Goldstonerapport en andere laster ontmaskerd
Onderzoek VN-commissie naar Gaza-oorlog mag op de grote stapel valse beschuldigingen tegen de Joden en de Joodse staat
Afgelopen weekeinde heeft de gepensioneerde Zuid-Afrikaanse rechter Richard Goldstone in de Washington Post toegegeven, dat zijn rapport over de Israëlische militaire inval in Gaza, in december 2008 en januari 2009, de Joodse staat ten onrechte van oorlogsmisdaden beschuldigde.
Goldstone erkende dat de bewijzen, afkomstig van later Israëlisch onderzoek, de informatie hadden ontkracht die hij en zijn team van de Palestijnen had gekregen tijdens hun onderzoek in opdracht van de VN.
Maar de schade was al aangericht.
Het gebeuren met Goldstone belicht nogmaals een favoriete tactiek van Israel's vijanden: bizarre beschuldigingen tegen de Joodse staat indienen, deze vervolgens door de internationale media laten verspreiden, of zelfs door de VN laten ondersteunen.
De Palestijnen en hun medestanders weten dat de internationale gemeenschap geneigd is om het ergste over Israël te geloven, en daarom deze leugens zal accepteren zonder zoiets als een elementaire controle van de feiten.
Als de waarheid uiteindelijk aan het licht komt, is het te laat. Het verhaal is op dat moment oud nieuws, en niet langer interessant voor de media.
In het Israëlisch-Arabische conflict is dit al tientallen jaren een algemeen verschijnsel. Hieronder een paar pijnlijke voorbeelden (en dit zijn lang niet de enige):
De Goldstone Commissie
Israël werd door een officiële VN-commissie beschuldigd van het opzettelijk beschieten van Palestijnse burgers tijdens Operatie Cast Lead, wat leidde tot de dood van ruim 1.000 mensen in de Gazastrook. De commissie noemde de Israëlische inval een illegale actie, ondanks het enorme spervuur van Palestijnse raketten op Zuid-Israël, dat er aan vooraf ging.
Pas enkele weken later ontdekten verslaggevers dat er verschillen zaten tussen het door de Palestijnse genoemde aantal slachtoffers en de weinige patiënten in de lokale ziekenhuizen. Ze namen niet de moeite om er veel over te publiceren. Enkele maanden daarna gaf de Hamas-minister van Binnenlandse Zaken Fathi Hamad toe, dat 700 mensen gedood, tijdens de mini-oorlog, Hamas-strijders waren, wat overeenkomt met de cijfers die Israël oorspronkelijk had gegeven.
En nu, twee jaar later, schrijft Goldstone zelf in de Washington Post,, dat Israël niet gericht op Palestijnse burgers schoot, en slechts handelde om zichzelf en zijn burgers te verdedigen.
Israëlische leiders willen een verontschuldiging, maar de schade is al aangericht.
Orgaanroof
In augustus 2009 publiceerde de Zweedse krant Aftonbladet de bewering, dat Israëlische soldaten Palestijnse Arabieren gevangen namen en hun organen oogstten. Het enige geleverde bewijs waren ongefundeerde claims van een handvol Palestijnen. Toch werd het verhaal een sensatie, en leidde tot internationale protesten tegen Israël.
De redacteur van de krant gaf later toe dat hij geen bewijs had van de waarheid van de beweringen, maar verdedigde zijn recht om desondanks dit bloedsprookje te publiceren.
Operatie Defensive Shield
Israël lanceerde in 2002, na een bijzonder ernstige reeks van Palestijnse terreuraanslagen, Operation Defensive Shield, om de terroristische infrastructuur in Judea en Samaria uit te roeien. Een van de speerpunten was de stad Jenin in noordelijke Samaria. Van de 60 plegers van zelfmoordaanslagen die in 2002 Israëliërs aanvielen, kwamen er 23 uit Jenin.
Tijdens wat later de Slag van Jenin werd genoemd, beweerden de Palestijnen dat meer dan 500 burgers waren vermoord en dat de Israëlische strijdkrachten grote delen van de stad hadden gesloopt. De beschuldigingen werden over de hele wereld uitgezonden, wat leidde tot massale protesten tegen Israël.
Maanden later werd bekend dat slechts 52 Palestijnen waren gedood in de felle straatgevechten in Jenin, en dat de meesten gewapende militanten waren. Israël had 27 militairen verloren tijdens het gevecht. Een eenvoudige controle van satellietfoto's liet ook zien dat Jenin niet was vernietigd, en dat de gevechten beperkt waren gebleven tot een kleine hoek van Jenin, waar slechts enkele gebouwen waren vernield.
Israël werd in stilte vrijgesproken, maar de schade was al aangericht.
Mohammed al-Dura
Op 30 september 2000 raakten Palestijnse terroristen in gevecht met Israëlische soldaten gelegerd in de Gazastrook. Videobeelden van de botsing, uitgezonden en geleverd door France 2 toonden de twaalfjarige Mohammed al-Dura, die zich achter zijn doodsbange vader verbergt als de kogels rondvliegen. Even later zakt de jongen dood in elkaar en is de vader gewond.
Israël kreeg direct de schuld voor het in koelen bloede doodschieten van de jongen, en Mohammed al-Dura werd een wereldwijd afgebeeld op posters voor gewapende opstand tegen de Joodse staat.
Onderzoek, dat daarna werd uitgevoerd door het Israëlische leger en andere journalisten, toonde aan dat de Israëlische troepen vanuit hun positie al-Dura niet konden hebben geraakt, al hadden ze gewild, en dat de betreffende verslaggever van France 2 mogelijk collaboreerde met de Palestijnen .
Phillipe Karsenty, een Franse media-commentator, werd door France 2 aangeklaagd wegens het in twijfel trekken van de authenticiteit van de beelden. Een Franse rechtbank oordeelde later dat Karsenty inderdaad overtuigend bewijs had geleverd, dat het verslag van France 2 onjuist was, maar de schade was al aangericht.
Flauwvallen schoolmeisjes
In 1983 vielen een groot aantal Palestijnse schoolmeisjes flauw, terwijl ze op school waren. Er klonken meteen beschuldigingen dat ze vergiftigd waren, en dat Israël dit had gedaan. De buitenlandse pers sprong op het verhaal en verspreidde het wijd en zijd, zonder zich te bekommeren over controle van de feiten. De VN Veiligheidsraad veroordeelde Israël wegens het vergiftigen van de meisjes.
Maanden later bewezen deskundigen dat de meisjes in feite niet vergiftigd waren. De media publiceerden het verhaal niet meer, en de VN bleef stil.
Eerste Libanese Oorlog
De Palestijnen beseften voor het eerst hoe ze de pers en de publieke opinie tegen Israël konden manipuleren tijdens de Eerste Libanese Oorlog. Nadat de Israëlische strijdkrachten Libanon binnenvielen in reactie op onophoudelijke PLO aanvallen op Noord-Israël, beweerden de Palestijnen dat 10.000 burgers waren gedood en ruim een half miljoen ontheemd.
De buitenlandse verslaggevers herhaalden deze beweringen zonder de feiten te controleren, zoals bijvoorbeeld, dat er nog geen half miljoen mensen in het hele zuiden van Libanon wonen. Media gebruikten ook oude beelden, van verwoestingen aangericht tijdens de eerdere Libanese burgeroorlog, alsof deze door Israël waren veroorzaakt.
De huidige laster tegen Israël lijkt op de historische bloedsprookjes tegen de Joden door zijn wreedheid, zijn absurditeit, en in het feit dat zelfs nadat deze als leugen is ontmaskerd en verworpen, deze het Joodse volk blijft achtervolgen en als een platform voor haat functioneert.

