‘Dit is gewoon absurd!’
Dagblad Jediot Ahronot publiceerde op 4 september onder deze
kop een uitgebreid artikel over de manier waarop de Israëlische overheid zich
gedraagt tegenover de Messiaanse familie Ortiz uit de Joodse nederzetting Ariel
in Samaria. Drie jaar geleden raakte Ami Ortiz, de jongste zoon van de familie,
zwaar gewond, toen hij voor de deur van het appartement waar de familie woont,
een mand zag staan met Poerimcadeautjes. Hij pakte de mand op om hem mee naar
binnen te nemen, maar toen ontplofte de mand in zijn handen. De schroeven en
spijkers waarmee de bom was gevuld, vlogen in het rond en verwondden Ami over
zijn hele lichaam. Het is een groot wonder dat de jongen het heeft overleefd.
Een jaar later werd de dader gepakt. De Israëlische media
schilderden deze Jakov Teitel af als een Joodse terrorist, die Messiaanse Joden
haat, een Palestijn vermoordde en de links-liberale prof. dr. Seev Sternhell
een bombrief stuurde. Ami Ortiz heeft veertien operaties moeten ondergaan. Zijn
vijf broers en zusters hebben in de militaire dienst gezeten of zitten er nu
in, maar daartoe zal Ami nooit in staat zijn. Onlangs kreeg de familie Ortiz
post van de sociale verzekeringsdienst met de mededeling: ‘Volgens onze
gegevens gaat het in het geval van uw zoon Ami niet om een terreuraanslag.’
Juridisch beschouwd is er alleen van terreur sprake als een
Arabier een Jood verwondt, of omgekeerd. Toen de verzekeringspolis werd
opgemaakt is nooit gedacht aan de mogelijkheid dat de ene Jood de andere Jood
zou willen vermoorden, omdat die anders denkt of gelooft.
In 1997 had dezelfde Jakov Teitel de Arabische taxichauffeur Samir Balbissi vermoord. De niet-Joodse nabestaanden van Balbissi uit Hebron kregen van de staat wel smartengeld. Deze Palestijnse familie werd namelijk officieel als slachtoffer van terreur erkend. Zo niet de Messiaanse familie Ortiz uit Ariel, een Joodse nederzetting. In het krantenartikel wordt Ami geciteerd: ‘Aan de ene kant wordt ons verweten dat we geen Joden zijn, omdat we in Jezus geloven. Maar zodra het de staat geld gaat kosten, zijn we ineens koosjere Joden.’ Het artikel is op milde toon en met veel begrip voor de Messiaanse familie geschreven. Op de vraag van journalist Akiva Novik, of hij zichzelf een zendeling vindt, antwoordt Ami’s vader David ontkennend: ‘We willen ons geloof in rust en vrede kunnen beleven.’ Wat de familie Ortiz is overkomen, kan iedereen overkomen. De grootste Israëlische krant heeft dit onrecht gelukkig aan de kaak gesteld. Nu maar hopen dat de wetgever de huidige wet gaat aanpassen.


