Israël beperkt buitenlandse invloed op zijn beleid
Het Israëlische kabinet heeft twee wetsvoorstellen goedgekeurd, die de omvang van toegestane buitenlandse financiering van Israëlische NGO's (niet-gouvernementele organisaties) aanzienlijk zullen beperken .
Het Ministerscomité voor Wetgeving van het Israëlische kabinet heeft zondag zijn goedkeuring gehecht aan twee wetsvoorstellen, die de mogelijkheden van buitenlandse regeringen en organisaties, om de Israëlische politiek te beïnvloeden, aanzienlijk belemmeren.
Het eerste wetsvoorstel beperkt de omvang van buitenlandse giften aan een Israëlische NGO, die probeert het beleid van de Israëlische regering te beïnvloeden, tot een bedrag van NIS 20.000 (ongeveer $ 5.500 of ruim € 4000) per jaar.
Het tweede wetsvoorstel heft vervolgens 45 procent belasting op al die donaties van buitenlandse regeringen. NGO's die tevens directe financiering ontvangen van de Israëlische regering - zoals educatieve of maatschappelijke organisaties – behouden hun belastingvrijstelling.
De wetsvoorstellen leidden tot stevige discussies, zowel in het kabinet als bij de Israëlische bevolking.
Tegenstanders van de wetsvoorstellen, waaronder zes ministers, stelden dat deze schadelijk zijn voor het democratische karakter van de Joodse Staat, en als discriminatie van bepaalde sectoren van de samenleving kunnen worden gezien.
Voorstanders voerden aan dat de wetsvoorstellen niet tegen bepaalde sectoren van de maatschappij zijn gericht - alle NGO's zullen onder de nieuwe regels vallen - en dat deze perfect overeenkomen met vergelijkbare wetten in andere westerse democratieën.
Bijvoorbeeld, de Amerikaanse Foreign Agent Registration Act vereist dat NGO's, die worden gesteund door buitenlandse fondsen, worden geregistreerd als 'buitenlandse agenten' en hun relaties met hun buitenlandse donoren openbaar maken. Het is buitenlandse overheden en organisaties ook verboden om financieel bij te dragen aan verkiezingscampagnes van Amerikaanse functionarissen.
Toch menen velen in Israël dat de regering-Netanyahu een stap te ver is gegaan door de buitenlandse financiële navelstreng van veel NGO's door te knippen, een stap die volgens hen de vrijheid van meningsuiting zou beperken.
Maar hebben buitenlandse regeringen het recht op vrije meningsuiting binnen het politieke kader van een soevereine natie?
David Bernstein reageerde op de populaire conservatieve blog Volokh Conspiracy op de Europese druk, dat Netanyahu de NGO-wetgeving terzijde legt:
'Het idee hier is dus duidelijk dat een 'democratisch' land moet toestaan dat buitenlandse regeringen, die buitenlandse burgers vertegenwoordigen en geen Israëli's, zich met zijn binnenlandse politiek bemoeien door het ondersteunen van organisaties die variëren van links tot uiterst links. ...
Stel je voor dat Israël miljoenen euro's per jaar naar Baskische separatisten in Spanje, Vlaamse nationalisten in België, of één van de vele neo-fascistische fronten in Noorwegen of Frankrijk zou sturen. Ik ben er zeker van, dat het EU-standpunt over wat 'democratische' landen moeten tolereren van buitenlandse regeringen, snel zal veranderen.'
De NGO's die waarschijnlijk het meest last hebben van deze nieuwe wetten zijn linkse organisaties, die een groot deel van hun financiën ontvangen van de Europese Unie, vaak van het EU-bestuur zelf. Het is veelzeggend dat deze NGO's veelal geen aanzienlijke bedragen kunnen werven onder de Israëlische bevolking.

