Wie maakte vluchtelingen van de Palestijnen?
Ik neem de vrijheid om over Palestijnse vluchtelingen te schrijven omdat ik zelf een vluchteling ben.
Eerst vluchtten we voor de fascisten naar Quedlinburg. Omdat een protestants kostersgezin ons daar verborg, overleefden we de oorlog. Maar Quedlinburg werd bij Oost-Duitsland gerekend. Dus in 1950 vluchtten we voor de communisten naar West-Duitsland. Opnieuw alleen maar omdat we Joden waren. En dat terwijl mijn ouders helemaal geen Joden wilden zijn.
Nu woon ik met mijn familie in Israël, en hier wordt ons verweten dat wij de Palestijnen tot vluchtelingen hebben gemaakt.
Waren de Israëli’s in 1948 zo sterk dat zij de Arabieren op de vlucht gejaagd hebben?
Moesten de Israëli’s zich in 1948 niet verdedigen tegen een Arabische overmacht, die meer dan driehonderd keer zo sterk was?
Als je dat bedenkt, dan is Mozes’ afscheidslied heel toepasselijk: ‘Want hoe zouden zij met één man duizend van jullie kunnen achtervolgen, met twee er tienduizend verjagen, als de HEER, jullie rots, je niet uitleverde?’ (Deuteronomium 32:30). In Numeri 10:35 had de HEER al beloofd dat Hij het is die Israëls vijanden op de vlucht doet slaan.
De Arabieren die uit Erets Israël (het land Israël) vluchtten, werden niet door de Israëli’s verdreven, maar deden dat om verschillende redenen. De welvarende Arabieren verlieten het land uit angst voor de dreigende oorlog. De anderen volgden de oproep van hun heersers om het oprukkende Arabische overwinningsleger vrij spel te geven, zodat zij de Joden zouden kunnen bombarderen zonder slachtoffers te maken onder de Arabieren.’
Op 30 november 1947, de dag van het Verdelingsplan van de Verenigde Naties, woonden er in Erets Israël 809.100 Arabieren. Een volkstelling in opdracht van de Israëlische regering eind 1948 wees uit dat 160.000 Arabieren in Israël waren overgebleven. Dat betekent dat er niet minder dan 660.000 Palestijnen gevlucht zijn. Een door de VN uitgevoerde telling maakt melding van 472.000 gevluchte Arabieren, dus minder dan een half miljoen.
In dezelfde periode ontvluchtten 820.000 Joden de Arabische landen waar ze eeuwenlang hadden gewoond. Deze Joden werden beschouwd als potentiële spionnen van Israël. 586.000 van deze 820.000 gevluchte Joden kwam naar Israël. De pasgeboren en economisch nog zwakke Joodse staat moest hen opnemen en integreren. Israël is qua oppervlakte een extreem klein land, maar heeft sindsdien meer dan drie miljoen Joden opgenomen.
Als het kleine Israël dat kon, dan hadden de Arabische staten, met een 613 keer zo groot grondgebied, de vluchtelingen uit het toenmalige Palestina makkelijk kunnen opnemen. Ze hadden het bijna met een verplichte woningruil kunnen oplossen. Maar in plaats van te zorgen voor hun broeders, namen de lokale Arabieren de verlaten Joodse huizen in beslag en stopten ze de Arabische vluchtelingen uit Palestina in vluchtelingenkampen, waar tachtig procent nu nog steeds woont, nota bene op kosten van de VN.
Vandaag spreken de Palestijnen over miljoenen Palestijnse vluchtelingen die hun vaderland terugeisen. Waarom zijn dit na tientallen jaren nog steeds vluchtelingen?
Het antwoord is helaas dat het merendeel van de Palestijnse vluchtelingen maar één ding wil: de ellendige status van een vluchtelingen behouden, zodat ieder kind kan worden opgevoed met intense haat tegen Israël. En dat is gelukt, want alle jonge Palestijnen weten niet beter dan dat Israël de schuld is van hun ellende. Het idee dat hun grootouders door de Israëli’s uit hun huis zijn verdreven, is ze met de paplepel ingegoten.
De grote vergissing van hun grootvaders is, dat ze de oproep van hun Arabische leiders volgden. Zij geloofden de leuze dat ‘de onoverwinnelijke Arabische legers de Joden de zee in zouden drijven.’ Hun hoop was dat ze daarna niet alleen hun eigen huizen terugkregen, maar alle de Joodse huizen erbij.
Hun parool was soera 33:37 uit de Koran: ‘Allah heeft jullie erfgenamen gemaakt van de niet-moslims, van hun akkers en huizen, van hun have en goed.’ Uit schaamte wordt de waarheid verzwegen. Want in de islamitische denkwijze bestaan er geen nederlagen. Zo vieren de Arabieren zelfs hun bittere nederlaag in de Jom-Kippoeroorlog (1973) als ‘De Oktoberoverwinning’.
Maar Joodse vluchtelingen moesten destijds duizenden kilometers onder barre omstandigheden naar het kleine landje Israël reizen. Daar moesten zij eerst de Hebreeuwse taal leren, om in het land van hun voorvaderen te kunnen integreren. De Arabische vluchtelingen vluchtten daarentegen naar buurlanden waar hun eigen Arabische taal wordt gesproken. Vanwege al die irrationele argumenten kun je er niet omheen dat het God was, die de Arabieren op de vlucht heeft gejaagd.
