Wie zijn de Sicariërs?
Wie zijn die ultra-orthodoxe Joden die zichzelf Sicariërs noemen en andere seculiere en religieuze Joden de stuipen op het lijf jagen?
De afgelopen maanden waren ultraorthodoxe Joden uit Jeruzalem meerdere malen negatief in het nieuws. De meest recente rel ontstond op 25 januari in Beit Shemesh nadat deze groep een in hun ogen te westers geklede vrouw met stenen bekogelde.
Het gaat hier om een ultra-orthodoxe splintergroepering met slechts enkele honderden aanhangers. Zij hebben zichzelf vernoemd naar de sekte van de Sicariërs: een groep militante Joden uit de tijd van de Joodse Opstand, vlak voor de val van Jeruzalem in het jaar 70.
De huidige ‘Sicariërs’ zijn sinds 1930 actief en krijgen de laatste tijd steeds meer invloed in enkele orthodoxe woonwijken van Jeruzalem. Daar treden zij op tegen alles wat in hun ogen te werelds is. Niet alleen in Israël, maar ook in andere landen trekken zij met hun militante houding orthodoxe Joden aan uit diverse religieuze stromingen. Met name Joden die in principe antizionistisch zijn en de Joodse staat niet erkennen.Het Latijnse woord ‘Sika’ betekent ‘dolk’. Uit de Talmoed en uit de historische beschrijvingen van Flavius Josephus valt op te maken dat deze Joodse ‘dolkdragers’ bekend stonden als een gewelddadige sekte die zich tegen de Romeinse bezetting van Israël keerde, en vocht voor het behoud van de Joodse identiteit. Zij droegen dolken onder hun kleding en pleegden hiermee aanslagen tegen hun vijanden, zelfs tegen Joden. De oorspronkelijke Sicariërs hadden iets weg van Robin Hood, want ook zij streden tegen de rijken en verdeelden de buit onder de armen. Daarmee bereikten ze niet alleen dat hun vijanden, de rijke Romeinen en Joden, werden gedood, maar ook dat ze steeds populairder werden bij het gewone volk.
De Sicariërs, die tot de zeloten gerekend kunnen worden, worden door andere geschiedschrijvers als terroristen bestempeld, die zich tegen het Joodse volk keerden. De Sicariërs wilden zich namelijk voor geen enkele prijs overgeven aan de Romeinen. Onder het verzet op Massada zouden ook Sicariërs aanwezig zijn geweest. Daar werd uiteindelijk door bijna duizend Joden zelfmoord gepleegd om te voorkomen dat zij slaven zouden worden van de Romeinen. Flavius Josephus schreef dat Sicariërs Joodse dorpelingen in de woestijn van Judea terroriseerden. Tijdens Pesach zouden zij Ein Gedi overvallen hebben, de hele bevolking hebben uitgemoord en de huizen hebben geplunderd.
Uit de Babylonische Talmoed, Gittin 56, stamt het volgende verhaal:
In de tijd van de Joodse Opstand tegen de Romeinse bezetting van Jeruzalem, bewaakten de Sicariërs de stadspoorten van Jeruzalem. Zij lieten geen enkele Jood de stad uit. Een van de vooraanstaande Farizeeërs, rabbijn Jochanan Ben Sakkai, bracht daarop een bezoek aan Abba Sikra, leider van de Sicariërs en tevens een neef van de rabbijn. Jochanan hield zijn neef verantwoordelijk voor de hongersnood die in Jeruzalem ontstond omdat de Sicariërs alle levensmiddelen hadden verbrand. Zijn neef reageerde hierop met het antwoord dat hij geen enkele invloed had op zijn aanhangers. Als hij hen iets in de weg zou leggen, dan zouden zij hem zelf vermoorden. Abba Sikra deed zijn oom het voorstel om te doen alsof hij dood was. Zijn lichaam zou dan door de poort gedragen worden om buiten de stadsmuren te begraven. De rabbijn wilde namelijk een beroep doen op de Romeinse veldheer Titus Flavius Vespasianus, de man die in 69 n.Chr. keizer zou worden. De rabbijn volgde de raad van zijn neef op. Maar voordat het ‘lijk’ door de poorten gedragen werd, namen de Sicariërs het zekere voor het onzekere om te voorkomen dat iemand levend de stad zou verlaten. Ze staken met messen in het doodgewaande lichaam van de rabbijn, die zo alsnog stierf.
De huidige Sicariërs proberen in hun orthodoxe woonwijken alles wat niet past binnen hun gesloten gemeenschap buiten de poort te houden, zowel in Jeruzalem als in Beit Shemesh. De Joodse orthodoxie en andere stromingen binnen de Israëlische samenleving blijven zware kritiek uiten op dit soort fanatici..
Aviel Schneider


