NY Times: Virus dat Iraans nucleair programma aanviel is Israëlisch
NY Times meldt dat Stuxnet virus, dat Iraanse nucleaire programma verlamde, verbluffend product van Israëlische ingenieurs is, getest op Israëlische nucleaire faciliteit
De New York Times berichtte zaterdag overtuigend, dat het super-geavanceerde computervirus, dat het Iraanse nucleaire programma op zijn minst gedeeltelijk heeft verlamd, ontwikkeld en getest is door Israël, met Amerikaanse betrokkenheid.
Het virus, bekend als Stuxnet, werd ongeveer twee jaar geleden voor het eerst "in het wild" geïdentificeerd. Ongeveer een jaar geleden ïnfecteerde het computers, die de uraniumverrijkingsfabriek in Natanz in centraal Iran besturen. Volgens alle berekeningen is het Stuxnet tot op heden gelukt om 984 centrifuges uit te schakelen. Volgens Israëlische officials heeft dit het Iraanse nucleaire programma drie tot vier jaar achterop gebracht.
Volgens het bericht werd het idee voor het virus geboren nadat Israël bommen en toestemming van de VS vroeg om een militaire aanval op de nucleaire installaties van Iran te lanceren. De toenmalige Amerikaanse president George W. Bush weigerde, toen hij vernam dat zo'n aanval geen eind maakt aan het Iraanse nucleaire programma, maar dit slechts een aantal jaren zou vertragen.
Zo begon het werk om hetzelfde doel op een andere manier te bereiken, zonder een oorlog in het Midden-Oosten te ontketenen.
Één van de sleutels tot het plan waren de computer-controllers van het Duitse technologiebedrijf Siemens. De Amerikaanse inlichtingendiensten hadden vernomen dat deze in de fabriek in Natanz werden gebruikt. Amerikaanse ingenieurs analyseerden mogelijke veiligheidslekken in de Siemens machines.
Maar er was een tegenvaller.
Iran gebruikte blijkbaar centrifuges gebaseerd op de nu verouderde ontwerpen van de Pakistaanse wetenschapper A.Q. Khan. Amerika had de hand weten te leggen op een grote voorraad van deze centrifuges toen Libië in 2003 zijn nucleaire programma ontmantelde, maar Amerikaanse en Britse ingenieurs kregen ze niet stabiel aan het draaien.
Hier begint Israël's rol. Bij de kernreactor in Domona, in het zuiden van Israël, lukt het ingenieurs, naar verluidt na veel 'trial and error', de verouderde centrifuges stabiel aan het draaien te krijgen en er de zorgvuldig vervaardigde computerworm op te testen.
Computerbeveiligingsexperts die later Stuxnet hebben geanalyseerd, zeggen dat het een kunstwerk is, en verreweg het meest geavanceerde computervirus ooit gemaakt.
Stuxnet heeft wereldwijd talloze industriële computers besmet, maar was zeer zorgvuldig gecodeerd om alleen een heel specifiek systeem voor een heel specifieke taak aan te vallen.
Stuxnet werkt in principe zo, dat het de centrifuges zo snel laat draaien dat ze beginnen te wiebelen en zichzelf scheuren. Maar dat is niet genoeg, want de computer-controllers die de centrifuges besturen zijn geprogrammeerd om af te sluiten bij de eerste tekenen van problemen. Daarom was Stuxnet ook geprogrammeerd om de computer-controllers te misleiden door signalen te sturen, dat alles goed gaat met de centrifuges, terwijl ze in werkelijkheid zichzelf vernietigen.
En Stuxnet is misschien nog niet voorbij. Een deskundige die de code onderzocht zei, dat het virus kan 'overwinteren' en zichzelf kan reproduceren, zich onopgemerkt diep binnen een computersysteem kan verschuilen, om op een later moment weer de voorschijn te komen en opnieuw een ravage te veroorzaken.
Zowel Israël als de VS houden vol, dat ze niets te maken hebben met Stuxnet, maar algemeen wordt nu aangenomen dat de veelgeprezen Unit 8200 van het Israëlische leger, het equivalent van de Amerikaanse National Security Agency, de ontwerper was.

