Regering steunt NGO's die hulp bieden in Syrië (3)
Israëlische hulpverlener: 'Ik heb nog niet aan Syriërs gevraagd of ze hetzelfde voor mij zouden hebben gedaan, maar het doet er niet toe, wat er toe doet is mijn geweten'.
Dit is het derde deel van een driedelig verhaal over Israëli's die Syrië binnengaan om vluchtelingen te helpen. Als u dit nog niet hebt gedaan, raden we aan eerst deel 1 en deel 2 te lezen.
Toch blijft Israël hulp bieden aan de armen. Ayoub Kara, onderminister voor de ontwikkeling van de Negev en Galilea, benadrukte in een telefonisch interview met Israel Today, dat de Israëlische regering goed samenwerkt met verschillende vrijwilligersorganisaties, en hen aanmoedigt om actie te ondernemen.
'We zijn bereid om de deur te openen voor iedereen die professionele behandeling nodig heeft, of, als alternatief, medische hulp te zenden naar de slachtoffers van Assad's bloedbaden', zei hij. Hij bevestigde dat de Syrische autoriteiten deze hulp nooit zouden toestaan.
Sarah, die een hulpvaardige NGO leidt, erkent ook de betrokkenheid van de overheid. 'Ze stonden altijd voor me klaar als ik meer medicijnen of noodzakelijke spullen, zoals dekens, nodig had', zei ze. Wel toonde ze zich bezorgd over het gebrek aan soortgelijke NGO's in Israël. 'We kunnen trots zijn op een mooie reeks organisaties die de armoede in ons land aanpakken, maar geen ervan doet wat wij doen', betoogde ze.
Hiermee is onderminister Kara het niet eens, hij zegt dat er veel soortgelijke NGO's zijn, waarvan er veel samenwerken met grote internationale organisaties zoals het Rode Kruis. Maar veel ervan kunnen niet veel doen wegens diverse logistieke en en financiële problemen.
Het VN-Bureau voor de Coördinatie van Humanitaire Zaken heeft in juni opgeroepen tot meer donaties. Om de ontheemden in Syrië te helpen is volgens het rapport 180 miljoen dollar nodig, naast de 192 miljoen dollar die nodig is om de uit het land gevluchte mensen te helpen. Maar tot nu toe is slechts 20% resp. 26% van deze bedragen toegekend, waardoor duizenden wachten op hulp in omstandigheden die hun leven bedreigen.
Inmiddels laten sommige mensen al hun bezorgdheid over de erbarmelijke omstandigheden in de kampen horen. Volgens een Libanese nieuwssite, Now Libanon, voldoet het nieuw opgerichte Za'atari-kamp in Jordanië niet aan internationale normen, en wordt er geklaagd dat goede badvoorzieningen ontbreken en niet te vergeten voldoende hoeveelheden voedsel en water.
In het buurland Libanon is de situatie niet beter. De inwoners van de grensstad Arsal, in het oostelijk deel van het land, hebben de VN ervan beschuldigd slechts 150 van de in totaal 600 gezinnen te helpen, en spoorden hen aan om hun taken op zich te nemen.
Volgens sommige schattingen heeft Libanon ongeveer 115 miljoen dollar nodig voor hulp aan de Syriërs die het momenteel huisvest. De ambassadeur van de Europese Unie, Angelina Eichhorst, zei in een interview met de Libanese krant As-Safir, dat de EU, die reeds 3 miljoen euro heeft toegekend, bereid is om Libanon hulp te bieden. Soortgelijke geluiden klonken van de kant van diverse Golfstaten en de Amerikaanse ambassadeur in Libanon, Maura Connelly.
Toch, ondanks de grote geldbedragen, denken sommigen dat de internationale instanties hun werk niet goed doen. 'De VN helpt wel vluchtelingen, maar als het gaat om ontheemden treedt deze niet doortastend op', zei Sarah. Zij erkende, dat veel operaties van deze instelling verzanden doordat het moeilijk is slachtoffers van de crisis in Syrië te bereiken.
'De Rode Halve Maan is aanwezig, maar heeft geen macht omdat deze alleen inwoners in dienst heeft, die gemakkelijk kunnen worden bedreigd en gemanipuleerd door de Syrische regering. Deze organisaties hebben buitenlanders nodig, want die zullen naar Genève [Internationale Rode Kruis] en hun geweten luisteren, in plaats van naar hun regeringen', concludeerde Sarah.
Dr Eyal Zisser (Moshe Dayan Centrum) is het hier gedeeltelijk mee eens, en zegt dat veel geld wordt besteed aan diverse kosten, zoals administratie en andere zaken, die niet direct ten goede komen aan vluchtelingen. Toch benadrukte hij ook dat de internationale gemeenschap zich inzet voor hulp aan de Syriërs.
Terwijl Israëli's miljoenen dollars pompen in diverse vormen van assistentie aan Syrische vluchtelingen, vraagt Sarah zich af, in welke mate deze inspanningen worden erkend of gewaardeerd. 'Ik heb nog niet aan Syriërs gevraagd of ze voor mij hetzelfde zouden hebben gedaan, als iets van deze grootte in Israël zou gebeuren,' antwoordde ze. 'Maar het doet er niet toe, wat er toe doet is mijn geweten'.
Elizabeth Blade



