Bekogelen van Joden neemt toe, maar de wereld slaapt
Er is weinig aandacht in de media voor de sterke toename van het aantal aanvallen op Israëlische Joden in september, waarbij zelfs een een Joodse vader en zijn zoontje werden gedood.
In de maand september nam het aantal Palestijnse aanvallen met stenen op Israëlische Joden toe met 33 procent, blijkt uit cijfers gepubliceerd door het Israëlische leger.
Tijdens de eerste negen maanden van 2011, vielen Palestijnse activisten Israëlische soldaten en Joodse automobilisten in Judea en Samaria (de Westbank), in totaal 3484 keer aan met stenen, dat is gemiddeld 387 keer per maand. In september waren er 498 aanvallen, dat is meer dan minst 16 aanvallen per dag.
De ernstigste aanval vond plaats op 23 september, toen Arabische raddraaiers nabij Hebron er voor zorgden dat Aser Palmer de controle over zijn voertuig verloor, zodat deze verongelukte en Aser en zijn zoontje Yonatan werden gedood.
En de aanvallen gingen door. Israel National News meldde dat tijdens Yom Kippur een man en zijn zwangere vrouw door een regen van stenen werden begroet toen zij door de straten van zuid Jeruzalem reden om de aanstaande moeder naar een ziekenhuis te brengen.
Omdat er bijna geen verkeer in de straten was, richtten de Arabische jongeren snel op dit eenzame Joodse doel, er op rekenend dat de meeste politieagenten een vrije dag opnamen. Het echtpaar wist het Hadassah Ziekenhuis ongedeerd te bereiken, maar de aanwezige politie was naar verluidt niet geïnteresseerd in hun verhaal.
Helaas is de reactie op deze aanval in Jeruzalem typerend voor hoe de meeste mensen in Israël, en bijna de gehele internationale gemeenschap denken over het gooien van stenen naar Israëli's. Maar het gooien met stenen is geen vreedzame vorm van protest, zoals Palmar's auto-ongeluk heeft aangetoond.
De blog Israël Matzav vroeg terecht: 'Wat denkt u dat uw stad zou doen als er [dagelijks] tien incidenten in uw stad plaatsvinden waarbij stenen naar auto's worden gegooid?'
In Israël is het antwoord "niets."

