Enquête toont scheidslijn in Palestijnse samenleving
Uit een recente enquête onder Palestijnen in Israël en op de Westbank bleek dat er grote verschillen tussen beide groepen bestaan.
Het Instituut voor Conflict Management van de Ben-Gurion Universiteit in Be'er Sheva heeft deze week een enquête gepubliceerd, gehouden onder 2.052 Palestijnen in Israël en de Westbank.
Uit dit onderzoek bleek vooral duidelijk, dat de beide groepen Palestijnen verschillende opvattingen hebben over de Onafhankelijkheidsoorlog in 1948, die de Palestijnen Nakba (catastrofe) noemen.
Aan de ene kant werd de Arabieren. die tijdens de oorlog van 1948 in Israël zijn gebleven, door hun broeders verweten, dat zij zouden buigen voor de Joodse bezetting.
Aan de andere kant werd het de vluchtelingen kwalijk genomen, dat zij hun land zouden hebben opgegeven.
Beide groepen houden emotioneel vast aan hun interpretatie van de geschiedenis en verdedigen deze tegen alternatieve beweringen, zo blijkt uit het onderzoek.
Het is verbazingwekkend dat 60 procent van de Arabieren in Israël hun dochters niet zouden laten trouwen met Arabieren uit de Westbank; anderzijds zou 41 procent hun dochters niet laten trouwen met Israëlische Arabieren.
Voorts zou de moeilijke positie van de Arabische minderheid in de Joodse gemeenschap van Israël de oorzaak zijn van een sterkere groepsidentiteit. Maar hun houding ten opzichte van Israël is gematigder geworden. Zij geven Israël niet alle schuld voor het lot van de Palestijnen, zoals hun broeders op de Westbank doen.
'Bijna 65 jaar na de stichting van Israël hebben twee verschillende Palestijnse samenlevingen ontwikkeld', zegt Shifra Sagy, directeur van het Instituut voor Conflictmanagement van de Universiteit. 'Het is ongeveer hetzelfde als bij Oost- en West-Duitsland, ook daar hebben zich twee verschillende samenlevingen ontwikkeld. Toen indertijd de muur viel, hadden de mensen het gevoel alsof het twee heel verschillende naties waren.'
Michael Selutin



