Zou Jezus oprichting van een Palestijnse staat steunen?
Het verzoek om een Palestijnse staat bood een platform voor vele visies en standpunten over het Midden-Oosten, waaronder die van evangelische Christenen, die niet langer geloven in de geldigheid van de beloften in de Bijbel.
In de periode voordat de Palestijnse leider Machmoud Abbas officieel verzocht om het VN-lidmaatschap voor de 'Staat Palestina', stelde Carl Medearis, een erkend expert op het gebied van Christenen in het Midden Oosten, op CNN's Geloof Blog, dat Jezus de motie voor een Palestijnse staat zou steunen.
"Dus hoe zou Jezus deze week stemmen, als hij een zetel bij de VN had?" vroeg Medearis. "Zeker zouden liefde, mededogen, rechtvaardigheid en vredestichten bovenaan zijn zorgenlijst voor alle betrokkenen staan. Misschien zou hij een nieuwe gelijkenis vertellen - De gelijkenis van de barmhartige Palestijns - beledigend voor iedereen die hem zou horen."
Verder bespotte Medearis de christen-zionistische beweging en zijn vasthouden aan de letterlijke interpretatie van de Bijbel:
"Voor hen is de moderne staat Israël niet alleen een vervulling van bijbelse profetie. In een bizarre verdraaiing die de meeste buitenstaanders met stomheid slaat, zeggen christen-zionisten dat de Bijbel voorspelt dat Joden en Palestijnen voortdurend in oorlog zullen zijn totdat Jezus terugkomt."
Over de opmerkingen van Medearis is fel gedebatteerd in diverse publicaties, maar het is niet zijn persoonlijke kijk op de situatie die verontrustend is. Medearis was slechts de spreekbuis van een post-moderne, met humanisme geïnfecteerde tak van het christendom die niet langer gelooft dat de Bijbel enige letterlijke betekenis heeft, anders dan de geboden ten aanzien van elementaire tekenen van goede wil en het juiste morele gedrag.
Met andere woorden, terwijl het nog steeds belangrijk om de naaste lief te hebben en niet te stelen, zijn teksten zoals Jeremia 31:36-38 en Ezechiël 36:24-28, die het eeuwige karakter bevestigen van Israëls goddelijk recht op het land, in Medearis' woorden, "duistere oudtestamentische beloften."
Om hun standpunt als "gezonde Christenen" te versterken wijzen Medearis en anderen zoals hij op de vaak onsympathieke standpunten van de 'dwazen' die wel vasthouden aan elke belofte van de Bijbel.
Het is waar dat in hun ijver vrij veel christen-zionisten vaak retoriek spuien die is hatelijk is voor Palestijnse Arabieren. Het is ook waar, zoals Medearis opmerkt, dat Yeshua ons heeft geleerd om onze vijanden lief te hebben, zelfs degenen die naar Israëls ondergang streven. Maar het christen-zionisme gaat in zijn wezen niet om steun aan Israël (zonder enige kritiek, zoals Medearis ten onrechte claimt) en verzet tegen een Palestijnse Staat.
Christen-Zionisme is de erkenning dat langverwachte bijbelse beloften en profetieën in onze tijd worden vervuld. Het gaat erom die vervulling in te zien, en pogingen om die te verhinderen tegen te gaan. En hoewel God niet echt onze hulp nodig heeft bij het voorkomen van die poging tot verhindering, op een dag zullen we verantwoording moeten afleggen voor de positie die we innamen (of niet innamen). Het gaat er uiteindelijk om of God al dan niet Zijn Woord houdt en de soevereiniteit in ons leven heeft om dit te doen.
'Christen-zionisten geloven dat de Schriften waar zijn, en in deze tijd werkzaam en geldig. Zij geloven, dat we Gods soevereiniteit erkennen door de waarheid te erkennen dat God het Land Israël aan het Joodse volk heeft gegeven als eeuwige erfenis', schreef de Messiaanse leider Eliyahu Ben-Chaim in zijn boek Setting the Record Straight (De zaken rechtgezet).
Als God een belofte aan Israël kan verbreken, die hij herhaaldelijk "eeuwig" heeft genoemd, moeten we zeker allemaal bezorgd zijn dat andere beloften geannuleerd of herschreven kunnen worden, zoals die belofte van eeuwig leven voor de leden van een even zondige Kerk.
De waarheid is dat God niet meer terugkomt op zijn beloften of die verandert. Hij heeft overduidelijk gemaakt dat de belangrijkste factor de heerlijkheid van zijn naam is. Het bijbelse verhaal heeft aangetoond, tot in deze tijd met de wedergeboorte van Israël, dat als God een belofte doet, Hij deze houdt, niet ter wille van ons, maar omwille van zijn goede naam. Wie anders suggereert, valt niet alleen Gods geloofwaardigheid aan, maar, wat veel erger is, de heerlijkheid van Zijn naam.



