Maar anders dan het Hebreeuws, dat in de moderne tijd is herleefd, is het Aramees overwegend een dode taal gebleven. Aramees is de officiële liturgische taal van de Maronitische en Syrisch-orthodoxe kerken. Ook grote delen van de Joodse liturgie zijn in het oorspronkelijke Aramees gebleven, maar slechts weinigen begrijpen de woorden van de gebeden die ze reciteren.
Er komt in het Heilige Land echter steeds meer belangstelling voor het opnieuw introduceren van het Aramees als levende taal, en die trend begint bij de Maronitische Christenen in de regio Galilea.
Onlangs heeft de openbare basisschool in de Arabische stad Jish in Galilea met succes toestemming gevraagd aan het Israëlische ministerie van Onderwijs om het Aramees te herintroduceren in een officiële, maar wel vrijwillige, cursus. Momenteel studeren en gebruiken ongeveer 80 kinderen uit het dorp actief de taal, waarvan velen vreesden dat deze bijna volledig was uitgestorven in het Heilige Land.
De kinderen worden hierbij geholpen door een Aramees-talige satelliet tv-zender die uitzendt vanuit Zweden, waar een immigrantengemeenschap met maar liefst 80.000 leden nog steeds het Aramees gebruikt als hun moedertaal.
Ryan Jones



