Alweer biddende Joden op Tempelberg gearresteerd
Zondag zijn drie Israëlische Joden gearresteerd omdat zij niet-islamitische gebeden uitspraken op de Jeruzalemse Tempelberg. Zij bezochten die ter gelegenheid van Jeruzalemdag, samen met anderen en enkele leden van de Knesset.
Op Jeruzalemdag herdenkt men de hereniging van de stad onder Joods bestuur in 1967. Een van de belangrijkste en opmerkelijkste aspecten van de hereniging was, dat de Tempelberg weer in Joodse handen kwam, voor het eerst sinds de Romeinen in het jaar 70 de heilige plaats verwoestten.
Toen de Israëlische legerleiding verklaarde 'de Tempelberg is in onze handen', verwachtten Joden over de hele wereld dat ze weer zouden aanbidden op de heiligste plaats voor hun volk. Maar die hoop werd verijdeld door politieke correctheid en een angst voor de Islam, en Israël verbood met tegenzin alle Joodse en Christelijke gebeden op de door Moslims bezette Tempelberg.
Elk jaar dagen kleine groepen van Joden en Christenen de status quo uit, door te proberen om op de Tempelberg te bidden. Dat is zondag gebeurd, toen een groep rechtse Israëli's de plaats bezochten, samen met de Knessetleden Michael Ben Ari en Uri Ariël (Nationale Unie). Op een gegeven moment spraken Ben Ari en drie andere Joodse bezoekers hardop een Joods gebed uit.
Dat was genoeg voor de Islamitische ambtenaren (die Joodse en Christelijke bezoekers nauwgezet volgen) om woedend te worden, en voor de Israëlische politie om tussenbeide te komen en te eisen dat de Joden stoppen met bidden. Toen de Joodse bezoekers weigerden te stoppen met bidden, werden drie van hen gearresteerd. (Ben Ari ontkwam aan arrestatie dankzij zijn parlementaire immuniteit).
Knessetlid Ariel gaf later een verklaring uit, waarin werd benadrukt dat de Tempelberg 'onder Israëlische soevereiniteit staat en dat daarom de Israëlische regering het elke Jood moet toestaan om zijn autonome rechten uit te oefenen en om op te gaan en te bidden op de Tempelberg'.
Ryan Jones



