Na aanval op legerbasis vrees voor burgeroorlog
• Opperrabbijn waarschuwt dat er een reële kans is op een burgeroorlog, en
• keurt demonisering van kolonisten door links establishment af.
• Discussie over Staat Judea herleeft na incident op IDF basis.
Toen Israël in 2005 10.000 Joden dwong de Gazastrook en het noorden van Samaria te verlaten, vreesden velen dat er een burgeroorlog zou uitbreken in Israël. Het gebeurde op dat moment niet, maar deskundigen wezen erop dat de basis was gelegd voor een toekomstig gewapend conflict tussen de Joden van Judea en Samaria en het linkse establishment, dat de controle heeft over veel belangrijke overheidsorganen.
Toen maandag een groep jonge Joodse 'kolonisten' een Israëlische legerbasis in de Jordaanvallei bestormde, leek het dat die vrees werkelijkheid zou worden.
Een groep van 50 Joodse inwoners van Judea en Samaria, die zichzelf de 'heuveltopjeugd' noemen, drongen een legerbasis binnen en verbrandden er banden, strooiden kopspijkers op de weg en vernielden auto's. De aanval kwam als reactie op geruchten, dat het leger zich klaarmaakte voor het uitvoeren van de opdracht om een kleine nabijgelegen Joodse gemeenschap slopen.
Het incident was een voorbeeld van de wijdverbreide 'prijskaartje' aanvallen, die bepaalde groepen nationalistische Israëli's uitvoeren. Zij houden er aan vast, dat de Staat een prijs moet betalen voor het verdrijven van Joden uit hun bijbelse erfdeel.
Israëlische politieke en defensie-functionarissen zeiden dat het binnendringen van de IDF-basis veruit het ernstigste 'prijskaartje' incident was, en drongen er op aan de daders 'terroristen' te noemen. Premier Benjamin Netanyahu verzette zich tegen deze oproepen, maar gaf wel het leger en de politie opdracht om "agressief" te handelen bij het opsporen van de daders en het voorkomen van toekomstige aanvallen.
"Dit incident verdient een sterke veroordeling", zei de minister-president. "De veiligheidstroepen moeten zich concentreren op het verdedigen van onze burgers en niet op deze afschuwelijke daden."
Anderen hadden meer oog voor op het grotere plaatje en de diepe, steeds groter wordende, kloof in de Israëlische samenleving.
In een bijeenkomst met de legercommandanten, waarvan de basis was aangevallen, zei de sefardische opperrabbijn Shlomo Amar, dat hij "bezwaar maakt tegen deze gebeurtenis uit liefde, niet alleen voor de waardigheid van de brigade, maar voor de waardigheid van het volk van Israël."
Tweedeling
Maar, ging Amar verder, de belangen van beide kanten moeten worden overwogen: "Wat hier gebeurde was het gevolg van diepe en echte pijn. De grootste vijand is het spook van een burgeroorlog. Die is mogelijk en dat moet ons erg ongerust maken."
Amar en de rabbijnen die hem naar de vergadering begeleidden zeiden dat veel Joden uit Judea en Samaria gefrustreerd zijn, omdat ze door de linkse politiek en media voor paria's worden uitgemaakt. Ze zijn boos dat politieke willekeur als gevolg van internationale druk tot de vernietiging van huizen en gemeenschappen kan leiden.
"Dit alles gebeurt omdat we in een hoek worden geduwd”, vertelde een van de kolonisten die maandag deelnamen aan de botsing de Israëlische nieuwssite Ynet. "Het is een schande dat we het punt hebben bereikt waarop ik moet botsen met mijn broers met wie ik in hetzelfde leger heb gediend."
Hoewel veel "kolonisten" rabbijnen zeiden te begrijpen waar de rellende jongeren vandaan komen, hebben ze toch het geweld tegen de IDF scherp veroordeeld.
"Je kunt geen mitzwah (goede daad) doen door een zonde te doen," zei rabbi Shlomo Aviner van de Ateret Yerushalayim Yeshiva in de Oude Stad van Jeruzalem tegen de Jerusalem Post. "Het leger schade berokkenen is een zonde, evenals haat. De IDF bepaalt niet het overheidsbeleid."
Aviner wees er ook op dat er in alle sectoren van de Israëlische maatschappij extremisten zijn. Van belang is, er op te wijzen dat wekelijks Israëlische linksen en anarchisten meedoen met Palestijnse relschoppers bij het aanvallen van Israëlische soldaten langs het veiligheidshek van de Westbank, maar dat de linkse media en politici hen niet veroordelen en met hoon overladen zoals de Heuveltopjeugd.
Het is die tweedeling waarnaar rabbi Amar verwees, toen hij waarschuwde voor de mogelijkheid van een burgeroorlog.
En zelfs als de situatie nooit meer ontaardt in grof geweld, wordt er door de Joden van Judea en Samaria, en veel binnen het eigenlijke Israël, voortdurend gesproken over de oprichting van een aparte Joodse staat in de bijbelse gebieden.
Aparte Staat Judea?
Simon Halevi, een juridisch expert uit de nederzetting Neve Tzuf, vertelde Israel Today in 2009, dat een dergelijke oplossing eigenlijk heel gunstig zou zijn voor zowel de staat Israël als de gemeenschappen in Judea en Samaria.
De staat zou op het internationale toneel niet langer verantwoordelijk zijn voor de zogenaamde 'bezetting', en de kolonisten zouden zichzelf kunnen verdedigen als dat nodig - zowel ideologisch als militair.
"De veiligheidstroepen van Israël zou worden vervangen door de plaatselijke Joodse soldaten", zei Halevi. "We zouden laten zien dat dit ons vaderland is, en niet een kolonie', zoals de wereld beweert.
Het idee van een Staat Judea bestaat al sinds 1988, toen de plaatselijke rabbijnen het voorstelden in reactie op Yasser Arafat's PLO, die het het bestaan van een Palestijns-Arabische staat op hetzelfde grondgebied uitriep. In de nasleep van de terugtrekking uit Gaza zijn prominente rabbijnen het idee opnieuw gaan bekijken. Zij hebben verklaard, dat als er ooit opdracht wordt gegeven voor een grootschalige terugtrekking uit Judea en Samaria, zij de plannen voor de Staat Judea in werking zetten.
Ryan Jones

