Londen wil invloed houden op beleid van Israël
Londen ergert zich aan een Israëlisch wetsvoorstel, dat de financiering zou inperken van NGO's; financiering waarvan de Britse Overheid trots zegt deze met succes gebruikt is om het Israëlische beleid te beïnvloeden.
De Britse minister van Buitenlandse Zaken William Hague heeft woensdag gezegd dat zijn regering erg 'bezorgd' is over voorgestelde Israëlische wetgeving, die financiering door buitenlandse overheden van politieke NGO's in Israël zou beknotten. Dat is geen verrassing, omdat Londen onlangs zijn tevredenheid uitsprak over zijn grote invloed op het Israëlische beleid via deze financiering.
"Groot-Brittannië is zeer verontrust over voorstellen om de wetgeving, die buitenlandse financiering van NGO's zou beperken, goed te keuren in de Israëlische Knesset", aldus Hague. "Dit zou grote invloed hebben op projecten die door het Verenigd Koninkrijk en anderen worden gefinancierd ter ondersteuning van universele rechten en waarden. We zien dit als aantasting van de democratische beginselen waarop de Israëlische staat is gebaseerd."
De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Hillary Clinton uitte dit weekeinde soortgelijke kritiek, en zei dat ze zich eveneens zorgen maakte over de democratie in Israël.
Hague en Clinton reageerden op twee wetsvoorstellen, vorige maand naar de Israëlische Knesset gestuurd, die de financiering van Israëlische NGO's door buitenlandse entiteiten effectief zouden verhinderen. Premier Benjamin Netanyahu kreeg de waarschuwing, dat de wetten in hun huidige vorm geen stand zouden houden bij een rechtbank. Daarom heeft hij ze ingetrokken en gevraagd een nieuw wetsvoorstel te formuleren.
Die nieuwe wet, waarop Hague commentaar leverde, verdeelt de Israëlische NGO's in drie categorieën:
- organisaties die Israëls bestaansrecht ontkennen en oproepen tot ondermijning van de staat,
- politieke organisaties die niet proberen om de overheid en lokale overheden te ondermijnen,
- niet-politieke organisaties.
Volgens het wetsontwerp wordt het subversieve NGO's verboden financiering te ontvangen van een buitenlandse overheid, terwijl de niet-subversieve politieke NGO's, die het overheidsbeleid willen beïnvloeden, worden onderworpen aan nieuwe belastingen.
De wet is niet van toepassing op niet-politieke NGO's.
Op de lijst van subversieve en politieke NGO's die worden getroffen staan bijna alle linkse organisaties. Ze ontvingen jaarlijks een bedrag van 600.000 pond van de Britse regering, het grootste bedrag dat deze aan de NGO's in enig land schonk.
In een commentaar op die financiering zei de Britse minister voor Midden-Oostenzaken, Alistair Burt, vorig jaar in het parlement: "Sinds we deze programma's gingen ondersteunen zijn een aantal belangrijke wijzigingen doorgevoerd in het Israëlische rechtssysteem, zowel het civiele als het militaire, en in de besluiten die zij nemen . Ze hebben ook geleid tot een belangrijke debat over deze zaken."
Steeds meer Israëli's raken gefrustreerd door wat zij als inmenging van buitenaf in hun nationale politieke debat beschouwen, vooral omdat dit het Israëlisch-Arabische vredesproces betreft. Israëli's stellen dat zij de rekening krijgen voor fouten in het vredesproces (zoals de terugtrekking uit Gaza), terwijl het weinig of geen gevolgen heeft voor degenen die hen dit beleid opdringen.
Vermeldenswaard is, dat de meeste linkse Israëlische NGO's die voorstander zijn van de Palestijnse nationalistische agenda, die Israëls bestaansrecht betwist, niet in staat zijn in eigen land voldoende steun te verwerven. Deze organisaties zijn bijna geheel afhankelijk van buitenlandse financiering.
Ryan Jones

