× Mis geen enkele update en volg @IsraelTodayNL op Twitter
Vrijdag 24 Oktober 2014 | 30 Tishri, 5775 | 09:20:56 Jeruzalem GMT+02:00

Israel Today

Headlines

'Hoe zit het met de Joodse Arabische vluchtelingen?'

Woensdag, 18 April 2012 16:59

De kwestie van 'Palestijnse vluchtelingen' wordt vaak genoemd als een van de belangrijkste knelpunten van het Israëlisch-Arabisch conflict. Maar daarbij wordt steeds genegeerd (zeker door de VN), dat er zelfs meer Joodse dan Palestijnse vluchtelingen waren als gevolg van de Israëlisch-Arabische oorlog in 1948.

Het Israëlische ministerie van Buitenlandse Zaken is in actie gekomen om hieraan bekendheid te geven, maar de wereld lijkt in deze zaak partijdig te blijven.

In de afgelopen eeuw waren er tal van uitwisselingen van vluchtelingen als gevolg van grote conflicten. Griekenland en Turkije hebben etnische vluchtelingen uitgewisseld om hun eigen conflict niet te laten voortduren. Hetzelfde gebeurde tussen Pakistan en India.

Israël probeerde hetzelfde te doen, door de 850.000 Joden die werden weggetrapt uit de omliggende Arabische naties en hun miljoenen nakomelingen volledig te absorberen en te integreren.

Advertentie - artikel gaat hieronder verder - ongewenste advertentie?

Het Israëlische ministerie van Buitenlandse Zaken benadrukt dat dit moet worden erkend teneinde een echte en duurzame vrede te bereiken, en de Arabieren een soortgelijke aanpak moeten overnemen. Hieronder vindt u de tekst van een resolutie van het ministerie van Buitenlandse Zaken, die onlangs werd gepubliceerd in Jeruzalem:

Joodse vluchtelingen uit Arabische en Islamitische landen
Tussen 1948 en 1951 werden ongeveer 850.000 Joden verdreven of gedwongen tot vertrek uit Arabische landen, en werd vluchtelingen. Tussen eind jaren 1940 en 1967 werd de overgrote meerderheid van de Joden uit Arabische landen verdreven uit hun geboorteland.

Algemeen
Tot op heden is er onrecht gedaan aan de Joodse vluchtelingen uit Arabische en Islamitische landen. Ze zijn beroofd van hun eigendomsrechten en hun historische rechten.

Tijdens diverse pogingen en gesprekken om vrede tussen Israël en de Palestijnen te verkrijgen hebben de onderhandelaars een belangrijk element met betrekking tot het Arabisch-Israëlisch conflict over het hoofd gezien: de verdrijving van ongeveer 850.000 Joden die in Arabische landen woonden, het verlies van hun geld en goed, en de moeilijkheden die zij ondervonden bij hun de migratie naar Israël en hun inburgering.

Bijna de helft van de huidige Joodse burgers van Israël, inclusief hun nakomelingen, is afkomstig uit Arabische landen. Daarom moet, wanneer wordt getracht om het conflict op te lossen door middel van een politiek proces, wat op enig moment in de toekomst wordt hervat, deze kwestie uitgebreid aan de orde komen, als een van de belangrijkste onderwerpen, en vanuit elk gezichtspunt worden bekeken.

Achtergrond
In het Midden-Oosten en Noord-Afrika bestonden al bloeiende, welvarende Joodse gemeenschappen duizend jaar voor de opkomst van de Islam en meer dan 2500 jaar voor de geboorte van de moderne Arabische landen. Deze gemeenschappen, die zich uitstrekten van Irak in het oosten tot Marokko in het westen, verheugden zich in een levendig leefklimaat en hadden veel invloed op de lokale economie. Tot in de tiende eeuw woonde 90% van de Joden op de wereld in gebieden die we nu Arabische landen noemen.

Tussen eind jaren 1940 en 1967 werden de meeste de Joden uit Arabische landen verdreven uit hun geboorteland, waren de meeste Joodse gemeenschappen in deze landen verdwenen, en bleven er slechts een paar duizend Joden over, verspreid over een klein aantal steden.

Zelfs voor het Verdelingsplan van november 1947 namen de Arabische landen, onder leiding van de Arabische Liga, steeds meer vijandige maatregelen tegen hun Joodse gemeenschappen. Naar aanleiding van het verdelingsplan begonnen Arabische regeringen beslag te leggen op Joodse eigendommen. Gelijktijdig braken rellen en moordpartijen uit tegen de Joodse gemeenschappen in de Arabische wereld. Winkels van Joden en synagogen werden geplunderd en in brand gestoken, honderden Joden werden gedood en duizenden werden gevangen gezet.

Toen in mei 1948 Israël werd opgericht als onafhankelijke Staat kwam het Politiek Comité van de Arabische Liga bijeen en gaf een reeks aanbevelingen voor alle Arabische en islamitische landen over hoe in actie te komen tegen de Joden in hun landen. Een van de aanbevelingen was, het staatsburgerschap van Joden in te trekken, en hen voortaan alleen maar te beschouwen als burgers van de nieuw opgerichte Joodse Staat. Hun activa werden in beslag genomen, hun bankrekeningen bevroren, en eigendommen ter waarde van miljoenen dollars genationaliseerd. Joden mochten niet werken bij ministeries, hun toegang tot de overheidsdiensten werd sterk beperkt, en velen verloren hun middelen van bestaan.

De anti-joodse trend nam in de tijd alleen maar toe, en er werd een georganiseerd plan van onderdrukking en vervolging van de Joden in de Arabische staten uitgevoerd. Tussen 1948 en 1951 werden ongeveer 850.000 Joden verdreven of, zoals hierboven uiteengezet, gedwongen Arabische landen te verlaten, en zij werden vluchtelingen. In feite begon een migratie van bevolkingen in twee richtingen, waarbij twee verschillende groepen vluchtelingen ontstonden. De Arabische landen, geleid door de Arabische Liga, waren verantwoordelijk voor het ontstaan van beide groepen vluchtelingen, Joden en Palestijnen.

De verhouding tussen de twee groepen vluchtelingen was 2:3; de Palestijnse groep telde circa 600.000 vluchtelingen, terwijl er (tot 1968) ongeveer 850.000 Joodse vluchtelingen waren; hun nakomelingen vormen nu ongeveer de helft van de bevolking van de Staat Israël.

Een ander belangrijk aspect van in deze zaak vormen de verloren bezittingen. Een studie uit 2008 schat dat de verhouding van verloren bezittingen op bijna 1:2; de Palestijnse vluchtelingen verloren bezittingen ter waarde van ongeveer 450 miljoen dollar (huidige waarde rond de $ 3,9 miljard) terwijl de Joodse vluchtelingen bezittingen verloren met een waarde van 700 miljoen dollar (huidige waarde ongeveer $ 6 miljard dollar).

De Arabische landen, geleid door de Arabische Liga, bestendigden het vluchtelingenprobleem (met uitzondering van Jordanië, dat het staatsburgerschap verleende aan zijn Palestijnse inwoners), dit in tegenstelling tot Israël, dat de Joodse vluchtelingen integreerde en aandacht gaf aan hun herstel. De situatie van de Palestijnse vluchtelingen werd ook bestendigd door het internationale systeem via de UNRWA, de VN-organisatie voor Hulp en Werk voor Palestijnse vluchtelingen in het Nabije Oosten, die géén mandaat heeft om duurzame oplossingen te vinden voor het Palestijnse vluchtelingenprobleem.

Volgens de criteria van de VN voor de definitie van een vluchteling, worden de Joodse vluchtelingen beschouwd als volwaardige vluchtelingen, en toen de Veiligheidsraad in november 1967 resolutie 242 aannam, werd geen onderscheid gemaakt tussen Palestijnse en Joodse vluchtelingen. De Palestijnse vluchtelingen zagen hun status van vluchteling bestendigd, terwijl de Joodse vluchtelingen uit Arabische landen zich bezig hielden met de opbouw van een nieuw leven voor zichzelf.

Opvallende mijlpalen
De kwestie van de Joodse vluchtelingen in het Midden-Oosten kwam al op in de jaren 1970, en werd in die tijd geleid door o.a. voormalig knessetlid Mordechai Ben-Porat. De eerste relevante organisatie die werd opgericht was WOJAC - de Wereldorganisatie van Joden uit Arabische landen.

Later werd de JJAC - Gerechtigheid voor Joden uit Arabische landen - opgericht, en ten tijde van de Annapolis Conferentie bracht het VN-documenten in de openbaarheid, die aantoonden dat de staten van de Arabische Liga een georganiseerd programma van onderdrukking en vervolging van Joden in de Arabische landen hadden opgesteld en uitgevoerd na de oprichting van de staat Israël. Daarom, zo stelt de JJAC, moeten honderdduizenden Joden worden erkend als vluchteling, net zoals de Palestijnen dat zijn.

Tijdens de Camp David vredesbesprekingen in 2000, kondigde president Clinton aan dat als er een akkoord zou worden bereikt, een internationaal fonds moet worden ingesteld voor het compenseren van de vluchtelingen, zowel Arabische vluchtelingen als Joodse vluchtelingen uit Arabische landen. Clinton's voorstel werd enkele jaren later gesteund door de beslissing van het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden in april 2008, waarin werd gesteld dat Joodse vluchtelingen moeten worden erkend als vluchteling door het VN-Verdrag, en dus een internationaal fonds moet worden opgericht om Joodse en Palestijnse vluchtelingen te compenseren voor het verlies van hun bezittingen. Deze beslissing van het Huis van Afgevaardigden, beter bekend als House Resolution 185, bepaald dat één vluchtelingenprobleem niet mag worden opgelost zonder ook ook het tweede vluchtelingenprobleem op hetzelfde moment wordt opgelost.

Toch werd het probleem van de joodse vluchtelingen naar de zijlijn van het internationale debat geschoven. In februari 2010 kreeg de kwestie meer erkenning in Israël, door het goedkeuren van de 'Wet voor Behoud van Rechten op Compensatie van Joodse vluchtelingen uit Arabische landen en Iran' door de Knesset.

De wet handhaaft de bescherming van de rechten van Joodse vluchtelingen uit Arabische staten. Volgens de wet is de Staat Israël verplicht om ervoor te zorgen dat het onderwerp van compensatie voor de Joodse vluchtelingen deel uitmaakt van alle onderhandelingen over vrede in het Midden-Oosten. Tegelijkertijd werd de Nationale Raad voor Joodse Restitutie, voorgezeten door Rafi Eitan, opgericht onder auspiciën van het ministerie van Senioren, met als taak het adviseren van de regering en de premier inzake de kwestie van restitutie.

Acties van het Ministerie van Buitenlandse Zaken
Het ministerie van Buitenlandse Zaken, onder leiding van de onderminister, heeft deze kwestie onder de aandacht gebracht bij de overheid, public relations en de media. Tijdens de viering van 60 jaar Verdrag betreffende de Status van Vluchtelingen uit 1951 (in december 2011) heeft onderminister Ayalon de plenaire vergadering van de Verenigde Naties toegesproken voor het front van de internationale gemeenschap. Ayalon belichtte de kwestie van de Joodse vluchtelingen uit de Arabische landen, de noodzaak tot historische gerechtigheid voor de Joden en het voorzien in een oplossing voor de verloren bezittingen van Joodse vluchtelingen. Tijdens bijeenkomst hield Ayalon een internationale persconferentie, waar hij een video vertoonde betreffende de Joodse vluchtelingen, het historische onrecht en het probleem van het bestendigen van de vluchtelingenstatus van de Palestijnen.

Bovendien schreef onderminister Ayalon een aantal artikelen over dit onderwerp, die zijn gepubliceerd in de media, waaronder The Guardian en de Jerusalem Post.

Samenvatting en aanbevelingen

  1. Een echte oplossing voor het vluchtelingenvraagstuk is alleen mogelijk als de Arabische Liga de historische verantwoordelijkheid aanvaardt voor haar rol bij het scheppen van het Joodse en het Palestijnse vluchtelingenprobleem, zoals gedocumenteerd.
  2. Er moet een gezamenlijke oplossing komen van de Arabische landen en de internationale gemeenschap om te voorzien in compensatie voor zowel de Palestijnse als de Joodse vluchtelingen. Voor dit doel zal een internationaal fonds worden opgericht, gebaseerd op de suggestie van president Clinton uit 2000 en de Congres resolutie 185 uit 2008, waaraan Israël ook zal deelnemen, maar alleen op een symbolische manier.
    Dit fonds zal ook de landen compenseren die reeds bezig zijn geweest met het opnemen en huisvesten van vluchtelingen, waaronder Jordanië en Israël (met terugwerkende kracht), en misschien Libanon als het bereid is om op zijn grondgebied de nakomelingen van Palestijnse vluchtelingen te huisvesten. Hier moeten we benadrukken dat de basis voor compensatie de toenmalige waarde van de bezittingen van de vluchtelingen is, welke volgens onderzoek veel groter was aan Joodse zijde dan aan Palestijnse zijde.
    Het fonds zal zich ook bezighouden met de kwestie van Joodse bezittingen die nog in handen zijn van Arabische en Islamitische landen, maar het zogenaamde 'Recht van Terugkeer' zal niet relevant zijn, omdat de Joden niet geïnteresseerd zijn in terugkeer naar de plaatsen vanwaar ze werden verdreven.
    De Staat Israël zal niet instemmen met het principe van een Palestijns 'Recht op Terugkeer', maar geeft de voorkeur aan het bieden van compensatie door een erkende derde partij. Deze eis heeft historische precedenten zoals in het geval van Cyprus.
  3. Onze ambassades en diplomatieke delegaties over de hele wereld worden verzocht om in contact te treden met de parlementen in hun gastland om een resolutie in de geest van House Resolution 185 van 1 april 2008 over te nemen, waarin is bepaald dat de definitie van vluchteling ook geldt voor de Joodse vluchtelingen die uit de Arabische landen werden verdreven.
  4. De kwestie van de Joodse vluchtelingen moet aan de orde worden gesteld in het kader van alle vredesonderhandelingen, zowel tegenover de Palestijnen als tegenover de Arabische regeringen.
  5. De Palestijnse vluchtelingen zullen worden opgenomen en gehuisvest in hun verblijfplaats, net zoals de Joodse vluchtelingen werden opgenomen in hun verblijfplaats - Israël. Het almaar voortbestaan van het Palestijnse vluchtelingenprobleem moet onmiddellijk worden gestopt.
  6. Het proces van opnemen en huisvesten in hun verblijfplaats zal de vraag naar het 'recht op terugkeer' tijdens de vredesbesprekingen tot een minimum beperken, en in ieder geval kan het vasthouden door enkele Palestijnse vluchtelingen aan een 'recht op terugkeer' worden opgelost door hun immigratie naar de toekomstige Palestijnse staat, die zal worden gevestigd door middel van een vredesakkoord.
  7. Tijdens de vredesonderhandelingen (met de Palestijnen of de Arabische landen) zal de vraag naar financiële compensatie voor zowel de Palestijnse als de Joodse vluchtelingen aan de orde worden gesteld.
  8. Het ministerie van Buitenlandse Zaken, onder leiding van onderminister Danny Ayalon, zal leiding geven aan een hasbarah (public relations)-campagne over de kwestie van de Joodse vluchtelingen, gecoördineerd met het kantoor van de premier, die de kwestie zal consolideren in toekomstige onderhandelingen.
  9. Als onderdeel van het onderhandelingskader zullen alle delegaties van Israël over de hele wereld opdracht krijgen deze berichten te verspreiden en door te geven aan overheidsorganen en public-relation forums in hun gastland.
  10. Israëlische delegaties over de gehele wereld zullen ook opdracht krijgen tot het benaderen van Joden uit Arabische landen die in hun gastland wonen, om hen over deze kwestie te laten spreken.

Israel Today staf

Meer Headlines

Bij de begrafenis van Widad Deif en haar zoon Ali op 20 augustus zwoer Hamas wraak voor de Israëlische luchtaanvallen op Gaza.

Hamas: Deif, The Phantom van Gaza leeft nog

De meest gezochte terrorist van Gaza, Mohammed Deif, leeft nog, beweert Hamas-leider Khaled …

Lees meer »
Familieleden van de moordenaar met zijn foto.

Babymoordenaar geëerd als 'heldhaftige martelaar'

• Fatach prijst moord door Hamaslid,
• Haniyeh spuugt in de bron waaruit …

Lees meer »

Video van de dag: De Joodse Koran professor

Professor dr. Nissim Dana is een van de meest gerespecteerde experts in niet-joodse …

Lees meer »

Ya’alon: Turkije steunt de Hamas-terroristen

• 'Hamas heeft commandocentrum in Turkije',
• 'Waarvoor heeft Iran centrifuges …

Lees meer »

De 'Stille Intifada' wordt verzwegen door de media

Burgemeester Nir Barkat van Jeruzalem heeft dinsdagavond de minister van Binnenlandse Veiligheid, …

Lees meer »

Stille Intifada in Jeruzalem of reeks aparte incidenten?

Abdelrachman Shaludeh, de terrorist die de gruwelijke aanslag in Jeruzalem pleegde, was actief …

Lees meer »

Stille intifada: baby dood­gereden, zeven gewonden

Woensdagavond zijn bij een terreuraanslag op een tramhalte in Jeruzalem zeven mensen gewond …

Lees meer »

Duitse en Nederlandse motorrockers bestrijden IS

'Motorrijders tegen IS-jihadisten' luidde een kop in de Israëlische media. Duitsers …

Lees meer »

'Nakba werd van humanitaire ramp een politiek offensief'

George Deek is een christen-Arabier uit de oude mediterrane stad Jaffa. Hij is …

Lees meer »

Smokkelaars verwonden 2 soldaten bij grens Egypte

Een vrouwelijke IDF officier en een van haar soldaten raakten woensdagmiddag gewond toen …

Lees meer »

Een kleine jongen schrijft geschiedenis als Arameeër

Ya'akov Haloul, een twee jaar oude jongen uit Galilea, schrijft geschiedenis: Hij is …

Lees meer »

Advertentie - artikelen gaan hieronder verder - ongewenste advertentie?

Haniyeh tijdens een 'overwinningsviering' na de jongste Gaza-oorlog.

Hamasleider laat zijn dochter in Israël behandelen

Ismail Haniyeh is een van de hoogste leiders van Hamas. …

Lees meer »

Mag het Israëlische leger voor God ten strijde trekken?

God veroorzaakt veel spanningen, met name als het gaat om de vraag naar …

Lees meer »
De Israëlische vlag wappert in het Jordaandal, in de buurt van de nederzetting Ma’ale Efraïm.

Enquête: geen '1967 grenzen' en deling van Jeruzalem

Een grote meerderheid van de Israëlische Joden is tegen de vestiging …

Lees meer »

Arabisch Knessetlid: Israël erger dan Islamitische Staat

De Israëlisch-Arabische Hanin Zoabi (45, foto) zit voor de Balad partij in het …

Lees meer »

Video: Bouwplaats autoweg Jeruzalem-Tel Aviv

Wie met de auto van Jeruzalem naar Tel Aviv rijdt, kent de dagelijkse …

Lees meer »
Archieffoto.

Hamas graaft door aan zijn aanvalstunnels

De krant van Hamas, Al-Risalah, meldde dat Hamas nog steeds tunnels …

Lees meer »

Met wie zou Israël vrede kunnen sluiten?

Linkse Israëlische en internationale politici verklaren steeds opnieuw, dat de Palestijnse president Machmoud …

Lees meer »

Video van de dag: Google's nieuwe kantoor in Tel Aviv

De internetgigant Google heeft grote plannen in Israël en heeft daarom geïnvesteerd in …

Lees meer »

Kan Israël nog wel op VS rekenen in Veiligheidsraad?

De Palestijnse leider Machmoud Abbas dreigt er duidelijk mee, de internationale gemeenschap eenzijdig …

Lees meer »