Van wie is het land Israël?
Het gevecht om het bezit van de kleine landstrook tussen de Jordaan en de Middellandse Zee, dat wij kennen als Israël, stamt van ver voor onze jaartelling. In de oudheid vochten Joden en Romeinen erom, daarna Byzantijnen en moslims, later kruisvaarders en Mameluken, daarna Turken en Britten en nu de Palestijnen en Israël. Extra bijzonder wordt het als we beseffen dat het om een gebied gaat dat kleiner is dan Nederland; een land zonder bodemschatten, geen olie zoals Saoedi-Arabië en geen goud en diamanten zoals Zuid-Afrika; een land dat voor zestig procent uit woestijn bestaat.
Wat is er dan zo begerenswaardig aan Israël? Is het misschien omdat het ‘t Heilige Land wordt genoemd? Het land dat God heeft beloofd aan het nageslacht van Abraham, dus aan het volk Israël? Of is het meer? In Exodus 13:5 en Jozua 21:43 staat: ‘De Heer heeft de Israëlieten het hele land gegeven dat Hij hun voorouders onder ede beloofd had.’ In het Hebreeuws staat er eigenlijk dat God het slechts aan de Israëlieten heeft uitgeleend. Dat betekent dat het land Israël nog steeds van Hem is. Zo heeft God zich zijn vetorecht voorbehouden. Over dit vetorecht lezen we in Leviticus 26:27-35: ‘Als jullie hierna nog niet naar Mij willen luisteren en tegen Mij in blijven gaan, zal Ik jullie onder vreemde volken verstrooien; je zult moeten vluchten voor het getrokken zwaard. Je land zal een woestenij zijn en je steden zullen in puin liggen. Dan zal het rusten ter vergoeding van de sabbatsjaren. Zolang het land braak ligt, heeft het de rust die jullie het, toen je er woonde, tijdens de sabbatsjaren niet hebben gegund.’
Wij zien hier dat de Joden het land van God alleen te leen hebben gekregen. Als zij hun pacht niet betalen, niet doen wat God wil, dan verdrijft Hij hen uit dit mooie land.
Omdat wij nu weten dat Eretz Israël in werkelijkheid Gods eigendom is, kunnen we erop vertrouwen, dat God zich zijn land door niemand laat ontnemen, of het nu buitenlandse machten of Israëlische politici zijn, die Gods land aan de Palestijnen willen afstaan in ruil voor vrede met de Arabische landen. Tot nu toe heeft God alle Israëlische regeringsleiders die Gods land willen verdelen in een Joodse en een Palestijnse staat, van het politieke toneel laten verdwijnen.
Het begon bij Yitzchak Rabin met de Oslo-akkoorden, daarna Benjamin Netanyahu (eerste ambtsperiode), evenzo Ehud Barak, Ariël Sharon en Ehud Olmert; zij waren allemaal bereid Gods land in te ruilen voor vrede met de Palestijnen. Maar telkens greep God in voordat de tweestatenoplossing werd gerealiseerd. Want in werkelijkheid is dit niets anders dan een ordinaire verdeling: van één staat worden twee staten gemaakt. Maar God daagt iedereen voor het gerecht, die zijn land verdeelt of wil verdelen. Hij zegt letterlijk dat wat zij Israël hebben aangedaan op hun eigen hoofd zal neerkomen (Joël 4:1-4). Wij mogen niet vergeten dat God de volkeren beoordeelt naar hun houding ten opzichte van Israël!
EU-topdiplomaat Solana betrad een gevaarlijke weg toen hij de VN-Veiligheidsraad vroeg om de Palestijnse staat eenzijdig te erkennen in het geval Israël niet op de voorwaarden van de Palestijnen ingaat. Dit verzoek bewijst dat Solana aan de kant van de Palestijnen staat, en dat brengt de Europese Unis in direct gevaar.
De Franse minister van Buitenlandse Zaken Kouchner beticht Israël van halsstarrigheid, omdat Israël geen afstand wil doen van Judea, Samaria en Jeruzalem. Vraag: zou Frankrijk afstand doen van de Elzas? Ook de meerderheid van de Nederlandse politici eist van Israël de tweestatenoplossing. Gods land moet verdeeld worden. Zelfs de Amerikaanse president Obama wil Israël dwingen om Judea, Samaria en de Oude Stad van Jeruzalem op te geven. Wat een hoogmoed tegen Gods wil. Maar hoogmoed komt voor de val.
Iran gaat nog een stap verder en wil dat Israël helemaal van de aardbodem wordt weggevaagd. De volken hebben deze dreiging nog nooit serieus genomen. Ook Zwitserland niet, maar toen de Libische leider Gadaffi dreigde dat hij de Verenigde Naties zou voorstellen om Zwitserland op te heffen en het Duitstalige deel bij Duitsland, het Franstalige deel bij Frankrijk en het Romaanse deel bij Italië te voegen, stonden de Zwitsers op hun achterste benen.
Israël daarentegen heeft de garantie van God dat het niet verdeeld of van de aardbodem weggevaagd zal worden, want God heeft het Zelf gezegd in de profetie van Amos 9:15, die voor de eindtijd bestemd is: ‘Ik zal hen terugplanten in hun grond, en zij zullen niet meer worden weggerukt uit het land dat Ik hun heb gegeven – zegt de HEER, jullie God.’ De Joden zijn al vaker uit het hun beloofde land verdreven. Maar nu belooft God dat Hij hen niet meer uit Israël zal verdrijven. Met deze woorden garandeert God het eeuwige bestaan van Israël in het land van zijn voorouders, want het is tenslotte Gods land en Hij geeft het, aan wie Hij het geven wil. Dat Hij het aan het Joodse volk gaf, blijkt duidelijk uit Amos’ profetie over Israël. Het woordje ‘jullie’ geeft aan van wie het land is. Daarom kunnen we vol vertrouwen zijn. God zelf waakt over zijn land.
