Geweld kolonistenjeugd ontmaskert veel hypocrisie
De internationale gemeenschap en Israëlisch-Arabische parlementariërs veroordelen Joodse vandalen en roepen op tot actie, feller dan ze ooit hebben gereageerd op Palestijnse moordenaars.
Een kleine groep nationalistische religieuze Joodse jongeren voert al jaren vandalistische 'prijskaartje'-acties uit, om de Israëlische regering te laten zien dat het niet kan toegeven aan internationale eisen betreffende het besturen van het land Israël zonder dat dit problemen met het eigen volk veroorzaakt.
In de afgelopen maanden die aanvallen geëscaleerd, uitlopend op het bestormen van een buitenpost van het Israëlische leger in de Jordaanvallei, die waarschijnlijk was belast met het onder dwang slopen van een Joodse gemeenschap in de buurt.
Hoewel deze 'prijskaartje'-aanvallen te betreuren zijn en de kans op een toekomstige burgeroorlog vergroten, hebben zij de diepgewortelde hypocrisie van de internationale gemeenschap en de Arabische inwoners inzake het Israëlisch-Arabische conflict aan het licht gebracht.
Dinsdag hebben de huidige vier Europese leden van de VN-Veiligheidsraad - Frankrijk, Groot-Brittannië, Duitsland en Portugal - in een verklaring de 'prijskaartje'-aanvallen, waarbij geen enkel slachtoffer viel, uitgebreid veroordeeld.
'Een van de thema's die naar voren kwam was het zeer schadelijke effect dat toename van de bouw van nederzettingen en geweld door kolonisten heeft op de grond en op de vooruitzichten tot hervatting van de onderhandelingen,' stelde de Europese verklaring.
In tegenstelling daarmee heeft de internationale gemeenschap nooit het Palestijnse terrorisme, dat vele Israëlische Joden het leven heeft gekost, als belemmering gezien voor vredespogingen. In feite werden moorden op Joden meestal gebruikt als reden om aan te dringen op nog meer Israëlische concessies, omdat er steeds meer behoefte was aan vrede.
Dit komt overeen met het algemene internationale standpunt, dat elke echte impasse in het vredesproces alleen de schuld van Israël kan zijn, terwijl de systematische Palestijnse onverzoenlijkheid en officieel gesanctioneerd geweld onder het tapijt worden geveegd.
Israëlisch-Arabische parlementsleden reageerden ook op de actie, door in de Knesset een nieuw wetsvoorstel in te dienen dat strenge bestraffing van 'prijskaartje'-aanvallen eist.
Het wetsvoorstel is slim geformuleerd om onpartijdig te lijken. Het roept op tot zware straffen voor vandalisme tegen alle heilige plaatsen, of ze nu islamitisch, christelijk of joods zijn. Het bepaalt ook de gevangenisstraf voor een ieder die ophitst tegen een andere religie of zijn aanhangers.
De toelichting bij het wetsvoorstel maakte duidelijk, dat de wet alleen gericht is tegen de Joodse nationalistische beweging. 'In de nasleep van de golf brandstichtingen in moskeeën is dit voorstel onvermijdelijk en kunnen we geen genoegen nemen met lichte straffen', staat er te lezen.
Bovendien behoren de twee indieners van het wetsvoorstel, Ahmed Tibi en Ibrahim Sarsour, al tientallen jaren tot de voorhoede die haat zaait tegen Israëlische Joden en voorbijgaat aan geweld van Arabische Moslims. Vooral Tibi heeft luid misbaar gemaakt wanneer Israël een moslimleider arresteert wegens ophitsen tegen Joden, en hij is opvallend stil als Moslims Joodse heilige plaatsen vernielen, zoals de wekelijkse beschadigingen van het graf van Jozef in Nablus.
Ondertussen heeft Israël geprobeerd te laten zien dat het niet zoals zijn vijanden is door streng op te treden tegen het fenomeen 'prijskaartje'.
Premier Benjamin Netanyahu heeft gezworen om streng op te treden tegen de daders, zoals tegen elke crimineel, en heeft hun daden als immoreel veroordeeld, ondanks dat hun politieke belangen mogelijk legitiem zijn.
Een groep studenten van een pre-militaire yeshiva in Judea en Samaria toonden zich schuldbewust door een nabijgelegen moskee die was vernield te bezoeken en het op te ruimen.
"We hebben over de kwestie gesproken en besloten om onze absolute kritiek op dit gedrag op deze manier te tonen, doordat wij naar een moskee gaan en daar gaan schoonmaken', zei Rabbi Yair Eitan Ansbacher van de Yeshiva tegen Israel National News.
Rabbi Ansbacher klaagde, dat de positieve acties van zijn leerlingen volledig waren genegeerd door de media, die in plaats daarvan al hun aandacht richtten op de Joodse vandalen, trachtend zo alle Joodse kolonisten als vijandig en agressief af te schilderen.
Ryan Jones

