PA kan Arabieren niet verhinderen voor Joden te werken
Ondanks wettelijk verbod op werken voor Joden in Judea en Samaria, groeit aantal Palestijnse Arabieren in dienst van Israëlische Joden
Hoewel ze het proberen slaagt het Palestijnse leiderschap er niet in, de Arabische bevolking te overreden om te stoppen met werken voor en met Israëlische Joden. Zelfs dreigen met gevangenisstraf is niet genoeg om een toename van deze 'verraderlijke samenwerking' te voorkomen.
Uit cijfers, gepubliceerd door het Palestijns Centraal Bureau voor de Statistiek blijkt dat momenteel 11 van elke 100 Palestijns-Arabische arbeiders in Israël zelf of in de Joodse gemeenschappen in Judea en Samaria werken. In 2009 werkten 10 van elke 100 Palestijnse arbeiders voor Israëli's.
De toename van het aantal Palestijnen dat voor Israëli's werkt komt overeen met een belangrijke stijging in het Palestijnse BBP per hoofd van de bevolking. Zelfs banen met het minimumloon voor de Israëli's betalen veel beter dan de gemiddelde Palestijn kan verdienen in door de PA bestuurde gebieden.
Natuurlijk helpen deze ontwikkelingen de 'Palestijnse zaak' niet, die de wereld ervan wil overtuigen dat Israël de Palestijnen onderdrukt en hen doelbewust ellende laat leven. De realiteit is dat Israël de enige echte financiële kansen biedt voor de meeste gewone Palestijnen, terwijl hun eigen leiders hen leven in ellende willen laten leven om Israël verdacht te maken.
Hiertoe heeft de 'gematigde' Palestijnse premier Salam Fayyad, die lieveling van de westerse wereld, vorig jaar een wet aangenomen die het Palestijnse Arabieren verbiedt te werken in of goederen te kopen van Joodse gemeenschappen van Judea en Samaria (de zogenaamde 'Joodse nederzettingen'). Wie gepakt wordt wegens het schenden van dit verbod staat een flinke gevangenisstraf te wachten.
